VU Magazine 1991 - pagina 251
CO
kunnen we weten of het bij een reeks woorden om een vraag, een bevel of een opdracht gaat; of de zin op snauwende of smekende toon wordt uitgesproken. Bij afasie-patiënten die hun taalvermogen helemaal hebben verloren blijven dan ook vaak bepaalde taairesten bestaan; ze zijn nog in staat om woorden met een krachtige gevoelswaarde, vloeken bijvoorbeeld, over hun lippen te krijgen. Bij iedere activiteit zijn verschillende hersenfuncties, of ze nu aan de linker- of aan de rechterkant zitten, gelijktijdig betrokken. De bemiddelaar tussen de beide helften is het corpus callosum, de grote balk die midden door het brein loopt. Het is de allergrootste verbinding die in het zenuwstelsel bestaat. Met een enorme geleidingssnelheid worden daarin verbindingen tussen linker- en rechterhelft tot stand gebracht. De betekenis van het corpus callosum ligt hierin, zou men kunnen zeggen, dat het een poging is van de evolutie om de a-symmetrie van het brein en daarmee de verdeling der vaardigheden, tegen te werken en te minimaliseren.
taal, maar op basis van ruimtelijke oriëntatie. Die vaardigheden zijn in de rechterhemisteer neergelegd. De taal ontstaat vele miljoenen jaren later en die pakt, bij wijze van spreken, de andere hemisfeer. In al die miljoenen jaren dat mensen geen taal hadden, moesten ze er wel voor zorgen dat ze niet verdwaalden, dat ze hun dorp terugvonden wanneer ze tientallen kilometers verderop gingen jagen." Ben van Cranenburgh kan zich oprecht boos maken over zoveel onkunde en misverstand in de neurologie. "De theorie over de dominantie van de linkerhersenhelft, die is gewoon waardeloos. Je ziet het bij patiënten met een beschadigde rechterhersenhelft, die hun oriëntatievermogen verloren hebben. Deze mensen zijn ernstiger gehandicapt dan iemand die zijn taalvermogen kwijt is. Die rechterhelft heeft men altijd the minor genoemd; de ondergeschikte of de non-verbale. Het is alsof je de wereld verdeelt in mannen en niet-mannen. Het heeft honderd jaar geduurd, tot in de jaren tachtig van deze eeuw, voor men er achter begon te komen dat dit onzin is." Hoe is het mogelijk dat zulke denkbeelden zo lang standhouden?, vraag ik. Van Cranenburgh; "Dat zie je wel vaker in de wetenschap. De levensvatbaarheid van een theorie hangt niet af van de kwaliteit ervan maar van de ontvangers van de theorie. Het is zelfs zo dat Jackson, een van de grondleggers van de neurologie, het in de vorige eeuw in wezen allemaal al beschreven heeft. Hij beschreef patiënten die ruimtelijk gedesoriënteerd waren en verdwaalden. Hij formuleerde hypothesen waarbij de rechterhemisteer er helemaal niet maar een beetje bijhing, maar hele specifieke functies vervulde. Het is dus wel opgemerkt, maar men heeft er geen aandacht aan besteed. Men had de taal ontdekt, daar was alles op gericht. Het heeft met traditie te maken, met gefixeerdheid,"
Linkshandigen zouden dus zeer geschikt zijn voor (sommige) sporten. Er wordt ook steevast op gewezen dat, met name onder sporters en kunstenaars, er zoveel linkshandigen te vinden zijn. Linkshandigheid wordt sterk geassocieerd
'Ik adviseer tennissers bij wie bijvoorbeeld de schouder uit de kom is geschoten: probeer met links te tennissen. Volgens mij de absolute oplossing.'
