VU Magazine 1992 - pagina 389
Jessica Polak
Vrouwen zijn niet in staat tot het schrijven van literaire meesterwerken, dat ligt niet in hun aard, beweerden critici in de eerste decennia van deze eeuw^. Ook Menno ter Braak veegde de vloer aan met romans van vrouwen. De lijfspreuk *vorm of vent' blijkt letterlijker te moeten worden opgevat dan meestal wordt gedaan.
34 v u MAGAZINE OKTOeEP 1992
.
DAMES VAN
THEE
vinden bij mannelijke schrijvers, vooral die uit de reaHstische traditie. Bovendien vallen heel wat romans van vrouwelijke schrijvers buiten de omschrijving.
Onnoozel Sommige critici noemden de schrijfsters en hun werk 'een maatschappelijk verschijnsel'. De vraag is wat ze daarmee bedoelden. Het zou kunnen betekenen dat zij de inhoud van deze romans in verband brengen met de speciale maatschappelijke positie van vrouwen. Een enkele keer is dat ook het geval. De schrijfster en critica Carry van Bruggen beschouwt bijvoorbeeld de plotselinge bloei van de vrouwenromans in het licht van de eerste feministische golf
^ÊJM^^ waarde van een roman is ^ K ^ v doorgaans omgekeerd evenredig aan zijn hoeveelheid theegebruik". Deze bewering in enigszins kromme taal van een criticus uit het begin van de jaren dertig is exemplarisch voor een bepaalde obsessie in het Nederlandse literaire leven: de angst om burgerlijk te zijn, om te horen bij degenen die in de HoUandse huiskamer hun thee-met-conversatie genieten terwijl buiten het echte leven voorbijgaat. De neerlandica Brica van Boven laat in één van de meer vermakehjke passages van haar proefschrift over vrouwenromans in de Hteraire kritiek zien hoe critici uit het begin van deze eeuw om strijd hun diepe minachting betuigen voor thee, theelichtjes, theetafels en theevisites. Minder vermakeHjk is dat deze angst voor burgerlijkheid direct werd gekoppeld aan iets dat bhjkbaar nog meer afkeer opriep: namelijk vrouwen en vrouwelijkheid. De ver-
wijten van burgerlijke bekrompenheid en oppervlakkigheid werden vooral de vrouwelijke auteurs naar het hoofd gesmeten. Erica van B o ven, die onlangs in Groningen promoveerde, laat zien hoe stigmatiserend deze kritieken waren. Schrijfsters als Tof Naeff, Ina Boudier-Bakker en Margo Antink werden aan het begin van de eeuw nog geregeld besproken in literaire tijdschriften, maar na 1930 was dat afgelopen. AUe Nederlandse schrijfsters uit deze periode heetten van dan af damesromanschrijfsters en hun 'damesromans' waren gedegradeerd tot ontspanningslectuur.
Droefgfeesf/g Het oordeel dat toen geveld werd, is tot op heden nog niet werkelijk aangevochten. In het invloedrijke handboek van Asselbergs uit 1951 is in volle ernst een kort hoofdstuk gewijd aan de 'damesroman'. Het
jongste overzichtswerk over de Nederlandse Hteratuur van Ton Anbeek uit 1990 spreekt voorzichtig van: "wat een volgende generatie (die van Ter Braak, jp) damesproza zal noemen". Maar het oordeel is even generaHserend en afwijzend: er worden geen vrouwelijke schrijvers van het 'damesproza' uitgezonderd en het onderwerp van het genre wordt met een hoorbare zucht van vermoeidheid omschreven als "vele, vele droefgeestige vrouwenlevens". Dit alles in één pagina. De negatieve klank van het etiket 'damesroman' is ervoor verantwoordelijk dat er nauwelijks serieuze aandacht is besteed aan het werk van deze schrijfsters. De hele generatie is als het ware tot een achterbuurtje binnen de Hteratuurgeschiedenis verklaard. Er bestaat maar één studie over de 'damesromans' en dat is 'Vrouwenspiegel' van Annie Romein, uit het begin van de jaren dertig. Pas de laatste jaren begint er een dun
stroompje artikelen over individuele schrijfsters los te komen. Vooral over Carry van Bruggen is inmiddels vrij veel geschreven. Erica van Boven vraagt zich in haar proefschrift af of de damesroman wel een genre is in de normale zin van het woord, nameHjk een groep teksten met overeenkomstige literaire kenmerken. Nadat ze heeft aangetoond dat dit niet het geval is, probeert ze uit te vinden waarom de critici het werk van vrouwelijke auteurs dan toch onder één noemer wilden brengen. Volgens de critici hadden de damesromans twee kenmerken gemeen: ze stonden in de traditie van het reahsme of naturalisme en ze waren inhoudelijk gericht op vrouwen- en familieleven, Hefde en huweUjk. Erica van Boven vindt dat deze o m schrijving onvoldoende basis is voor het onderscheiden van de 'damesroman' als apart genre. De twee kenmerken zijn namelijk ook vaak te
Maar een dergelijke benadering is zeldzaam. Wat de meeste critici tot uitdrukking brengen als ze het hebben over de 'maatschappelijke betekenis van vrouwenromans' is minachting. Ze vinden dat de schrijfsters geen Hteratuur voortbrengen, maar een commercieel produkt. De damesromanschrijfsters hebben volgens hen geen puur artistieke motieven, maar ze richten zich naar de wensen van het pubHek. Het allerergste vinden de critici nog dat de schrijfsters een vróuweHjk pubHek behagen. Martinus Nijhoff schrijft bijvoorbeeld over 'De opstandigen' van Jo van Ammers-Kueller het volgende: "Het is natuurHjk onzin, om het onnoozele dames-ding,, dat de roman van Jo van Ammers voor ons is, aan zulke eisen van kunst te toetsen. (...) Het is geschreven (...) door een dame, voor dames en over dames," Die gegevens maken het voor Nijhoff volkomen overbodig het als een kunstwerk te beschouwen. Van eenzelfde ongemotiveerde haat jegens het vrouwelijke lezerspubliek spreekt het volgende citaat over Carel van de Woestijne uit 1927: "Hij kwam, slank en onhandig, voor een zaaltje te zitten, dusdanig met vrouwen gevuld, dat het eens te meer en afdoende bleek hoe urgent een leesverbod voor vrouwen wordt." De critici schijnen de deelname van vrouwen aan het literaire leven op te vatten als een vijandeHjke invasie op aan mannen rechtens toebehorend terrein. Ze spreken over de "schare van erop-los-schrijvende dames", de "Nederlandsche Damesbent" en de
35
VU MAGAZINE OKTOBER 1992
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's