Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 368

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 368

3 minuten leestijd

plaats in tussen de ouders en de jonge kinderen, identificeren zich sterker met de ouders, hebben daardoor meer respect voor autoriteit, worden conventioneler en sterker religieus. Aan ondermijning van het gezag hebben ze een broertje dood.

T

Frank J. Sulloway: 'Natuurlijk, het wordt een beetje '1984'-achtig.' Foto John Hunter Mottern

och bleken niet bij elke wetenschappelijke controverse revolutionairen en conservatieven zo gemakkelijk in te delen. Soms werden nieuwe standpunten ongeveer even sterk verdedigd door oudste als jongere kinderen, of waren de eerstgeborenen zelfs in de meerderheid. Maar geen nood; volgens Sulloway is dit uitstekend te verklaren doordat het in die gevallen meestal revoluties betrof met een ideologisch conservatieve inslag; nieuwe theorieën die de bestaande religieuze of pohtieke situatie verstevigden. Daaronder schaart Sulloway bijvoorbeeld de ideale classificatiesystemen. De biologie is eeuwen lang op zoek geweest naar een ordeningsprincipe voor de tienduizenden plante- en diersoorten. In de jaren twintig van de vorige eeuw raakte een systeem in zwang dat alle levende wezens indeelde in vijf concentrische cirkels, die samen de fraaie geometrische gedachtenwereld van spontane generatie als een gevaarlijde Schepper weerspiegelden (ook ke, materiahstische en atheïstische deze revolutie redde het niet). Sullo- visie. De weerlegging ervan bewees way ziet dat gezichtspunt als een ty- dat de Schepper nog altijd aan het pisch eerstgeborenen-standpunt: de begin van al het leven stond. ideeën erachter hebben een behoudende strekking. uUoway's conclusie: niet het

Hetzelfde geldt volgens hem voor een andere omwenteling, die wel beklijfde: de afrekening met het idee dat het leven spontaan kan ontstaan. Deze misvatting, al verdedigd door Aristoteles en bekend als spontane generatie, had vele eeuwen stand gehouden. Uit hooi kwamen immers spontaan micro-organismen voort, en uit vlees wilden nogal eens maden kruipen. De Italiaanse bioloog Spallanzani (1729-1799) toonde voor het eerst aan dat micro-organisamen niet vanzelf ontstonden. Geen wonder dat die afrekening vooral gesteund werd door eerstgeborenen, zegt Sulloway: in een tijdperk waarin steeds meer biologische verschijnselen langs mechanistische weg verklaard werden zagen 'conservatieven' de gedachte achter 6

S

revolutionaire karakter van een nieuwe theorie is belangrijk, maar meer hoe radicaal de nieuwe theorie is in moreel of maatschappelijk opzicht. Als een nieuwe hypothese de rehgieuze status quo bevestigt, of hiërarchie en orde benadrukt, wil ook de oudste zoon of dochter een heel eind mee gaan. Alleen dan zijn die dekselse latergeborenen weer tegen. Dat hij zich hiermee op glad ijs begeeft is duidelijk. Immers: vaststellen welke positie een wetenschapper in een debat innam is nog wel mogelijk, maar hoe bepaal je of een nieuwe theorie conservatief of juist radicaal was? Sulloway beroept zich echter op zijn experts, de vakhistorici: zij hebben mogen aangeven hoe radicaal een nieuwe theorie was in het toenmalige tijdsgewricht. En,

verzekert Sulloway, daarover is men opvallend eensgezind. Overigens was de plaats in het gezin niet de enige omstandigheid die het gedrag van de 2784 wetenschappers leek te bepalen. Sulloway heeft in totaal tachtig factoren in zijn analyse betrokken, waarvan er twaalf een significante invloed bleken te hebben. Zo zijn ook pohtieke en rehgieuze overtuiging, sekse, nationahteit, ras en leeftijd van de onderzoeker van belang. "De plaats binnen het gezin heeft alles bij elkaar de grootste voorspellende waarde", zegt Sulloway. "Maar als je zwart bent, of vrouw, of jood in MiddenEuropa, zoals Einstein, dan zegt het feit dat je de oudste thuis was vrij weinig. Mensen in dergelijke underdog-posities blijken vaak veel radicaler te worden, ook in hun geneigdheid nieuwe ideeën te accepteren." Sulloway heeft zijn bevindingen nu in een computermodel ondergebracht, dat op grond van de twaalf relevante factoren kan 'berekenen', hoe sterk een willekeurige VU-MAGAZINE—OKTOBER 1991

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 368

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's