Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1991 - pagina 259

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1991 - pagina 259

7 minuten leestijd

Dr. Aat Liefbroer: niet van gedachten veranderd. Foto Bram de Hollander

1980 keurde 60% van de Nederlandse bevolking ongehuwd samenwonen als voorbereiding op het huwelijk goed en keurde 20% dit af. In 1987 keurde 74% ongehuwd samenwonen als voorbereiding op het huwelijk goed en keurde nog maar 12% dit af." Volgen wat minder positieve cijfers over ongehuwd samenwonen als doel op zich, die we maar even overslaan, want nog interessanter is: "In 1980 keurde 44% van de Nederlandse bevolking het samenwonen van een homoseksueel of een lesbisch paar goed, in 1987 was dit 61%." Het zal allemaal wel even waar als belangwekkend zijn, maar je vraagt je af waar ai die geënquêteerden zich eigenlijk mee bemoeien. Wat gaat het hen aan of mensen van al dan niet hetzelfde geslacht in zonde samenleven of in mogelijke gevallen netjes trouwen? Het duurt even voordat Liefbroer de strekking van deze vraag begrijpt. Daarna zegt hij doodgemoedereerd precies dat wat de interviewer al vreesde: "Als iemand gezegd heeft dat hij meewerkt aan een onderzoek, kun je de meest gekke vragen stellen en je krijgt er een antwoord op." Hij voegt er evenwel aan toe: "Maar dat iedereen iets voor zichzelf moet beslissen, geeft men te kennen door te antwoorden: dat maakt me niet uit, of: ik keur het goed."

ter in het onderwerp thuis zijn. Er is dus sprake van een onderrepresentatie in dit onderzoek. "Waardoor dat komt, daar kan ik alleen over speculeren. Er wordt vaak beweerd dat veel homoseksuelen in Amsterdam en andere grote steden wonen. Zodra je maar weinig van dat soort steden in je steekproef hebt, kom je minder homoseksuelen Vreemd blijft het. Waarom heb je je tegen dan je zou mogen verwachonderzoek overigens beperkt tot hete-ten." roseksuelen? Homoseksuele mannenLiefbroer voegt er nog aan toe dat en vrouwen kunnen toch ook kiezen, de leeftijd^ van de ondervraagden al is het maar tussen samenwonen mogelijk een rol speelt en dat je met iemand van de eigen sekse en nooit kunt uitsluiten dat men getrouwen met iemand van het andere woon geen eerlijk antwoord geeft. geslacht? at Liefbroer als rechtge"Ja, maar in de landelijke enquête aard socioloog weer wèl zijn we er niet in geslaagd een redeonderzocht heeft, is de lijke hoeveelheid mensen te vinden die zeggen dat ze een partner van samenhang van de keuze tussen het eigen geslacht hebben of zouden trouwen en samenwonen met de sowillen. Dus dat is een praktische ciale klasse. Hij zegt hierover: "Het moeilijkheid. Wij komen tot een idee was dat samenwonen een relaschatting van 1 a 1,5 procent. Dat is tief nieuw verschijnsel is en dat zulgewoon minder dan wat andere on- ke verschijnselen meestal ontstaan derzoekers vinden, die overigens be- in wat hogere sociale milieu's. Daar-

'Nou ja, seks is natuurlijk niet onbelangrijk geworden'

W

28

om zou er wat verschil kunnen zijn tussen mensen die hoog en laag zijn opgeleid. Je hoort vaak dat de voorkeur voor ongehuwd samenwonen in de jaren zestig in studentenmilieu's zou zijn ontstaan. Maar wat mij frappeerde is dat het vandaag de dag met het opleidingsniveau weinig meer te maken heeft. Wel met het feit dat men een opleiding volgt. Zolang men dat doet, prevaleren andere zaken dan het gaan samenleven met een partner en houdt men er een levensstijl op na waarin de nadruk meer ligt op vrijheid." Tot besluit nog even terug naar ons praktijkgeval, de onderzoeker zelf. Een uniek geval, zoals zijn eigen onderzoek aantoont: meteen getrouwd, om religieuze redenen en niet omdat het in zijn omgeving zo hoorde. Zijn ouders waren onkerkelijk, maar hielden hem ook niet tegen. Op zijn zeventiende werd Liefbroer lid van de baptistengemeente, een kerkgenootschap dat hij zelf in zijn proefschrift schaart onder de "fundamentahstische groepen", inmid-

dels is hij gereformeerd. Zou zijn keuze om te trouwen anders uitvallen nu hij 1775 anderen heeft geraadpleegd? "Nee, ik zou het nog steeds belangrijk vinden om in de kerk een zegen over mijn relatie te vragen, dus zou ik nog steeds moeten trouwen. Maar voor mijn relatie met Alice maakt het niet uit of we ongehuwd zouden samenwonen of getrouwd zijn. Het huwelijk in de kerk is ook geen relatieverzekering. Het is voor mij de vraag aan God om erbij te zijn, de relatie wordt daar niet vanzelf stabieler door. Ik vind het belangrijk om een zegen over onze relatie te vragen, maar het boterbriefje om het zo te zeggen - ik zie niet in wat dat uit maakt." Inmiddels is het huwelijk gezegend met een dochter, een flinke baby die vindt dat het tijd is voor de lunch. De vader neemt haar over van Alice en geeft haar voor het eerst peren te eten. Liefbroer: "Ik moet zeggen, zo'n baby is ingrijpender dan een proefschrift." D

