Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 75

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 75

4 minuten leestijd

T

erwijl men vroeger maar moest geloven in het bestaan van zoiets als molekulen, kunnen we ze tegenwoordig, met behulp van de meest geavanceerde microscopen zelfs zichtbaar maken. "Wij, chemici, kunnen verklaren waarom een roos rood is, waarom in de herfst de bladeren bruin kleuren, waarom bepaalde farmaceutica de pijn verlichten, gifgas dodelijk is, en polymeren vezels vormen. En wij hebben de plicht die kennis uit te dragen onder een breed publiek", aldus het optimistisch getoonzette betoog van Atkins. Het moet gezegd: deze Brit geeft in dit opzicht zelf het goede voorbeeld. Hij heeft zich sinds een aantal jaren geheel gewijd aan de overdracht van chemische basiskennis. En een van de vruchten daarvan is het fraai geïllustreerde, zeer leesbare boek 'Molekulen; Chemie in drie dimensies' (in 1990 ook in een Nederlandse vertaling verschenen als deel 19 van de Wetenschappelijke Bibliotheek, een uitgave van Natuur & Techniek), waarin de molekulaire samenstelling van tal van natuurlijke en gesynthetiseerde, giftige en ongevaarlijke stoffen, op inzichtelijke wijze uit de doeken wordt gedaan. De angst voor de chemie zal als bij toverslag verdwijnen, wanneer het grote publiek leert inzien dat een chemische reactie niet meer is dan een relokatie van atomen, aldus Atkins. "Laat zien dat de mens omringd is door, en afhankelijk is van dit soort reacties, en dat het eigen lichaam, zoals trouwens alle leven, bestaat bij de gratie van chemische reacties." Dat deze menselijke chemie, hoe 'natuurlijk' ook, niet per definitie milieuvriendelijk is, mag overigens blijken uit het feit dat bij elke ademhaling zuurstof aan de atmosfeer wordt onttrokken, terwijl het schadelijke kooldioxide (onder meer verantwoordelijk voor het broeikaseffect) wordt uitgeblazen. Trouwens ook de hoeveelheid fosfaten waarmee de mens, via de stoelgang, het milieu opzadelt, is allerminst gering.

deels langs synthetische weg ontwikkeld. Circa zeventigduizend van die stoffen worden op de een of andere wijze voor commerciële doeleinden geproduceerd en gebruikt. Jaarlijks komen daar nog eens tweeduizend bij. Slechts vijftien procent van die 'commerciële' stoffen zijn voldoende gescreend op toxicologische effecten en risico's. Wat de overige betreft is dus weinig of niets bekend omtrent hun bijwerkingen, afbreektijd en eventuele schadelijkheid met name op langere

'We hebben fouten gemaakt die soms aan ontoereikende inzichten waren te wijten, soms ook aan onachtzaamheid. We hebben geleerd van die fouten.' termijn. En dat lijkt, ondanks alle positieve berichtgeving vanuit de chemische sector, geen echt geruststellende gedachte. "Die vijftien procent lijkt weinig", aldus prof.dr. U.A.Th. Brinkman. "Maar vergeet niet dat chemici driftig bezig zijn die achterstand in te lopen." Brinkman, hoogleraar analytische chemie aan de Vrije Universiteit, legt desgevraagd uit dat stoffen die nieuw op de markt verschijnen het eerst voor zo'n evaluatie in aanmerking komen. "Die krijgen voorrang in de evaluatie. In de tijd die overblijft komen de andere stoffen aan de beurt. De richtlijnen zijn strenger dan vroeger. Die tovenaarsleerling was er al, en chemici zijn nu pas goed in Prof.dr. u.A.ih. de weer om de zaak onder controle te krijgen." Brinkman: _ ^ De analyse- en evaluatiemethoden zelf zijn inFoto%%m"de"^ middels ook sterk veranderd; grondiger en com- Hollander

N

a zo'n meervoudige kijk op de chemie blijft toch een aantal vragen onbeantwoord. Zoals: hoe afhankelijk zijn mens en milieu in hun voortbestaan van de chemische industrie? Is de ontwikkeling van steeds meer nieuwe chemische stoffen, waarvan de mogelijk kwalijke eigenschappen niet of onvoldoende onderzocht zijn, nog wel controleerbaar? En hoe, en onder welke voorwaarden kan de chemische industrie daadwerkelijk bijdragen aan het voorkomen èn bestrijden van huidige en toekomstige milieuproblemen? Wat zijn, kortom de risico's, en wat de baten? Eerst nog wat cijfers die de indruk wekken dat chemici veel weg hebben van de tovenaarsleerling die de door hem opgeroepen krachten en reacties niet meer onder controle heeft. Ruw geschat zijn er inmiddels zo'n tienmiljoen chemische stoffen, deels voortkomend in de natuur, VU-MAGAZlNE—FEBRUARI 1991

21

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 75

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's