VU Magazine 1991 - pagina 173
'Schrift is een code; niks meer en niks minder.' Seculariserende opmerkingen over de schriftcultus in een studie over informatie en communicatie. De telematica toegelicht voor kortzichtige geletterden. GERTJ. PEELEN
Nieuwe media en de bijziende alfabetist De menselijke soort is behept met een onbedwingbare nieuwsgierigheid en een aangeboren drang tot communiceren. Die twee kenmerkende eigenschappen hebben de ontwikkeling van de homo sapiens in sterke mate bepaald. Het 'informatie-tijdperk' waarin de Westerse mens hedentendage heet te verkeren, is daarvan het voorlopige eindstadium. Minder voor de hand üggend is de stelling dat ook de filevorming en vertraging op 's lands wegen, inclusief de bijbehorende milieuverontreiniging, voor een belangrijk deel op deze menselijke trekken zijn terug te voeren. Wie twijfelt aan het bestaan van zo'n onverbrekelijke band tussen communicatie en mobiliteit, leze het jongste boek van Ben van Kaam, dat hij in opdracht van Stichting 'Het Persinstituut' schreef, en dat on30
langs uitkwam onder de pakkende titel 'Het taaie leven van de dode letter'. Van Kaam (1931) is landelijk vooral bekend als journahst. Hij was verbonden aan dagblad Trouw, en van 1971 tot 1986 hoofdredacteur van VU-Magazine. Minder bekend is zijn intense belangstelling voor alles wat met 'nieuwe media' te maken heeft. Over dat onderwerp publiceerde hij, samen met de Delftse hoogleraar informatie-transmissie, J.L. Bordewijk, in '82 het boekje 'Allocutie'. De titel van dit nieuwe boek is meer dan alleen pakkend; hij is blijkens het woord vooraf ook opbeurend bedoeld. En hij zal dan ook zeker degenen tot troost zijn die, bang gemaakt door doemdenkende cultuurpessimisten, het schrift, het gedrukte woord en de daarin vastgelegde culturele erfenis van eeuwen her, al de-
finitief verdrongen zagen door de immer oprukkende beeldcultuur. Met die 'nieuwe ongeletterdheid' valt het, als we Van Kaam mogen geloven, wel mee. Een uitspraak van een deskundige. Want hij heeft zich, toen hij het lezen en schrijven eenmaal vaardig was, in zijn beroepsleven eigenlijk met weinig anders beziggehouden dan met het telkens opnieuw groepsgewijs in een andere volgorde zetten van een 26-tal lettertekens.
I
n een toelichtend bedoeld vraaggesprek vertelt Ben van Kaam, dat hij zich in dit opzicht graag praktisch opstelt: "Als er zich iets efiiciënters en aantrekkelij kers dan het traditionele drukwerk zou aandienen als middel om informatie over te dragen, wat dan nog? Bij 'letteren', denkt iedereen onmiddelVU-MAGAZINE—APRIL 1991
De wetenschappelijke sector waarin Kaam in zijn boek: "In een correcte dit boek thuishoort is te vatten mediabeschouwing moet worden eronder het kopje telematica; een kend dat niet hem (de analfabeet samentrekking van telecommunica- gjp) iets is overkomen, maar de rest tie en informatica. van de mensheid." Iets soortgelijks Naast het geschreven woord als dreigt zich nu te herhalen als gevolg communicatiemiddel, beschrijft Van van de snelle ontwikkeHng in de miKaam even trefzeker de ontwikke- cro-elektronica. Wie zich niet van lingen in communicatiecircuits en meet af aan in de informatica stort verkeerspatronen, de verschillen tus- en zich bekwaamt in het bedienen sen de informatie- en de aandachts- van elektronische systemen, zal met markt, de toepassingsmogelijkheden aan zekerheid grenzende waarschijnvan nieuwe elektronische media en lijkheid aanstonds de maatschappede toenemende noodzaak van infor- lijke boot missen. matieselectie. En de gevolgen van De geletterde heeft zichzelf getooid een en ander voor mobihteit en mi- met een ongerechtvaardigd superiolieu dus. riteitsgevoel. En de letter als zodaHet is een breed opgezette studie, nig kent hij een