VU Magazine 1991 - pagina 437
hóe wij dromen nog geen verklaring vormt voor wat wij dromen. Deze neurofysiologische ontdekking kan een ontnuchterende werking hebben op het individu dat op zoek is naar de geheime betekenis van zijn droom. Maar Mels de Jong, sinds de jaren zeventig werkzaam bij het Laboratorium voor Psychofysiologie in Amsterdam, steekt de helpende hand uit naar iedereen die instinctief aanvoelt dat dromen betekenis hebben. In zijn visie is de droom de allerindividueelste expressie van de mens, alleen al om het feit, dat het zijn geheugen is dat geprikkeld wordt. De herinneringen die in dromen opgeroepen worden, aan familie, vrienden, kennissen en vijanden, en vooral de bijgaande emoties, zijn immers uniek voor de dromer.
aan het ontstaan van REM-slaap. weer tot rust. Ze staan in verbinding Bij katten vinden zij het gebied in de met de gebieden in de hersenen die hersenen dat waarschijnlijk verant- functioneel betrokken zijn bij de tywoordelijk is voor het ontstaan van pische REM-slaap verschijnselen, REM-slaap. In dit gebied, het FTG zoals de oogbewegingen, spierschokfield tegmental giganto-cellular), be- ken, desynchronisatie van het EEG vinden zich cellen die reuzencellen en spierslapte. worden genoemd, omdat elk van die Deze fysiologische gegevens leggen cellen een zeer groot aantal andere Hobson en McCarley neer in hun cellen, zo'n 30.000, kan doen 'vu- activatie-synthese-hypothese. De ren'. Deze reuzencellen worden net synthese-pool van de hypothese voor de REM-slaap actief en komen houdt in, dat waarschijnlijk de aan het einde van de REM-slaap voorhersenen zorgen voor enige
D
eze herfst publiceerde De Jong 'Sprekend nog met de nacht'. In dit boek bespreekt hij, naast de neurofysiologische theorieën, de droomtheorieën van oervader Freud, van Jung en van de moderne cognitief-psychologen, en de verschillende methoden die er zijn om je dromen beter te leren onthouden en analyseren. Maar eerst het neurofysiologische verhaal. In 1953 ontdekt Aserinsky in het slaaplaboratorium van Kleitman in Chicago met behulp van EEG-apparatuur de REM-slaap {rapid eye movements). Wanneer de proefpersonen tijdens deze periode wakker worden gemaakt, vertellen ze bijna altijd een droom. Dat de slaper droomt is niet alleen te zien aan het EEG, maar ook aan andere dingen. De hartslag en de ademhaHng worden onregelmatig, maar niet per se sneller, de spierspanning valt weg, bij de man treedt een erectie op en bij de vrouw een grotere vaginale doorbloeding. Dat laatste betekent niet dat dromen altijd over seks gaan, dat is in maar elf procent van de dromen het geval. Aserinsky, die zich afvroeg wat de functie van de snelle oogbewegingen was, opperde de i'caw-hypothese: mogelijk volgen de ogen de gebeurtenissen in de droom, alsof men naar een film kijkt. In de jaren zeventig weerleggen Hobson en McCarley de ^•can-hypothese als zij ontdekken welke hersenprocessen ten grondslag liggen VU-MAGAZINE—NOVEMBER 1991
31
Mels de Jong: 'De droom is de allerindividueelste expressie'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's