VU Magazine 1991 - pagina 299
zend mensen per maand de toegang geweigerd. Ellis Island ligt ongeveer anderhalve kilometer van het zuidelijke puntje van het Newyorkse Manhattan, en op slechts enkele honderden meters van een ander, veel beroemder eilandje in dezelfde baai: Liberty Island, waar het Vrijheidsbeeld staat. Twee symbolen, vlak bij elkaar: het één van hooggestemde idealen over de menselijke vrijheid;
In de vorige eeuw was het Amerikaanse imago nog geheel nieuw, en springlevend. De Atlantische Oceaan ontwikkelde zich tot een druk bevaren route, waarover tientallen miljoenen Ieren, Tsjechen, Duitsers, Nederlanders, Grieken, Italianen en Russen zich naar een beter leven Heten transporteren. Vaak waren die immigranten op de vlucht voor persoonlijke en collectieve rampspoed, die Europeanen in
hun verhalen over werk, succes en overvloed; ze beloofden bovendien opvang en hulp bij overkomst van de achterblijvers. Soms stuurden ze zelfs boottickets en aanbevelingsbrieven voor de immigratiedienst. De moderne propaganda van stoombootmaatschappijen en om arbeidskracht verlegen zittende Westamerikaanse staten deden de rest. Tussen 1880 en 1924 Heten in totaal meer dan 26 miljoen Europeanen zich naar de overkant van de oceaan lokken.
V
erreweg de meeste van de afgeladen stoomschepen legden aan in New York. Het eerste dat de immigranten destijds zagen was altijd het Vrijheidsbeeld, dat langzaam opdoemde terwijl het schip vanaf de oceaan de baai invoer. Oog in oog komen te staan met het kolossale bouwsel moet, als we de verhalen mogen geloven, een bijna religieuze ervaring zijn geweest. 'Tk zag het beeld en dacht: 'goddank, ik ben vrij'", luidden de in het museum opgetekende woorden uit de mond van een Armeense immigrant, "ik kom naar een land waar ik vrij kan zijn". "Ik dacht dat
het ander van een kille administratieve machine die bepaalde wie wel en wie niet voor het land van die idealen in aanmerking kwam. Na tientallen jaren van rust en verval werd Ellis Island vorig jaar grondig opgeknapt. Nu doen het eiland en de gebouwen dienst als museum en monument voor de immigratie. Deze zomer worden er weer honderdduizenden mensen verwacht; ditmaal niet om te immigreren, maar om de sfeer te proeven waarin vaders, moeders, opa's en oma's destijds voet aan wal zetten. Veertig procent van alle Amerikanen heeft voorouders die via EUis Island het land zijn binnengekomen.
A
merika: het land van onbegrensde mogelijkheden, waar vrijheid en gerechtigheid heerst, waar niemand op z'n afkomst wordt aangekeken, waar welvaart voor iedereen bereikbaar is, waar soms zelfs het geld voor het grijpen Hgt - het beeld is aangetast, maar zelfs nu nog niet helemaal weggesleten. VU-MAGAZINE-^ULI/AUGUSTUS 1991
die tijd overviel. De economische ontwikkeHng in de Oude Wereld hield geen gelijke tred met het groeiend aantal burgers; tussen 1750 en 1850 nam de omvang van de bevolking toe van 140 tot 250 miljoen mensen. Er ontstond een nijpend tekort aan arbeidsplaatsen en bouwland. Het jonge Amerika had beide in overvloed. Alleen al uit Ierland waagden anderhalf miljoen mensen de oversteek, nadat tussen 1845 en 1850 een schimmelziekte de totale aardappeloogst had vernietigd en een miljoen landgenoten waren verhongerd. Ook onderdrukking van bepaalde bevolkingsgroepen leidde tot een uittocht. Voor miljoenen joden uit Duitsland en Oost-Europa was emigratie de enige mogelijkheid om te ontkomen aan pogroms en vervolging. Armeniërs vluchtten voor de Turken, Balten voor het leger van de tsaar. Na 1880 begon de emigratie steeds meer trekken van een sneeuwbaleffect te vertonen. De pioniers maakten het thuisfront lekker met
EUis Island en Manhattan.
'Ik zag het vrijheidsbeeld beeld en dacht: goddank, ik ben vrij, ik kom naar een land waar ik vrij kan zijn.' ik in de hemel was aangekomen", vertelde een ander later. Mensen huilden, kinderen dansten uitzinnig op het dek. De aanblik van het beeld was het signaal dat de landverhuizers de bootreis hadden overleefd - een reis tijdens welke sommigen naar eigen zeggen liever waren doodgegaan. De overtocht duurde een week tot een maand, en was voor de meeste, onderin het schip vertoevende passagiers een regelrechte verschrikking. Ziektes, onhygiënische toestanden, slecht eten en overbevolkte ruimtes zonder privacy waren schering en inslag. "Ik was de hele reis zeeziek. Ik deed niets anders dan bidden dat het schip zou zinken", herinnert een emigrante zich. Helaas voor de reizigers bood de na25
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's