Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 327

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 327

4 minuten leestijd

St archeoloo

zijn afkomstig uit het Nabije Oosten van waaruit ze door de bandkeramische boeren in Europa zijn geïntroduceerd.

O

I

I I•

volgens Louwe Kooijmans, die van oorsprong afkomstig uit Hongarije - zich noordwaarts verspreidden over Europa. Zij vestigden zich nooit lukraak - één misoogst was voldoende om het voortbestaan van deze landbouw-afhankelijke groep in gevaar te brengen - maar zonden verkenners vooruit om nieuwe vestigingsplaatsen voor de zich vermenigvuldigende gemeenschap te zoeken. Niet ten onrechte meenden de verspieders zo'n plek te hebben gevonden op wat nu de Graetheide wordt genoemd; een gunstig gelegen hoogvlakte, met stromend water in de directe nabijheid, kaphout voor het bouwen van huizen in overvloed in het omringende oerbos, en aan de oppervlakte de uiterst vruchtbare Limburgse lössgrond. Het Geleense Janskamperveld is niet de enige plaats op de Graetheide waar resten van bandkeramische bewoning zijn aangetroffen; ook rond de plaatsen Sittard, Stein en Elsloo waren - zij het op kleinere schaal - al eerder de sporen daarvan teruggevonden. De mensen die er 53 eeuwen voor onze jaartelling neerstreken hadden één traceerbaar kenmerk gemeen: ze gebruikten als serviesgoed, en voor de opslag van hun voorraden, potten en kruiken met het typerende bandmotief waaraan zij hun naamgeving danken. Hoe deze schriftloze beschaving zichzelf noemde, en welke taal men sprak, zijn gegevens die door de tijd zijn uitgewist. Het bezit van aardewerk vormt overigens een extra aanwijzing voor de plaatsgebonden leefwijze van deze verre

VU-MAGAZINE—SEPTEMBER 1991

ndanks de talrijke vondsten, elders in Europa, die betrekking hebben op bandkeramische nederzettingen, en ondanks het feit dat deze cultuur eigenlijk weinig geheimen meer heeft voor de gezamenlijke prehistorici, is de opgraving op het Janskamperveld van eminent belang, aldus Louwe Kooijmans. Hij beargumenteert deze stelling met het feit dat hier een "schone", compacte en vrij complete, maar vooral vroege nederzetting uit het stenen tijdperk is blootgelegd. Schoon en vroeg duidt op het feit voorouders. De jagers en verzame- dat de nederzetting weliswaar door laars die al lang voor de komst van de eerste generatie kolonisten bede bandkeramici in de zuidelijke woond is geweest, maar al na één a streken van ons land rondtrokken, anderhalve eeuw weer is verlaten. hadden geen behoefte aan dit zware Dit leidde, aldus de archeoloog, tot "minder dichte bewoningssporen". en nogal breekbare huisraad. De oorzaak van dat vroegtijdige Dat de bandkeramici de landbouw vertrek - andere bandkeramische beoefenden blijkt niet alleen uit hun vestigingen in de omgeving bleven langdurig verblijf op één plaats of aanzienlijk langer bewoond - is een het bezit van aardewerk. Die con- compleet mysterie. Maar het voorclusie is vooral ook gebaseerd op de deel is wel dat de sporen van de eervondst van bijvoorbeeld erwten, hn- ste bebouwing hier redelijk ongerept zen en graankorrels die in verkoolde zijn gebleven, waar ze elders door vorm de eeuwen trotseerden en tij- langduriger bewoning - elke vier dens de opgraving in grote hoeveel- jaar een nieuw huis erbij - danig heden zijn teruggevonden. Belang- verstoord raakten. rijkste vindplaats hiervan zijn de Het is, naar men aanvankelijk aanleemkuilen of langsgroeven, ontstaan nam, zeker geen bandkeramische door het uitgraven van het leem dat de bewoners destijds gebruikten om de muren van hun huis wind- en waterdicht te maken, en die naderhand gevuld raakten met onder meer huisvuil: behalve botanische resten bijvoorbeeld ook gebroken potten en afgedankte en gebroken resten van stenen werktuigen. Over het bezit van vee en andere dieren, al dan niet bestemd voor consumptie, is aan de hand van de Limburgse vondsten weinig te zeggen; beende/zoo/c/nederzetting geweest, maar wel ren die daartoe een aanwijzing hadde oudste in ons land. Na het verden kunnen geven, zijn in de loop trek van de eerste boeren bleef het der tijden in de loss volledig verJanskamperveld zo'n vijftig eeuwen gaan. lang leeg en verlaten, tot de meer geEen botanicus werd door de Leidse civiliseerde Romeinen op hun beurt archeologen ingehuurd om de resten deze uitgelezen plek als semi-permavan de cultuurgewassen - de oudste nente verblijfplaats ontdekten. Ze in ons land! - te analyseren en de kozen het plateau tot woonplaats en herkomst ervan te bepalen. Het zo- lieten er onder meer een crematiegeheten emmertarwe en de gerst grafveld na dat, tot de niet geringe blijken geteeld uit wilde soorten en verbazing van de Leidse onderzoe-

Verkoolde erwten (links) en Linzen die zijn aangetroffen in de leemkuilen naast de huizen, en die wijzen op de agrarische leefwijze van de prehistorische bewoners. Foto Jan Pauptit Instituut voor Prehistorie der R.U. te Leiden

Kolonisten moeten het zijn geweest, die - van oorsprong afkomstig uit Hongarije zich noordwaarts verspreidden over Europa.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 327

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's