meerwaarde toe die waarin een groot aantal vermeende met geen zinnig argument te staven vanzelfsprekendheden op losse valt, zegt Van Kaam. "De drukschroeven wordt gezet, en veel gang- kunst is voor hem een religie geworbare theorieën naar de schroothoop voor misvattingen en vooroordelen worden verwezen. De oorspronkelijke geest die Van Kaam eigen is, doet hem namelijk vooral argwanend omzien naar, en ten strijde trekken tegen ongefundeerde denkbeelden die desondanks door bijna iedereen haast klakkeloos voor waar zijn aangenomen. Dat begint al in het eerste hoofdstuk - samen met het tweede het onbetwist smeuïgste deel van dit boek - waarin hij met een ironiserend pennetje de "bijziendheid van de geletterde" te lijf den. En hij ziet bekommerd toe hoe gaat. zich naast de godheid van het gedrukte woord andere goden aan het elden of nooit beseft de gelet- ontwikkelen zijn. In dit boek verterde dat hij het produkt is oorloof ik me daarom een paar /van een technische ontwikke- nuchtere, seculariserende opmerkinling: het schriftsysteem. Die ontwik- gen over de schriftreligie." keling heeft zijn belevingswereld ingrijpend veranderd en hem het obadat de drukpers een half jectieve zicht op zichzelf en de hem millennium lang het (tele)omringende werkelijkheid ontnocommunicatieve monopolie men. Van lezende en schrijvende had gehad, veroorzaakte de opvoorouders is ons niets anders over- komst van radio en televisie een geleverd dan een grote hoeveelheid ware revolutie. De geletterde bezag zelfbeelden die, aldus Van Kaam, de verschijnselen met een neerbuieen nogal voldane indruk maken. gend soort argwaan, en noemde ze Hoe bijvoorbeeld de analfabete bui- naar de zintuigen die erbij ingeschatenwacht tegen deze minderheid van keld dienen te worden - audiovisuele geletterde zonderlingen aankeek, is media. Zijn vermogen om te lezen niet bekend, want nimmer geno- beschouwt de alfabetist dus kenneteerd. lijk als een extra zintuig, aldus Van Inmiddels is de drukkunst heilig ver- Kaam. Want dat drukwerk toch in klaard, en voelt de analfabeet - de eerste plaats een visueel medium "Kun jij niet lezen?! Nee mevrouw, is realiseert de geletterde zich pas als ik ben m'n bril vergeten..." - zich in zijn ogen zover achteruitgaan dat hij een gealfabetiseerde omgeving een afhankelijk wordt van zijn gehoor gehandicapte. In feite betekent dat of tastzin. de omgekeerde wereld, stelt Van Volgens Van Kaam doet de gehecht-
De geletterde is zelf niet bij de beeldbuis weg te slaan, en geeft hooguit verkapt aan zijn schuldgevoelens uiting door luidkeels op het ding af te geven. Foto Bram de Hollander
De gehechtheid van de geletterde aan zijn medium doet denken aan de koestering van het onhandige versnellingspookje door de automobihst.
lijk aan literatuur, gedichten en zo meer. Maar de boodschappen op het briefje voor de kruidenier vallen ook onder 'letteren'. In die functie ligt zelfs de oorsprong van het schrift. De Sumeriërs ontwikkelden hun spijkerschrift namelijk niet om er diepe gedachten mee over te brengen, maar om de wisselende omvang van hun veestapel te administreren. Schrift is een code; niks meer en niks minder." Voorlopig is het alternatief dat deze code voorgoed van de eerste plaats zou kunnen verdrijven, nog niet gevonden. En ook het papier - dat handige wegwerp-kunstgeheugen blijkt nog altijd zeer geduldig. Hoewel de titel van het boek het vermoeden wekt dat daarin vooral drukwerk en drukkunst ter sprake komen, geeft de uitgever op het omslag duidelijk aan dat het hier een deel uit de serie 'Studies in communicatie en informatie' betreft, en dat er dus veel meer aan de orde moet komen. Dat is ook zeker het geval. VU-MAGAZINE—APRIL 1991
Z
N
31
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's