VU Magazine 1991 - pagina 91
the roots, op zoek naar de oorspronkelijk in Afrika liggende wortels van het zwarte ras. Veel zwarte Amerikanen noemen zich dan ook bij voorkeur Afro-Amerikanen en er is een hele zogeheten 'africentrische' beweging op gang gekomen. Alleen het besef van de eigen geworteldheid, vinden zij, kan de zwarte een gevoel van trots en waardigheid geven. Het je interesseren voor de 'verkeerde' muziek, impliceert in die ogen een vernederende aanpassing aan de blanke cultuur. Dan gooi je je eigen cultuur in de uitverkoop.
O
p die manier sluiten zwarten, ditmaal niet of in mindere mate gedwongen door blanken, zich op in eigen getto en subcultuur. Er hoeft geen prikkeldraad omheen, de zwarten zorgen er zelf wel voor dat ze niet van huis weglopen. Salman Rushdie, zelf een van verraad beschuldigde, een slachtoffer van een zorgvuldig gecultiveerde gegriefdheid ten behoeve van het onderhoud van slijtende islamitische groepsbindingen, schreef dan ook in zijn roman 'Schaamte': "Wortels, zo denk ik wel eens, zijn een conservatieve mythe, bedoeld om ons op onze plaats te houden." De permanente verdenking van racisme bevordert de polarisatie tussen culturen in plaats van de integratie te stimuleren. Als Marion Barry, de burgemeester van Washington, wegens drugsgebruik opgepakt wordt, heeft de zwarte gemeenschap de neiging om zich als één blok achter hem op te stellen. Zijn arrestatie wordt zelfs gezien als een racistisch complot om zwarten op hoge posten het leven zuur te maken. ledere rationele discussie over het functioneren van Barry wordt in de kiem gesmoord; de vraag of hij misschien wel niet zo'n goede burgemeester was, kan zelfs niet worden overwogen. Voor nuances is het kennelijk de tijd niet meer. Dichter bij huis is het al niet anders. Een artikel in Foüa, het weekblad van de Universiteit van Amsterdam, van 12 oktober: daarin wordt melding gemaakt van een conflict - een 'richtingenstrijd' - bij het Centrum voor Raciale en Etnische Studies van die instelling. Prof. Chris Mullard zegt daarin dat alleen mensen met een onvoorwaardelijk anti-racistische houding bij het centrum
VU-MAGAZINE—FEBRUARI 1991
mogen werken. En hij twijfelt er ernstig aan of één van de medewerksters, drs. W.G. Miedema, wel aan die eis voldoet. Een van de aanwijzingen die hij daarvoor aanvoert is haar verzet tegen de komst bij het centrum van... Philomena Essed. Kortom: wie niet onder de indruk is van de capaciteiten van Essed, is verdacht. Wie haar ernstige diagnose over de toestand waarin dit land verkeert niet deelt, is misschien zelf wel niet helemaal zuiver op de graat. Anti-racistische geloofsbelijdenissen worden daarmee belangrijker dan (zelf)kritisch onderzoek. Essed schreef zelf dat wie niet volmondig erkent dat Nederland een racistische samenleving is, niet mag meepraten over minderheden en racisme. Dat leek een papieren dreigement. Het is inmiddels harde realiteit.
I
edere discussie waarbij migranten of allochtonen het onderwerp zijn, dreigt zo onvermijdelijk te ontaarden in een sfeer van verdachtmakingen. Minstens zo sterk blijkt dat uit de discussie over de hoge werkloosheid bij immigranten. Voor Essed en Kortram hoefje daar niet moeilijk over te doen: die werkloosheid wordt veroorzaakt doordat blanken elkaar de baantjes toeschuiven en de zwarten willens en wetens buiten de poort houden. Bezitten zwarten immers in principe niet net zoveel kundigheden als blanken? In een artikel in NRC-Handelsblad begin dit jaar bracht Geert Mak daar tegenin dat de zaak op dit punt wat gecompliceerder ligt; dat het vooroordeeld van blanke werkgevers soms wel een rol speelt, maar dat er meer over te zeggen valt. Bijvoorbeeld dat de laatste jaren veel industrieën verdwenen zijn waar traditioneel veel laaggeschoolden emplooi vonden; dat men bij het onderwijs, de pohtie, het welzijnswerk wel degelijk zit te springen om geschikte kandidaten uit minderheden maar dat het kader er simpelweg nog niet is. Een gebrek aan schohng zou wat dat betreft wel eens doorslaggevender kunnen zijn dan een overvloed aan racisme. Het begrip racisme, zo constateert Geert Mak, fungeert steeds vaker als een dooddoener, volledig ongeschikt om de complexe verhoudin-
Bram de Swaan: 'Zo betuigen zij in het negatief liun trouw aan de groep.' Foto Henli TJiomas
gen tussen verschillende groeperingen in een buurt, stad of land te beschrijven. "Van een verhelderend element in het denken over mensen en sociale systemen dreigt de term racisme zo te verworden tot een mythe, een in zichzelf gekeerd denksysteem van schuld en boete, een onverantwoorde simplificatie die het zicht op de dagelijkse realiteit belemmert." In de film Do the right thing speelt ook een jonge heethoofd mee, die erin slaagt de meest futiele aspecten
De permanente verdenking van racisme bevordert de polarisatie tussen culturen in plaats van de integratie te stimuleren. van de dagelijkse realiteit te zien in het licht van bruut racisme. Zichzelf werpt hij bij voorkeur op als een heldhaftige verzetsstrijder, een waardig opvolger van de militante Malcolm X. Als een blanke man met zijn racefiets per ongeluk over zijn gloednieuwe sportschoenen rijdt, is dat voor hem weer zo'n typisch voorbeeld van blanke superioriteitswaan waartegen massaal verzet geboden is. De onbenulligheid van het incident in contrast met de pretentie van een moedige verzetsstrijd, werkt in de film vooral komisch. In de alledaagse realiteit valt helaas wat minder vaak te lachen. D 37
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
VU-Magazine | 500 Pagina's