VU Magazine 1991 - pagina 41
aangetast door de tand des tijds, en daarmee worden zij herinnerd aan de levenswijsheid: aan alles komt een einde. Die les komt des te duidelijker over als de aftakeling een object betreft dat nu juist bedoeld was om het omgekeerde denkbeeld uit te dragen: namelijk sterkte die de eeuwen trotseert. De ruïneuze vorm van een als duurzaam bedoeld object, confronteert de mens op treffende wijze met zijn lot op aarde. Men heeft om der wille van die beleving zelfs op landgoederen ruïnes nagebootst. Zo bij-
voorbeeld de fake-rviine in het park van het buitenpaleis van de keizer van Oostenrijk, Schönbrunn, en men koos hier als les van de "vergankelijkheid van alle menselijke grootheid" de 'ruïne' van een romeinse triomfpoort.
O
p meer dan één manier leveren monumenten hun bijdrage tot de betekenis van de bouwkunst voor het tijdsbesef. Terwijl de ruïne een getuigemonument was om vergankelijkheid uit te drukken, was de piramide populair
als monument van onvergankelijkheid. Hij deed dienst bij ontwerpen voor gedenktekenen voor helden als Frederik de Grote en Napoleon: het monument als teken van 'eeuwige' roem. Er is verband met het 'verhevene', wat het dagelijkse overtreft, wat ons boven het bestaande uitheft. De bouwkunst heeft vanouds een band met het transcendentale, dat wat over de tijdsgrens heenwijst. Zo bijvoorbeeld ronde ruimten, zonder begin en zonder einde, overdekt met een hemelachtig gewelf, magnifiek gepresenteerd in het Pantheon te Rome, 125 na Chr., of hoge ruimten, waarin of een geheimzinnige Berlage's Beurs: donkerte of een lichtinval, of een oppassen te spreken van een 'Zeitgeist' combinatie van die twee, de gedachten oproepen aan het bovenaardse; neem het interieur van een kathedraal! Het begrip bouwkundig monument heeft zich voortdurend verruimd, gelijk op eigenlijk met ons historisch bewustzijn. Een van de aspecten van die verruiming is, dat we het monumentale niet langer beschouwen als een kwaliteit alleen van bouwkundige en stilistische topstukken (zoals voor ons de geschiedenis ook niet samenvalt met de daden van heroes). Ook een gewoon bouwwerk kan monument zijn. De mens van nu is niet alleen geïnteresseerd in de kerk en het stadhuis, maar ook in de stad daar omheen. Soms is hij zelfs duidelijk meer geboeid door wat een aantal jaren geleden Architecture without Architects
De bouwkunst heeft vanouds een band met het transcendentale, dat wat over de tijdsgrens heenwijst. is gedoopt - al betreft het misschien maar gewone hutten - dan door de grote scheppingen van de Michel Angelo's en de Jacob van Campens. D Prof.nu-.dr. CA. van Swigcliem doceerde van 1970 tot 1988 geschiedenis van de architectuur aan de Vrije Universiteit. Dit artikel is een fragment uit een voordracht over bouwkunst en tijd, waarvan de tekst integraal is opgenomen in de bundel 'Aspecten van Tijd', H.J. Boersma e.a., die in 1990 verscheen bij Kok in Kampen.
VU-MAGAZINE—JANUARI 1991
39
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's