VU Magazine 1991 - pagina 205
Z
elfoverschatting van de fysicus spreekt bijvoorbeeld uit de volgende uitspraak van Paul Davies, auteur van een populariserende verhandeling over 'God en de nieuwe natuurkunde', welke enkele jaren terug op de bestsellerlijst belandde. Davies schrijft daarin: "De geweldige kracht van het wetenschappelijk denken is zichtbaar in de hedendaagse wonderen der techniek. Het lijkt daarom redelijk ook enig vertrouwen te hebben in het wereldbeeld van de wetenschapper." Over die wonderen der techniek valt nog te praten. Maar uit de redenering dat wie zo leuk met sterrekijker en computer overweg kan, ook wel geschikt zal zijn voor pak-weg het ambt van zieleherder, lijkt alle logica verdwenen. Stephen Hawking, de ernstig gehandicapte, uiterst populaire, Britse geleerde, staat, wat betreft het doen van apodictische uitspraken, ook z'n mannetje. Hij is degene die nog vóór 2000 die ene, allesomvattende formule verwacht. Als die er is, "kunnen allen, filosofen, geleerden en gewone mensen, deelnemen aan de discussie waarom wij en het heelal bestaan", stelt hij, "Wanneer we het antwoord op die vraag kennen is dat de bekroning van het menselijk verstand, want dan kennen we de geest van God", aldus waarnemend godgeleerde Hawking. De enige vraag die een cynicus dan nog zou kunnen opwerpen is, wat zo'n volledig begrepen bestaan nog voor zin heeft.
werd gevormd door de op Newton gebaseerde wetten der mechanica, het elektromagnetisme dat door /Waxwe//wetmatig geformuleerd was, en de thermodynamica waaraan namen als die van Keivin en Clausius waren verbonden. Veel meer viel er niet te ontdekken, dacht men. De natuurkunde was bijna af. Tegen die achtergrond luidden de twee hoofdingrediënten van de nieuwe fysica een ware revolutie in. Een radikale breuk die des te opmerkelijker was, omdat - hoe men het ook wendde of keerde - d e relativiteitstheorie niet met de kwantummechanica te rijmen vielen. Zelfs tot op heden zijn theoretisch natuurkundigen er niet in geslaagd om beide theoretische kaders - hoe nuttig en bruikbaar voor de natuurwetenschappen ze afzonderlijk ook mogen zijn - onder één noemer te brengen. En dat laatste is toch een conditio sine qua non om tot die ene Grand Unified Tfieorie, waarnaar Hawking c.s. zo naarstig op zoek zijn, te komen. De algemene relativiteitstheorie verklaart verschijnselen als ruimte en tijd vanuit zwaartekracht en materie. In de kwantumtheorie zijn ruimte en tijd juist het uitgangspunt: zij vormen het kader waarbinnen zich processen afspelen die meer licht moeten werpen op het mysterie
En - over dominees gesproken - wat te denken van de volgende quote uit een interview dat VU-Magazine vier jaar terug had met de Utrechtse hoogleraar in de theoretische natuurkunde van eigen bodem, G. 't Hooft? Dat hij "niet voetstoots (wil) aannemen dat er iemand is geweest die de klok heel precies heeft afgesteld", valt onvoorwaardelijk te billijken. IVIaar zijn argumentatie roept vraagtekens op. "Dergelijke samenzweringsverschijnselen worden nergens in de natuur gezien; alleen daar waar we de natuur nog niet goed kennen. We nemen aan dat het probleem wel zal verdwijnen als we de juiste modellen hebben gevonden." De oplossing van de allerlaatste raadselen is slechts een kwestie van tijd en acribie.
O
p welke inzichten van de nieuwe natuurkunde zijn die aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheden, waarop de spreekstalmeesters van de kosmologie ons vergasten, nu eigenlijk gebaseerd? Dat blijken met name de algemene relativiteitstheorie van Albert Einstein uit 1915, en de raadselachtige, veelbesproken en door weinigen begrepen kwantumtheorie waarvoor Max Planck in 1900 de eerste fundamenten legde. De jaartallen geven al aan dat 'nieuw' in dit verband dus een zeer betrekkelijk begrip is. Het bijvoeglijk naamwoord dient dan ook vooral om de twintigste-eeuwse fysica te onderscheiden van de 'klassieke' natuurkunde. Kern van de laatste VU-MAGA2INE^MEI 1991
19
God en Zijn engelen boven planeten en sterren, met mens en wereld als het absolute middelpunt: kosmologie en geloof nog in volstrekte harmonie.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's