Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 338

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 338

4 minuten leestijd

Prof. dr. G. de Haan: niet onder de indruk van batterij methodologie. Foto Jan Willem van Vliet

doen, dan zou je een controlegroep wel zes jaar lang moeten volgen. "Ik ben dus niet zo onder de indruk van het grootschalige van dit soort onderzoek, van die enorme batterij methodologie die er op losgelaten wordt. Het gevaar is dat men veel te weinig nadenkt over hoe grammatica van invloed kan zijn op schrijfvaardigheid. De methodologie gaat voor de theorie. Eigenlijk zou het zo moeten zijn dat je heel plausibele ideeën hebt ontwikkeld over grammatica en schrijven, en dat je dan eventueel nog even zo'n experimenteel onderzoek doet om je gelijk te halen." Nog een nadeel van grootschalig experimenteel onderzoek is, dat het zeer prijzig is. Het onderzoek van Van de Gein heeft een half miljoen gekost. Het zou bekrompen zijn om daarom dit soort onderzoek af te wijzen, maar al dat geld dat zo'n onderzoek kost wordt wel een doorn in het oog voor de onderwijzers op de proefscholen, die zelf steeds opnieuw met vervelende bezuinigingsmaatregelen worden geconfronteerd. De proefleidsters van Jannemieke van de Gein werden regelmatig per taxi van de ene school naar de andere vervoerd, omdat ze per trein en bus niet alle scholen twee keer per week konden bereiken. De onderwijzers werden groen van ergernis als ze zagen dat het Ministerie van Onder-

wijs geld beschikbaar stelde om een paar dames van de universiteit per taxi van Dordrecht naar Vlaardingen te vervoeren!

N

3 l\

I iet gebrek aan objectiviteit, maar gebrek aan inzicht is het probleem in ons vakgebied," vervolgt Ger de Haan. "Men heeft geen idee wat er bij schrijfvaardigheid komt kijken." Dat roept de vraag op of De Haan zelf wel meer ideeën heeft over de relatie tussen grammatica en schrijven. Die heeft hij. "Ik kan me voorstellen dat je voor het schrijven een heel beperkte hoeveelheid grammaticale begrippen nodig hebt. Onderwerp, persoonsvorm, en bijvoorbeeld begrippen als compleetheid en cohesie. Kinderen moeten leren dat een tekst op zichzelf moet kunnen staan. De communicatieve situatie is bij het schrijven anders dan bij het spreken. Je moet kinderen laten nadenken over de eigenschappen van een geschreven tekst, die maken dat die tekst op zichzelf begrepen kan worden. Bijvoorbeeld het gebruik van voornaamwoorden: als je een tekst met 'hij' begint, weet de lezer niet wie dat is. 'De man stond op', met die zin kun je een tekst niet beginnen. 'Ik liep een restaurant binnen. De kelner liep op ons toe', zo kun je weer wèl beginnen, omdat het woord 'restaurant' een soort script oproept waar kelners bij horen. Ik kan me voorstellen dat je kinderen voor dat soort dingen gevoelig maakt, dat je daar oefeningen mee maakt. Daar kan wat grammaticale terminologie bijkomen. Dat is wat anders dan zinsontleden en ik zie ook niet waarom dat zou moeten in de vorm van zinsopbouwonderwijs." Naast dit grammaticaonderwijs-in-dienst-vanhet-schrijven pleit De Haan ervoor om in de hoogste klas van de basisschool les te geven in taalbeschouwing. Kinderen laten nadenken over wat taal is en waartoe taal dient. Het verschil tussen mensentaal en dierentaal en wat De Haan noemt "apenverhalen" zijn geschikte hulpmiddelen om kinderen te laten nadenken over taal. (Apenverhalen zijn verhalen over chimpansees die men taal probeert te leren en verhalen over kinderen die tot hun tiende in een kast of bij de wolven hebben gewoond, hoe die dan daarna taal leren.) Deze lessen hoeven van De Haan geen enkel hoger doel te dienen. "Het heeft een belang op zich. Taal staat als communicatiemiddel zo centraal in onze maatschappij, dat je alleen daarom al aan taalbeschouwingsonderwijs moet doen."

T

egen de methode 'Grammatica in Balans' heeft De Haan een vrij principieel bezwaar. Hij vindt dat lesmateriaal ontwikkeld moet worden door docenten, en niet door wetenschappers op een universiteit. "Docenten die daar belangstelling voor hebben zijn de beste materiaalmakers. Zij kennen de lessituatie. Zij kunnen dingen uitproberen en weer verbeteren. 20

VU-MAGAZINE—SEPTEMBER 1991

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 338

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's