VU Magazine 1991 - pagina 164
U
^ ^ ^ ^"^* I""""^ ^ ^ i ^ ^ ^ ^ ^ " ^ " _ l^&J
Q
iteindelijk barstte in 1953 de Piltdown-tijdbom. Een team van Engelse onderzoekers, onder wie Keith's opvolger Wilfred LeGros Clark, stelde onomstotelijk de vervalsing van de Piltdown-schedel vast. Nieuwe onderzoeksmethoden toonden aan dat de schedelfragmenten hooguit tweeduizend jaar oud waren. De onderkaak en tanden waren afkomstig van een vrouwelijke orang oetan. Ze waren bijgevijld om een menselijke slijtage te suggereren. De donkere kleuring was het gevolg van een behandeling met kaliumbichromaat en de werktuigen waren van moderne makelij. De zoogdierfossielen, die de hoge ouderdom van de Piltdown-schedel moesten aantonen, bleken van elders afkomstig. Van een olifantskies kon, vanwege zijn extreem hoge radioactiviteit, met grote zekerheid worden vastgesteld dat hij uit een groeve in Tunesië afkomstig was. De onthullingen veroorzaakten een storm van verontwaardiging in Engeland en leidden zelfs tot vragen in het parlement. De ontmaskering van de dader(s) werd geëist. Maar de meeste betrokkenen waren reeds over leden. Enerzijds gelukkig, omdat het wel erg pijnlijk zou zijn geweest zulke eminente heren van hun troon te stoten. Maar i het betekende wel dat de speurders naar de waarheid het vooral moesten doen met circumstancial evidence (aanvullend bewijs). Het feit dat echte bewijsvoering niet meer
De Nederlander raakte verbitterd. Naar verluidt begroef hij de beenderresten onder de vloer van zijn eetkamer.
Een reconstructie van de Piltdownmens, zoals deze eruit gezien zou kunnen hebben als de schedel niet vals was geweest.
mogelijk was, en dat er derhalve geput moest worden uit briefwisselingen, overgeleverde toespelingen en pas later bemerkte verdachte gedragingen, stimuleerde een ware wildgroei aan verdachte personen. Naast talrijke artikelen zijn in de afgelopen jaren minstens vijf boeken verschenen die de Piltdown-fraude als onderwerp hebben. Ze lezen alle als detective-verhalen, waarbij antwoord wordt gezocht op de drie klassieke vragen: wie had de kennis, de gelegenheid en het motief om deze fraude te plegen?
cussiestof oplevert, vertoont de Piltdown-affaire een aspect dat ook voor de wetenschap in het algemeen, van groot belang is. De zaak toont immers aan hoe makkelijk ook wetenschappers het slachtoffer kunnen worden van eigen vooringenomen denkbeelden. Kritiek van collega-onderzoekers kan in zulke gevallen ertoe leiden dat men zich juist afsluit voor de argumenten en ze afdoet als broodnijd en jaloezie. Van meer praktisch belang is het feit dat juist critici toegang dienen te krijgen tot het oorspronkelijke, ruwe materiaal. Het oorspronkelijke materiaal werd zorgvuldig in een kluis bewaard. Andere onderzoekers moesten het stellen met afgietsels, waaraan de kunstmatige kleuring en slijtage van de tanden niet te zien was. Die omstandigheid maakte een vroegtijdige ontmaskering onmogelijk. De discussie over de noodzaak van het beschikbaar stellen van oorspronkelijk materiaal, en van een nauwkeurige beschrijving van de wijze van onderzoek, heeft nog niets aan actualiteit ingeboet. In het afgelopen jaar was veel van de kritiek op de spectaculaire claim van Fleischmann en Pons op kernfusie bij lage temperaturen ('koude kernfusie') juist gericht op het feit dat de heren niet bekend maakten hoe zij hun experimenten precies hadden uitgevoerd, En prof. Buck had veel ellende kunnen voorkomen als hij zijn stofje door derden had laten onderzoeken op de vraag of het wel echt het veranderde DNA bevatte, waarop hij zo hoopte. Hoop is in de wetenschap een slechte raadgever. En juist het vertrouwen in eigen objectiviteit maakt wetenschappers, volgens goochelaars, tot de gemakkelijkste slachtoffers van illusie en bedrog. D
Literatuur: C. Blinderman, The Piltdown Inquest, 1986 W. Broad & N. Wade, Betrayers of the truth, 1982 S.J. Gould, The Panda's Thumb, 1983 S.J. Gould, Hen's Teeth and Horse's Toes, 1983 D. Johanson & M. Edey, Lucy - het begin van de mensheid,
1981 L. Krishtalka, Dinosaurs Plots, 1989 R. Lewin, Bones of Contention, 1987 R. l\/lillar, The Piltdown Men, 1972 F. Spencer, Piltdown: A Scientific Forgery, 1990 F. Spencer, The Piltdown Papers 1908-1955,1990 J.S. Weiner, The Piltdown Forgery, Oxford University Press,
1955
Hoewel de wtiodunnit-yraag, ondanks het overlijden van de betrokkenen, altijd interessante dis22
VU-MAGAZINE—APRIL 1991
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's