VU Magazine 1991 - pagina 76
plexer geworden. Brinkman; "Vroeger werd alleen gekeken naar de acute giftigheid van een stof. Dat is, uitzonderingen daargelaten, echter minder relevant. Zo'n test houdt er geen rekening mee dat de moderne mens dikwijls langdurig wordt blootgesteld aan een mix van chemische stoffen in een vaak zeer lage dosering en op zeer willekeurige wijze. In de nu gebruikte screening wordt daarom vooral gekeken naar bijvoorbeeld de 'stapelbaarheid' en de afbreekbaarheid tot to-
'Probiematisch vind ik vooral datje als chemicus iedere keer opnieuw ontdekt en moet toegeven dat je steeds meer niet blijkt te weten.' xische of juist minder toxische stoffen. Sommige stoffen zijn bovendien 'bi-fasisch'; onder een bepaald niveau zijn ze gunstig, daarboven zijn ze toxisch." ' I k ben niet zo bang voor die achterstand in de evaluatie van stoffen", aldus Brinkman. "Mijn ongerustheid gaat veel meer uit naar de combinatie van verbindingen; de mogelijkheden daarvan zijn talloos. We weten pas sinds kort dat bij het koken van een gewone maaltijd enige honderden verbindingen ontstaan. Tabaksrook bevat enige duizenden verschillende stoffen. Problematisch vind ik vooral dat, naarmate je als chemicus meer te weten komt, je iedere keer opnieuw ontdekt en moet toegeven
dat je steeds meer niet blijkt te weten. Die onzekerheid kan angst veroorzaken. En dat is dan de keerzijde van onze zeer snel toegenomen kennis." Dat de chemische industrie onontbeerlijk is bij het oplossen van mondiale milieuproblemen, beschouwt Brinkman als een drogredenering. "Wie zou het anders moeten doen?", roept hij. "Ze maken iets waar wij om gevraagd hebben. Ze maken het alleen niet schoon genoeg naar onze zin. Daarom gaan ze dan nu schoner produceren. Wie zou beter kunnen weten hoe je dat doet dan degene die toch al het hele produktieproces in handen heeft? Zij hebben de technologie die daarvoor nodig is meestal wel in huis. In het andere geval weten ze die kennis wel ergens anders vandaan te halen. Dat de industrie het alleen zou moeten doen vind ik een simplificatie. Technische universiteiten en ingenieursbureaus bijvoorbeeld, doen ook zeer interessante dingen op dit terrein." Op de plotseling optredende milieuvriendelijkheid van de zijde van de chemische industrie past dan ook een gezonde dosis scepsis, meent prof. Brinkman. "Aan de ene kant zijn de milieu-inspanningen, met name in de research-activiteiten en in de controlerende sfeer, van de grotere bedrijven enorm. Maar ze willen ook graag blijven produceren voor noodzakelijke, en soms ook wel wat kortzichtiger lijkende doelen. Het is duidelijk dat de industrie veel opener is geworden in het verschaffen van bedrijfsinformatie; óók wat betreft de mogelijke problemen die hun eigen produkten kunnen oproepen. Ze moeten ook wel, want milieu-aspecten zullen in de nabije toekomst, meer dan nu al het geval is, een belangrijk verkoopargument worden. De consument zal wat dat betreft de chemische industrie bij de les moeten houden."D
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's