VU Magazine 1991 - pagina 306
73 miljoen dollar te besteden. Wie zoveel geld heeft, heeft vanzelfsprekend ook macht. Het is geen wonder dat er wel eens - min of meer als grap - wordt gezegd dat Mozambique eigenlijk geregeerd wordt vanaf de rand van het zwembad van Hotel Polana, het meest luxueuze hotel van Maputo. De eerste generatie van ontwikkelingswerkers is inmiddels aan het afhaken. Zij kwam naar Mozambique aan het eind van de jaren zeventig of aan het begin van de jaren tachtig, zoals mensen een paar jaar later ook naar een land als Nicaragua trokken. Mozambique was voor hen zoiets als een teken van hoop, de hoop dat het in de wereld ook anders, beter kon. Deze hoop is nu wel voorgoed vervlogen, althans voor zover het Mozambique betreft. "Het is hier nog net geen Somalië, maar het begint er wel erg op te lijken", hoor ik iemand zwartgallig zeggen.
Mozambique was een teken van hoop, de hoop dat het in de wereld ook anders, beter kon. Deze hoop is nu wel voorgoed vervlogen. "Hebben een paar veranderde wisselkoersen de ruggegraat van een heel volk gebroken?" vraagt een ander zich af, verbitterd over het feit dat werkelijk iedereen eerst aan zichzelf denkt en dan pas aan anderen, aan de opbouw van het land, aan de idealen waar het ooit mee begonnen was.
E
en nieuwe generatie buitenlanders kijkt heel anders tegen de ontwikkelingen in Mozambique aan. "Er is weer van alles mogelijk", roept iemand enthousiast. "Het land wordt opnieuw opgebouwd". Voor hen lijkt Mozambique een ontwikkelingsland als elk ander, met de corruptie, de incompetentie enzovoorts waarvan we toch allemaal weten - ja toch? - dat die kenmerkend zijn voor ontwikkelingslanden. En ze vertellen maar weer eens zo'n verhaal. De directeur van een irrigatiedam, zo gaat zo'n verhaal, is niet zozeer 32
in de dam geïnteresseerd, maar meer in de onderkomens van de arbeiders van de dam. Die onderkomens staan namelijk voor een deel leeg en worden nu verhuurd als een soort bungalows, en daar is veel meer mee te verdienen dan met zoiets ingewikkelds als een dam. Dus heeft de directeur een grasmaaimachine voor zijn bungalowpark gekocht. Tienduizend dollars zijn zo over de balk gegooid, want de grasmaaier, eenmaal gearriveerd, bleek helemaal niet geschikt voor het hobbelige terrein rond de bungalows. Ach ja, zo gaat dat hier. En de oudere generatie kaatst bitter terug: "Wat is er dan allemaal mogelijk in het nieuwe Mozambique? Ik zie nergens opbouw, ik zie alleen maar afbraak. Ja, de buitenlandse organisaties kunnen nu doen wat ze willen zonder de hinderlijke inmenging van de regering. Als dat het is wat er met nieuwe mogelijkheden bedoeld wordt..." Wie denkt dat de buitenlandse hulp door Mozambique alleen maar als een zegen wordt beschouwd, heeft het mis. Nog maar kort geleden leverde de minister Osman van financiën kritiek op de lonen die veel buitenlanders verdienen. Drieduizend buitenlanders verdienen hier honderdtachtig miljoen Amerikaanse dollar per jaar en, zo rekende Osman zijn gehoor voor, dat is drie keer zoveel als honderdduizend Mozambikaanse ambtenaren verdienen. De meeste van deze buitenlanders worden niet door de regering van Mozambique betaald, maar door hulporganisaties. Toch maakte Osman zich zorgen, want de lonen die deze hulporganisaties betalen, hebben ook invloed op de lonen die de regering aan de buitenlanders moet betalen die wel rechtstreeks bij haar onder contract staan.
O
sman had nog verder kunnen gaan met zijn kritiek. Het zou helemaal geen onzin zijn geweest als hij had gezegd dat de lonen die buitenlandse organisaties betalen de regering dwingen ook haar eigen, Mozambikaanse ambtenaren meer te gaan betalen. Als een chauffeur in dienst van een buitenlandse organisatie het zich al kan veroorloven af en toe whiskey te drinken, dan is het toch te gek dat een hoge ambtenaar van de re-
gering met minder genoegen moet nemen? Ten slotte had Osman kunnen zeggen - want ook dat is zonder meer een feit - dat de buitenlandse hulporganisaties met hun hoge lonen de beste mensen uit de overheidsdienst weglokken. Zo versnellen zij de onttakeling van het overheidsapparaat. De schaarse overheidsambtenaren die er nog over zijn, lopen zich de benen uit het lijf om alles wat de hulporganisaties ondernemen in goede banen te leiden. En zij moeten het ook nog eens stellen met een budget dat haast elk initiatief in de kiem smoort: er is geen geld voor wat dan ook. De sfeer in menig overheidskantoor is er dan ook één van apathie. En dan is er nog de vraag wie er eigenlijk de baas is in het land. "De noodhulporganisaties zijn hier komen werken met onze toestemming", zegt een directeur van een provinciaal landbouwdepartement. "Nu moeten ze ons niet gaan voorschrijven welk beleid er gevoerd moet worden." De man is slecht te spreken over de voorwaarden die een Engelse noodhulporganisatie heeft gesteld aan de steun voor een rijstverbouwproject in zijn provincie. De hulpverleners willen aUeen in dit project investeren als de overheid hun de garantie geeft dat het project behouden blijft voor de landbouw door kleine boeren. Helemaal onbegrijpelijk is deze voorwaarde niet, want het zou niet de eerste keer zijn dat een project dat met steun van hulporganisaties opgezet is, later voor veel geld verkocht werd aan bijvoorbeeld een Zuidafrikaans bedrijf. De directeur wil echter niets van voorwaarden weten. "Als ik daarop inga, dan zet ik mijn persoonlijkheid als Mozambikaan op het spel", betoogt hij. "En waar was het Westen tien jaar geleden? Toen voerde de Frelimo-regering een beleid dat de kleine boeren steunde. Maar toen gaf het Westen niet thuis." Met de verkoop van landbouwondernemingen aan Zuidafrikanen heeft de directeur al helemaal geen moeite. "Liever aan hen dan aan Europeanen. Het zijn tenslotte onze buren en het zijn Afrikanen." D
VU-MAGAZINE—JULI/AUGUSTUS 1991
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's