VU Magazine 1991 - pagina 108
we steeds meer met het buitenland van doen krijgen. Communiceren over de grenzen vraagt ook om enige kennis omtrent het land dat bezocht wordt. Want, al wordt Europa vaak gezien als één grote gemeenschap, er zijn cultuurverschillen. En onbekendheid daarmee kan leiden tot Babylonische spraakverwarringen en pijnlijke situaties. Zoals de stiltes in de gesprekken in Nederland er zijn om zo snel mogelijk te worden opgevuld, zo vormen ze in Finland een onderdeel van het gesprek. Voortdurend doorpraten is daar een teken van agressie. En zoals wij, vanwege de associatie met de dood, geen aronskelken voor iemand zullen meenemen, zo zal een Fransman nooit iemand verblijden met een bos chrysanten. Vooral met Frankrijk zijn de cultuurverschillen groter dan we weleens denken, vertelt Koster. "Wij verwachten dat het allemaal wel meevalt. Het land ligt immers dichtbij, het zijn beschaafde mensen met een mooie geschiedenis en goede hteratuur. Qua ontwikkeling zijn ze, alhoewel ze hun talen niet spreken, best aardig." Maar vooral de directheid van de Nederlanders en de omslachtigheid van de Fransen wil nog weleens verwarring veroorzaken.
N
ederlanders hebben de gewoonte om tijdens discussies in een rechte lijn van A naar B te redeneren. Recht door zee
'Net als de Bourgondische Brabander en de strakke Fries, zijn de man uit Beieren en de Noordduitse Pruis evenmin over één kam te scheren.'
Illustraties Fred Thie
dus. Een Fransman is gewend om aan het eind van een gesprek nog een aantal punten opnieuw te bespreken. Daar hebben we het toch al over gehad?, denken wij dan. Dat was toch al duidelijk? Waarom wordt dat nu weer opnieuw ter discussie gesteld? Koster: "Dat is in Frankrijk heel normaal. En dat moet je wel even weten, voordat je 10
een verkeerd oordeel uitspreekt over de manier waarop je wordt behandeld. "Een gesprek met een Fransman kan ook heel makkelijk onderbroken worden door een collega, een uitvoerig telefoongesprek of een secretaresse die even binnenkomt. Er wordt snel even over iets anders gepraat waardoor Nederlanders het gevoel zullen krijgen dat ze niet serieus genomen worden. 'Hij is toch met mij aan het praten?', denken we dan. Als je met een Amerikaan tot een bepaalde afspraak wik komen, dan kan dat in zeg maar twintig minuten. Maak je diezelfde afspraak met een Fransman - om maar niet te spreken van een Italiaan! - dan kost je dat twee uur. We moeten dat overigens alleen constateren en er geen waardeoordeel over uitspreken. Het is in elk geval een stuk gezelliger. Er is in Frankrijk ook een veel grotere bereidheid om te praten over mensen die niet aanwezig zijn. Roddelen dus. Wij vinden dat dat niet hoort, alhoewel we het ook nog wel eens willen doen. In Frankrijk ziet men daar geen been in. Integendeel. Als je niet bereid bent om ook wat roddels mee te brengen, dan ben je maar een koude kikker." En dan de Franse lunch. Die is, aldus Koster, redelijk heihg. "Als wij
tegen lunchtijd een gesprek hebben, dan kijken we op ons horloge en denken: met een half uurtje zijn we wel klaar. Desnoods laten we de secretaresse even een broodje halen. In Frankrijk is dat volstrekt ondenkbaar. Daar nodig je de ander uit om mee te gaan lunchen en verlaat je het kantoor." Ook tussen Nederlanders en Duitsers bestaan wel degelijk verschillen, waardoor onderhandehngen stroef kunnen verlopen. Vooral de grote behoefte van onze oosterburen aan duidelijkheid; wat wel en wat niet mogelijk is. Wat wel of juist niet gedaan moet worden. Koster: "Als zakenman moet je dan ook heel duide-
VU-MAGAZINE—MAART 1991
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's