VU Magazine 1991 - pagina 101
^^^
Van de redactie Hoe leesbaar is een tijdschrift? Het antwoord op die vraag is sterk afhankelijk van twee gegevens. De moeilijkheidsgraad van de daarin opgenomen teksten is natuurlijk in de eerste plaats van belang. Maar ook het opleidingsniveau van het publiek dat men met het blad wil bereiken, en de interesse die het voor de geboden onderwerpen aan de dag legt, spelen een rol. Wat de één als onnavolgbare abracadabra terzijde schuift, is voor een ander gefundenes Pressen. De bladenmaker die wil weten of hij met zijn tijdschrift wel in het juiste spoor zit, zal dus altijd antwoord moeten geven op beide vragen. Soms doen anderen dat voor hem. Een Nijmeegse biologie-student onderzocht onder leiding van dr. Jaap Willems, autoriteit op het gebied van de wetenschapsjournahstiek, de leesbaarheid van vier populair-wetenschappelij ke bladen: EOS, Mens & Wetenschap, KUK en Natuur & Techniek. (Dat VU-Magazine ten onrechte in dit rijtje ontbreekt, zien we dit keer nog door de vingers.) Willems doet van dit minionderzoek verslag in het januarinummer van Natuur & Techniek. Voor deze test werd gebruik gemaakt van de in 1960 ontworpen Fleshj Douma-toets. Willekeurig gekozen tekstdelen van precies honderd woorden krijgen daarbij een cijfer voor het gemiddeld aantal lettergrepen per woord (de woordlengte) en het gemiddeld aantal woorden
VU-MAGAZINE—MAART 1991
Rekenen per zin (de zinslengte). Het resultaat daarvan wordt samengeperst in een formule die als uitkomst een getal tussen O en 100 oplevert. (Voor kabbalisten: die formule luidt: 206,84 min 0,77 maal de woordlengte, min 0,93 maal de zinslengte.) Een uitkomst tussen 30 en 50 geldt als 'moeilijk' (academisch niveau); tussen 50 en 60 als 'tamelijk moeilijk' (HAVO of VWO). Naarmate de score hoger uitvalt wordt de tekst beschouwd als steeds gemakkelijker. Van de vier bladen blijkt N&T het moeilijkst (46,62), gevolgd door KIJK (51,36), M&W (54,92) en EOS (55,22). Voor N&T dat welbewust mikt op een hoog opgeleide doelgroep, is dit rapportcijfer geen ramp; voor KIJK dat het meest toegankelijke blad in deze markt beoogt te zijn, wel. Net als voor het pretentieuze EOS dat, ondanks zijn gerichtheid op de academisch gevormde je?-.?£?, blijkens de cijfers juist het allergemakkelijkst wegleest.
Om de omissie van het Nijmeegse onderzoek goed te maken (en uit pure nieuwsgierigheid) heb ik de formule toegepast op de eerste alinea (toevallig exact honderd woorden!) van dit redactioneeltje. Ik kwam uit op 65,83 (rekent u het even na?). Tamelijk gemakkelijke kost dus. Natuurlijk is dit stukje niet representatief voor de inhoud van VU-Magazine, en heb ik, tijdens het schrijven ervan, bijvoorbaat woordkeus en zinslengte nauwlettend in de gaten gehouden. Maar afgezien hiervan zeggen dit soort cijfers weinig. Onderwerpkeus en interessefeer van de lezer geven uiteindelijk de doorslag bij
het bepalen van de band tussen een blad en zijn publiek. En die twee factoren heeft de Nijmeegse biologie-student niet gemeten. Al schrijf je nog zo leesbaar over mens en wetenschap, over natuur en techniek; wie in die branches niet bijvoorbaat geïnteresseerd is, grijpt toch hever de Story of Privé; daar helpt geen Flesh of Douma tegen. Gert J. Peelen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's