VU-MAGAZINE—JUNI 1991

VU-MAGAZINE—JUNI 1991

k

en Baumschule is — niet wat u denkt ^ d a t z i j is: een instelling voor bosbouwonderwijs. Dat in een boomsctiool de boompjes prachtig gedrild in rotten staan opgesteld hieeft de Duitsers kennelijk geïnspireerd tot een vergelijking met hun schoolsysteem. Kom er maar eens om bij ons, zulke tucht! Die tucht komt van al dat zuchten, wat in goed Nederlands vertaald onder meer... kweken betekent. Zo komt alles weer op zijn pootjes terecht, al heeft het Griekse woord scholè een tegenovergestelde betekenis: de s van school is een ontkennings-s, zij duidt op het tegendeel van hexis, het woord voor actief zijn (hektischl), dus: het met de geest bezig zijn in de vrije uren. Niks gedrilde rotten die de leraar unisono teksten nazeggen. Eerder verfijnde gedachtenwisselingen van heren van stand, zoals musici in een kwartet. En toch: boomschool. Het Hoogduits is helaas bij de jongere generatie niet in trek, al is het de veruit meest gesproken taal van Europa, is het de trots van onze grote oosterbuur en handelsgenoot, en is het sterk verwant met het Nederduits dat wij sinds eeuwen spreken (reden waarom de Britten onze taal in de Middeleeuwen terecht als Dutch mochten benoemen). Nog in de zeventiende eeuw had het Saksisch, wellicht ook via Luther, bij ons zo'n invloed dat de Dordtse santen de Statenvertaling doorspekten met woorden die voor de toenmalige Hollanders

en Vlamingen als germanismen overkwamen: opstandig in plaats van verrijzenis, 'breng ons niet in verzoeking' in plaats van in bekoring (een veel bekoorlijker woord!), in een plaats, in plaats van opeen plaats. Het Engels overheerst inmiddels zozeer, dat wij onze talenvoorsprong dreigen te verliezen. Want Engels spreken ze overal al als tweede taal. Het rare is dat er wel steeds meer germanismen in zwang komen ('eenduidig' voor ondubbelzinning, 'ne-

Das Lied von der Erde hebben alleen de taal gemeen: de jood Mahler reikte er met de lyriek van Bethge muzikaal torenhoog bovenuit. En wel, anders dan die barbaren, Ewig ...Ewig, de woorden waarmee het laatste lied. Das Abschied, berustend eindigt. Hoewel het Duits aanleiding geeft tot schwarmehsche uitbarstingen en kurkdroge belerende monologen, bevat het nog het prachtige geserreerd gebruik van latijnse naamvallen. Uit Das Abschied: In alle Taler

co

Boomschool

cc

cc

gentigerjaren' voorjaren negentig, 'afbouwen' voor geleidelijk verminderen, terwijl afbouwen juist voltooien betekent). Misschien komt dat juist omdat men ze niet meer als germanisme kan herkennen. Zoals nu ook de Franse meisjesnamen bloeien terwijl geen mens meer Frans kent: Mireille, Annick, Nicolette, Fleur, Jacqueline en zo. Dat verlies aan Duits is voor ons cultureel een ramp. Dat 'land van dichters en denkers' heeft wel de nazi's voortgebracht, maar ook een overweldigend deel van de avondlandse cultuur, Die Fahnen hoch, die Reihen test geschlossen (alweer die boomschool!) en

steigt def Abend nieder (richtingsaccusatief, en ook nog een 'neerstijgende' avond); Still ist mein Herz und hafret seiner Stunde (het zwakke 'wachten op' krijgt in het Duits een sterk genitief). Als Helene Nolthenius in de vertelling 'De krekel' (in de bundel 'De Steeneik', Salamander-reeks, 1986) de gevoelens van een beroemde zangeres beschrijft die Das Abschied neemt van haar carrière, dan citeert zij vrijelijk, ervan uitgaande dat Das Lied von def Erde tot ons aller cultuurgoed behoort. Is dat nog zo, zelfs bij academici? Kunnen we zo'n ontroerende vertelling nog volgen?

29

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's

VU Magazine 1991 - pagina 259

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

VU-Magazine | 500 Pagina's