Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 197

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 197

4 minuten leestijd

broken, is aangetoond dat de dieren nog loop- en renbewegingen kunnen maken als men ze op een draaiende tredmolen plaatst. De onder hun pootjes bewegende ondergrond zet ze klaarblijkelijk aan tot het uitvoeren van loopgedrag. Maar staat de band stil dan zal zo'n kat nimmer gaan lopen.

B

ij menselijke proefpersonen blijken simpele reflexen zoals het kniepeesreflex te veranderen als zo iemand gelijktijdig een rekensom tracht op te lossen. Cools meent dan ook dat er in de structuur van het zenuwstelsel sprake moet zijn van een complexe hiërarchie. Het is daarom onjuist te zeggen dat hersenen gedrag produceren; de kat kon immers ook lopen zonder betrokkenheid van de hersenen. Maar op een of andere wijze is de hersenstructuur wel betrokken bij het programmeren van gedrag. Tekort of teveel van een bepaalde neurotransmitter in de hersenen is zo uit te leggen als een programmeerstoornis. Het voordeel van deze

kijk op hersenen is dat storingen in het gedrag van dieren gekoppeld kunnen worden aan storingen in het gedrag van mensen, zonder dat het gedrag op zich sterk vergelijkbaar is. Een kat die lijdt aan een tekort van de neurotransmitter dopamine kan bepaalde verbanden niet meer automatisch leggen. Het dier kan zich bijvoorbeeld niet in een vloeiende beweging naar een voederbak begeven en daar gaan eten. Volgens Cools zou dit een gevolg zijn van dezelfde programmeerstoornissen waarvan Parkinson-patiënten last hebben. Ook bij deze ziekte gaat het uitvoeren van handelingen met een zekere traagheid gepaard, doordat elk stapje apart doorlopen wordt. Van lijders aan de ziekte van Parkinson is bekend dat zij eveneens kampen met tekorten aan dopamine in bepaalde delen van de hersenen. Zulke storingen zullen nimmer eenvoudig op te heff'en zijn omdat meerdere neurotransmitters bij verschillende gedragsprogrammeringen zijn betrokken.

transmitter die wordt afgegeven, de gevoeligheid van het membraan van de opvolgende zenuwcel (waarbij de aanwezigheid van specifieke receptoren doorslaggevend zijn) en de mate en snelheid waarmee de neurotransmitter weer wordt afgebroken.

ezeSmitische lem;uwe weel ;tijJ ïreed ihel ml .ndi uro'

VU-MAGAZINE—MEI 1991

.

De Groninger gedragsfysioloog prof.dr. J.M. Koolhaas doet proeven waarbij hij ratten uit verschillende sociale rangorden met elkaar laat vechten. Een opvallende uitkomst uit de experimenten is dat sommige

Door bepaalde stoffen aan het systeem aan te leveren blijken de stemming, het bewegen en de waarnemingen beïnvloed te kunnen worden. ratten door een eenmahg verlies permanent van gedrag blijken te veranderen. Verliezers raken soms in een anorexische toestand: ze eten bijna niet meer en vertonen een veel pas- Op deze zenuwcel komen tientallen siever gedrag. synapsen (de Volgens Koolhaas zijn er zowel bij 'zuignapjes') uit. Het de mens als bij vele diersoorten twee geeft een indruk hoe de manieren van omgaan met verande- complex netwerken zijn die ringen. Sommige individuen stellen door zenuwcellen zich actief op, terwijl andere juist worden opgebouwd.

Momenteel zijn zo'n vijftien verschillende typen neurotransmitters bekend, die ieder voor zich een karakteristieke invloed bij de overdracht kunnen uitoefenen. Zij kunnen elkaar daarbij ook nog eens in werking versterken of verzwakken. De receptoren op de volgende (de zogenaamde postsynaptische) zenuwcel zijn meestal specifiek gevoelig voor één bepaald type neurotransmitter, en ook zij kunnen soms elkaars gevoeligheid beïnvloeden. Bij overstimulatie van bepaalde receptoren door de constante toevoer van een bepaalde neurotransmitter, zal het aantal receptoren op den duur afnemen. Aan de andere kant kan bij vermindering van het aanbod van deze chemische boodschapper het aantal of de gevoeligheid van de receptoren toenemen. Bedenkt men bij dit alles dat zenuwcellen vaak duizenden synaptische contacten hebben en de hierboven geschetste werking een sterke simplificatie is, dan kan men zich voorstellen dat bij het onderzoek naar de rol van neurotransmitters het nodige komt kijken. Door de sleutelrol die neurotransmitters spelen, in het ingewikkelde patroon van schakelingen die uiteindelijk resulteren in waarnemingen en handelingen, bepalen zij in belangrijke mate hoe het individu relaties met de buitenwereld onderhoudt. Het nettoresultaat van neurotransmitters is dat zij de meeste systemen remmen. Zo vindt een scheiding van het kaf en het koren plaats en kunnen levende wezens zich toeleggen op activiteiten die echt belangrijk zijn voor het voortbestaan. Zou dit niet het geval zijn dan zouden de hersenen al snel bezwijken aan een overmaat aan te verwerken informatie. D

11

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 197

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's