D Paul McCartney en John McEnroe: met name onder kunstenaars en sporters zijn veel linkshandigen te vinden. Foto's ABC
e ergernis van Ben van Cranenburgh is niet een louter academische. De veronderstelde dominantie van de linkerhersenhelft is ook een maatschappelijk gegeven en daar mag wat hem betreft snel een einde aan komen; "In educatieve situaties ligt de nadruk heel sterk op de linkerhemisfeer. In school wordt ongeveer tachtig procent van de tijd besteed aan de training van linkerhemisferische functies. Maar heden ten dage is ook een snelle beslissingsvaardigheid van groot belang geworden. Het is triest maar waar dat het verkeer veel complexer is geworden dan veertig jaar geleden. Ook beoefenen mensen massaal en tot op hoge leeftijd allerlei balsporten. Je hebt dus een aantal maatschappelijke argumenten om aan die eenzijdigheid een eind te maken. Maar het onderwijs is nogal traditioneel; het is heel moeilijk daarin iets te veranderen," De tegenstelling tussen linker- en rechterhemisteer is geen absolute. Het is niet zo dat wanneer
met creativiteit; zo'n sportman is zelden een noeste werker die zijn gebrek aan talent met veel ijver compenseert, eerder een grillig individu dat geniale momenten met onbegrijpelijke blunders afwisselt. De namen van Wim van Hanegem, Bryan Roy, Piet Keizer, John McEnroe dienen ter staving van deze stelling.
we spreken, uitsluitend de linkerhemisfeer meedoet. In theorie is dat wel voorstelbaar, maar dan zou een robotachtig stemgeluid uit de menselijke mond rollen. De linkerhemisfeer zorgt ervoor dat we zinnen kunnen vormen en begrijpen, maar de rechterhersenhelft blaast ook zijn partijtje mee; die zorgt dat we de gevoelswaarde van die zinnen kunnen beoordelen. Dankzij de rechterkant VU-MAGAZINE—JUNI 1991
20
ken met trage, moeizame kronkelwegen, het betreft slechts fracties van seconden, miliseconden. Normaal gesproken verwaarloosbare tijdsverschillen maar er zijn sporten, zoals tafeltennis en schermen, waarbij een extreem snelle reactiesnelheid gevergd wordt van de beoefenaar. Elke tijdwinst is daarbij meegenomen. Ben van Cranenburgh denkt daarom dat linkshandigen vanwege die betere oog-handcoördinatie geschikter zijn voor zulke sporten dan rechtshandigen. "Ik adviseer tennissers bij wie bijvoorbeeld de schouder uit de kom is geschoten; probeer met links te tennissen. Volgens mij is het de absolute oplossing. Je moet de techniek helemaal opnieuw leren en je leert een betere backhand in te bouwen. Wat er dan niet meer gebeurt is dat twee geheugensporen in een hemisfeer met elkaar interfereren. Dat is altijd het probleem in de sport; je hebt een slechte baakhand en dan moet je met dezelfde hand een betere er overheen leren. Na verloop van tijd zie je vaak een terugval. Mijn voorspelling is dat wanneer je iemand met de andere hand iets aanleert, die interferentie veel minder is. Maar dat zou je moeten toetsen,"
M
aar dat lukt niet helemaal. Succes is niet voor de volle honderd procent verzekerd. De ene hersenhelft is toch ietsje beter toegerust om bepaalde activiteiten uit te voeren, dan de andere. Visuele informatie bereikt toch altijd eerder de rechterhemisteer, om vervolgens via het corpus callosum naar de linkerkant getransporteerd te worden. We hebben hier niet te maVU-MAGAZINE—JUNI 1991
D
e hypothese van de creatieve linkshandige oogt ietwat geforceerd. Is het meer dan een schamel troostend schouderklopje? In het rumoer rond het geruchtmakende artikel over de levensverwachting van linkshandigen werd eerst breed al hun ellende uitgemeten; ze hebben relatief veel te lijden onder leesstoornissen, in klinieken voor zwakzinnigen tref je ze in ruime mate aan, ze verzeilen vaak in ongelukken, en als klap op-de vuurpijl hebben ze een levensverwachting 21
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's