VU Magazine 1991 - pagina 255
opdrachtgever naar de ogen kijkt. Zo'n opdracht- Prof.dr. A.J.F. Köbben (1925) studeerde sociale geografie. Hij gever, een ministerie deed veldwerk in West-Afrika en meestal, hoopt dat er een in Suriname. Tot zijn emeritaat bepaald iets uitkomt. De was hij directeur van het Centrum voor Onderzoek van Maatonderzoeker probeert het schappelijke Tegenstellingen in dan zo in te richten dat Leiden en bijzonder hoogleraar dat er ook uitkomt. vanwege de Stichting Synthesis aan de Erasmusuniversiteit. Hij Er is in Twente een heel was onder meer voorzitter van de mooi proefschrift verschecommissie die het Molukse nen o\er zo'n onderzoekvraagstuk moest bestuderen. Dit jaar verscheen van hem een bundel in-opdracht. De WIR, daar werden miljarden aan met opstellen over wetenschap, onder de titel 'De weerbarstige uitgegeven. Op een gewaarheid'. geven moment zei de Kamer: Minister, al dat geld, Interview: Renée Braams Foto: Wout Jan Balhuizen komt dat wel goed terecht? De minister zei: ik zal het laten uitzoeken. Hij gaf twee zeer degelijke onderzoeksinstituten de oponderzoek doen. Dat heb dracht dat te doen. De uit- je vooral als het gaat om komst was kort en goed: sympathieke groepen, ja, het heeft het beoogde groepen die in het verdomeffect, tenminste... En hoekje zitten. Wat ook toen volgden een paar flin- voorkomt is dat die groep ke slagen om de arm. Wat zélf invloed uitoefent op bleek nu achteraf? De onhet onderzoek: 'We gaan derzoekers hadden de geermee akkoord dat onze gevens zo gunstig mogelijk dienst wordt onderzocht, geïnterpreteerd, voor de maar op één voorwaarde; minister, maar ze maakten een van de uitkomsten in ieder geval dat voormoet zijn dat we onderbehoud. En toen. Het was bezet zijn, en jullie moeten een dik en vervelend rapaanbevelen dat onze afdeport en ambtenaren ginling met minstens twee gen dat samenvatten, personeelsleden wordt uitwaarbij er nog maar een gebreid.' heel klein slagje om de Eén van de hoofdstukken arm overbleef. Toen de in mijn nieuwe boekje, minister in de Kamer 'Partijdigheid en wetenkwam verdween ook dat schap', gaat daarover. Dat laatste slagje. Kijk maar, moetje maar lezen; het is zei de minister, de wetenmaar vijftien bladzijden, schap heeft uitgemaakt dus dat valt nogal mee. dat de WIR het beoogde effect heeft. Wetenschappers gebruiDat is nou wat ik bedoel: ken retorische tactieken er is geen sprake van beom hun verhaal te verkodrog, maar toch probeert pen. Ik ben een voorstanmen het de opdrachtgever der van retoriek-ondernaar de zin te maken. zoek, onderzoeken hoe wetenschappers hun gelijk aar ook in zoproberen te halen. Chomgenaamd vrij sky bijvoorbeeld, probeert onderzoek zijn altijd zijn tegenstanders te wetenschappers vaak parverpletteren onder hoon, tijdig. Je hebt onderzoeonder spot, onder scheldkers met een bepaalde woorden. Is dat nu effecideologie, of onderzoekers tief of niet? Dat zou je die een pleidooi willen moeten onderzoeken. Mishouden ten gunste van de schien gaan mensen dengroep mensen waarover ze ken: die loopt altijd te
M
VU-MAGAZINE—JUNI 1991
schreeuwen, dus die geloven we niet. Nog zo'n retorische truc: indruk maken door geleerde woorden te gebruiken. Ik heb vaak mensen de raad gegeven: probeer het korter, eenvoudiger te zeggen, kan je het niet heel gewoontjes zeggen. Gebruik nou niet dat woord actor, zeg gewoon iemand. Wat ook nogal eens gebeurt is dat mensen, wanneer ze een begrip moeten definiëren, een definitie kiezen die precies het tegenovergestelde zegt van wat men meestal onder dat begrip verstaat. Vaak zijn mensen daar geweldig van gecharmeerd. Dan zeggen ze: ik versta onder integratie ... en dan komt er iets dat helemaal contrair is aan het gewone spraakgebruik. Dat is toch een beetje epateren: als je heel geleerd bent dan zie je ineens dat integratie dat betekent... Die raad van mij om heel gewoontjes te schrijven was misschien een beetje naief, en ik heb er mensen vast wel eens van de wal in
moeilijk te beantwoorden. Dat doet men nu als volgt. Je hebt in ieder vakgebied vaktijdschriften, en daaronder heb je de prestigieuze en de minder prestigieuze. Je geeft een onderzoeker voor ieder gepubliceerd artikel een aantal punten. Voor een publicatie in een toptijdschrift geef je iemand de meeste punten. De toptijdschriften zijn de internationale, Engelstalige tijdschriften. Het tweede criterium is hoe vaak een artikel wordt geciteerd. Zo kun je een hitlijst van wetenschappers samenstellen. Ik denk dat dit een heel handige techniek is om de kwaliteit van wetenschappers te beoordelen, je moet die techniek alleen met verstand gebruiken. Voor bijvoorbeeld de theoretische natuurkunde zal die heel goed werken, maar voor de sociale wetenschappen niet. Als ik een artikel schrijf over het kraken in Amsterdam, dan doe ik dat toch niet in een Amerikaans tijdschrift? Vijftien jaar geleden ben ik
Die raad om heel gewoontjes te schrijven, daar heb ik vast wel eens mensen mee van de wal in de sloot geholpen, dat was misschien erg naief. de sloot mee geholpen. Want nogal eens blijkt dat de schrijvers van opgeklopte verhalen het winnen als het gaat om het krijgen van subsidies!
D
e vraag wie er nou in dat reusachtige veld van de wetenschap goed zijn, en wie minder goed, en wie excellent, is vreselijk
me voornamelijk gaan bezighouden met onderzoek in Nederland. Toen ben ik ook in het Nederlands gaan publiceren. Daarvoor deed ik het in het voornamelijk Engels. Als men dat criterium dus op mij toepast ben ik vijftien jaar geleden ineens zjoeps... naar beneden geschoten in prestige!
9 25
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's