Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 354

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 354

5 minuten leestijd

vindt een objectivering, een 'buitenhchamelijke belichaming', van informatie plaats. Een arts, werkzaam in Afrika, vertelt hoe een medicijnman van de stam waar hij verblijft, hem bewondert om zijn geneeskundige resultaten. De arts merkt op een gegeven moment dat de medicijnman de hut, waar hij als arts woont en zijn instrumenten en handboeken bewaart, binnensluipt tijdens zijn afwezig-

Belde geheugenfuncties hebben elkaar nodig en kunnen eikaars werkzaamheid stimuleren, mits er zowel in onderwijs als in overheidsbeleid zicht komt op deze eigensoortige mogelijkheden. heid. Behoedzaam gaat de arts de medicijnman na om te zien wat deze wil doen. Tot zijn verbazing ziet hij dat de medicijnman naar de boekenkast loopt, er een handboek uitneemt en het tegen zijn oor houdt om de machtige boodschap af te luisteren die dit tovermiddel in zich schijnt te bergen. Vanuit de eigen gefixeerde stamcultuur kon hij kennelijk de grenzen van de mondelinge informatie niet doorbreken. Louter mondelinge overlevering leidt tot een gesloten samenleving, schreef McLuhan. En inderdaad bracht juist het fonetische alfabet, samen met de verveelvoudiging van het schrift, de mogelijkheid om een cultuur vergaand te ontsluiten. De bewaarfunctie van het boek houdt universaliteit en objectiviteit in.

N

a orale en grafische overdracht bereikt de Westerse mens nu een tijdperk van elektronische communicatie. Een combinatie van mondehnge - via een beeldbuis en video - met grafische en beweeglijke visuele communicatie, wordt werkelijkheid. Ook grote opslag binnen klein bestek wordt mogelijk, bijvoorbeeld enkele honderden boeken op één enkele beeldplaat. Deze manier van informatie-overdracht bundelt de voordelen van beide voorgaande fasen. 36

Het beeldscherm is zowel visueel als grafisch (teksten, boeken, schema's). Het is zowel individueel - men kan met een concreet persoon visueel en auditief, zelfs in close-up, in contact komen - als universeel - omdat één persoon een miljoen huiskamers tegelijk kan binnenkomen. Ook al is zo'n individueel contact feitelijk slechts in schijn echte communicatie, toch zijn er reeds beperkte mogelijkheden voor zoiets als tweerichtingsverkeer ('antwoordkabels') en kan het visueel en auditief gebrachte woord meer indruk maken dan geschreven en gelezen zinnen. Verder zijn er talloze mogelijkheden voor zinvolle selectie van informatie, onder meer door deze op bepaalde beroepsgroepen te richten die de informatie via een decoderingssysteem kunnen opvangen. Ook kan men selectiesystemen invoeren, waarbij men kiest voor bijvoorbeeld wetenschappelijke, toeristische en dergelijke informatie, met uitsluiting van andere.

Z

al het boek niet verdwijnen onder deze lawine van nieuwe mogelijkheden, verkorting van informatie-afstanden, beeldende en suggestieve uitdrukkingsmiddelen, en het toegankelijk maken van ongekende hoeveelheden gegevens waar ook ter wereld? Nee, want het boek heeft een andere functie dan de elektronische media, die we gemakshalve aanduiden als 'beeldscherm-media'. Het beeldscherm heeft meer mogelijkheden tot overdracht van schrift, klank, beeld, bewegingsverloop. Maar daarin is het ook vluchtiger, kortstondiger. Tekst en beeld maken telkens weer plaats voor andere teksten en beelden. Het beeldscherm is te vergelijken met het korte-termijn-geheugen van de mens, boek en tijdschrift eerder met het lange-termijn-geheugen. Het is bekend dat het eerstgenoemde geheugen het spoedigst te lijden heeft onder de tijd die sporen uitwist en vergeetachtigheid veroorzaakt, terwijl laatstgenoemde functie meer bestendig blijkt te zijn. Het boek is dan ook het lange-termijn-geheugen van de mensheid. Hieruit vloeit een aantal gezichtspunten voort. Ten eerste dat men moet nagaan welke informatie meer voor beeldscherm, welke meer voor

het boek geschikt is. Dat zal vooral van de actualiteitsgraad afhangen. De weg die het boek aflegt van producent tot consument - auteur-uitgever-boekhandel-koper (of bibliotheeklener) - is lang. Daar moet dus de 'traditie-waarde' belangrijker zijn dan de actualiteitswaarde. Combinaties van boek en scherm zullen nuttig blijken. Kladpapier voor vluchtige notities, het kaartsysteem naast het boek, voetnoten die vanuit een actuele en voorbijgaande situatie het boek illustreren, dat alles kan vervangen worden door elektronische media. Omgekeerd zullen laatstgenoemde media vele thema's slechts vluchtig aanroeren, die verdieping vergen en die het produceren van nieuwe boeken kunnen stimuleren. Een andere, eigen functie van het boek, maar ook van de krant - weliswaar een eendagsvlieg maar bestendiger dan de pixels die het beeld op een scherm vormen - is de aanpassing aan de lezer. Er zijn mensen die veel vlugger lezen dan anderen; hoe traag kan de tekst van het 'Nieuws voor slechthorenden' soms over het beeldscherm scliuiven. Er zijn ook teksten die voor de een slechts een enkele lezing, voor een ander enkele malen het herlezen waard zijn. Bij een persoonlijk toegang tot de informatiebron, bijvoorbeeld via een eigen aansluiting op een databank, hoeft dit geen bezwaar te zijn, maar dan doen zich op ander terrein gelijksoortige moeilijkheden voor: het doorbladeren van een boek om iets op te zoeken is bij een beeldscherm (het zogenaamde scannen) minder goed uitvoerbaar. En het op goed geluk opslaan van een boek om een indruk ervan te krijgen, is via elektronische middelen minder overzichtelijk. De grotere bestendigheid van het boek tegenover de vluchtigheid van het scherm, vormen dus verschillende, buiten het lichaam verplaatste geheugenfuncties van de mensheid. Deze varianten bepalen zowel inhoudelijk wat voor soort informatie in elk van beide communicatiekanalen terecht moet komen, als ook welke vorm, welke procedures het best voor de een of de ander geschikt zijn. Beide geheugenfuncties hebben elkaar nodig en kunnen elkaars werkzaamheid stimuleren. VU'MAGAZINE—SEPTEMBER 1991

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 354

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's