VU Magazine 1991 - pagina 77
Cicero nu
P
rof.dr. P.H. Schrijvers waarschuwde zijn publiek vooraf: het zou eenfilosofischverhaal worden. Over Cicero en Seneca, over het epicurisme en het stoïcisme. De Leidse hoogleraar Latijn hield de eerste lezing in een cyclus over 'De kunst van het leven', georganiseerd door het Studium Generale van de Universiteit van Amsterdam. Van een latinist zou je mogen verwachten dat hij zijn betoog opbouwt volgens de regels van de klassieke retorica. De waarschuwing vooraf kon inderdaad worden opgevat als een onderdeel van het exordium, de inleiding waarin de spreker probeert het publiek welwillend en aandachtig te stemmen. En de manier waarop Schrijvers zich presenteerde leek meteen al te beantwoorden aan de regels van de actio of voordracht.
gens Schrijvers ook het recente pleidooi van onderwijsminister Ritzen voor een betere overdracht van normen en waarden in het onderwijs in deze traditie worden geplaatst.
O
ok elders in de huidige samenleving zag de spreker overblijfselen van de Stoa. Om de deugd te beoefenen moeten de emoties worden beheerst, meenden de aanhangers. Om dat te leren gingen zij in de leer bij een filosoof, die - zoals Persius het uitdrukte met zijn hniaal de gekromde zeden wist recht te buigen en met zijn duim het hart kneedde als was. Een soort therapeut dus. En het stoïcisme was een soort rationeel-emotieve therapie. Wie graag in de leer wil, krijgt tegenwoordig te maken met een ellenlange wachtlijst. Vroeger moet Terwijl hij werd ingeleid door ie- die korter zijn geweest, want lang mand die naast hem achter de tafel niet iedereen werd capabel genoeg zat, stak hij zijn neus naar voren en geacht om de kunst van het leven keek hij schuin omhoog, alsof hij onder de knie te krijgen. Persius kon iets vreemds rook en zich afvroeg dat mooi zeggen: "eerder kan men wat het precies was. Dit gaf hem het een harp door een lange stalknecht bij dit onderwerp passende voorko- laten bespelen". men van een denker. Die indruk Af en toe drukte Schrijvers zelf zich werd nog versterkt doordat hij zo ook aardig uit. De betekenis van het nu en dan de rechterhand met de woord levenskunst is tegenwoordig vingertoppen tegen het kale voor- versmald tot een "vulgair epicureïhoofd liet rusten. sche", klaagde hij, want Epicurus Helaas bleef de toepassing van de zelf vond dat het genot niet zonder retorica hiertoe beperkt. In plaats deugd moest worden nagestreefd. van een narratio en een argumenta- Het hedendaagse gebruik van zijn tio kreeg het publiek een hand out naam in de titels van kookboeken met teksten van Cicero en Seneca en getuigt van een "gastronomisch sade satiredichter Persius. De lezing lon-epicurisme". Slechts eenmaal wandelde kalmpjes langs die ver- deed de spreker een huivering door schillende teksten voort. Ze illustreerden ieder een facet van de levenskunst van de Romeinen. Het meest interessant waren eigenlijk de vele zijpaadjes die Schrijvers insloeg om verbanden te leggen met het gedachtengoed van latere tijden. Bijvoorbeeld de negentiende-eeuwse Franse filosofen waren zeer geïnteresseerd in de stoïcijnse filosofie. Zij voorzagen dat het christendom in toenemende mate aan gezag zou verliezen en vreesden voor een verval van normen. De sobere levenskunst van de stoïcijnen leek hen een goed alternatief. Overigens kan volVU-MAGAZINE—FEBRUARI 1991
Sprekers de zaal gaan, toen hij de uitdrukking 'best wel' gebruikte. Maar dat was pas tijdens het vragenuurtje ("De stoïcijnen mochten best wel medelijden voelen, als ze het maar niet toonden"). Hij kreeg een vriendelijk applaus, maar had vermoedelijk meer geoogst als hij de regels van de klassieke retorica had toegepast. Die zullen hem toch wel bekend zijn? Het is mogelijk dat Schrijvers er met opzet niet voor heeft gekozen, omdat zijn lezing een docerend karakter had. Vaak wordt de klassieke retorica uitsluitend geschikt geacht voor betogen, lezingen waarin het publiek tot een bepaald standpunt moet worden overreed. Maar bij uitstek de door Schrijvers vaak geciteerde Cicero schijnt daar anders over te hebben gedacht.
Door Johan de Koning
O
mdat hij toch discussie wilde uitlokken, poneerde Schrijvers ergens midden in zijn lezing een stelling. Die luidde ongeveer: "Tot aan de Romantiek is de esthetische kunst ondergeschikt geweest aan ethische normen, daarna gingen begrippen als orginaliteit, zelfexpressie en individuahsme een belangrijker rol spelen." Dat is meer een gemeenplaats dan een stelling. Sommige toehoorders gingen er wel op in, maar daar is eigenlijk geen lol aan. Omdat de stelling betrekkelijk los staat van de verdere lezing, kun je door haar aan te vechten het betoog als geheel niet onderuit halen, laat staan de goede naam van de spreker aantasten. Misschien moet de professor toch nog eens Cicero gaan lezen. D 23
Prof.dr. P.H. Schrijvers: tegen 'gastronomisch salon-epicurisme'. Foto Loek Zuyderduin
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's