Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 345

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 345

5 minuten leestijd

R

H

Nederland zoveel publiciteit geoogst en discussie uitgelokt. Niet verwonderlijk, heel wat mensen verdienden hun brood met het interpreteren van handschriften. Ze lieten zich dat brood niet zomaar uit de mond stoten. Talloze bedrijven vroegen kandidaten voor een functie hun sollicitatiebrief met de hand te schrijven. Zo zou iemand onbewust zijn of haar karakter blootleggen. Tot in de jaren zestig werd handschriftanalyse als een doodnormale procedure beschouwd. En in Frankrijk is zulk onderzoek nog altijd de gewoonste zaak van de wereld. In 1989 bleek dat zeventig procent van de selectiebureaus en bedrijven gebruik maakt van handschriftanalyse bij de beoordeling van solhcitanten. Ook in Duitsland vinden grafologen nog moeiteloos emplooi. In Nederland daarentegen, is het na de vernietigende kritiek van A. Jansen, met de grafologie nooit raeer goed gekomen. Het belangrijkste stukje gereedschap van de grafoloog was een loupe. De onderzoeker die met behulp van dit hulpmiddel zijn oog laat gaan over een handschrift, moet in staat geacht worden de emoties en gewaarwordingen van de oorspronkelijke auteur mee te beleven. De werkzaamheden van de grafoloog mochten niet al te Hchtzinnig opgevat worden, interpretatie is een complexe aangelegenheid. Een sollicitant kan heel klein schrijven, maar wat zegt dat nu eigenlijk over een karakter? Zo iemand kan angstig of mensenschuw zijn, maar misschien ook iemand die let op het detail. Een grafoloog kan daar alleen achter komen door op zoek te gaan naar samenhangen, door de ene karaktertrek in verband te brengen met de andere. In dat verband hadden grafologen het over het 'grondritme' van een handschrift: door letter voor letter het schriftbeeld te analyseren kon men erachter komen of een schriftbeeld 'elastisch, slap of gestoord' is. Via de blootlegging van dit grondritme kon bepaald worden of men met de positieve dan wel negatieve pool van een eigenschap te maken had; of de onderzochte kleinschrijver een a-sociaal mens dan wel een uiterst correct persoon was. O o k het boven/onderritme van een

.^%

x %

handschrift heette veelzeggend te zijn. Iemand met een handschrift waarvan het zwaartepunt in de h o gere regionen ligt, heeft een hoog ontwikkelde geestelijke activiteit; een auteur met zware uithalen naar onderen is veel meer een slaaf van zijn gevoels- en driftleven. En iemand die naar voren schrijft, heet veel meer toekomstgericht te zijn dan een persoon bij wie het handschrift achterover dreigt te tuimelen. Die moet wel in het verleden leven. Enkele voorbeelden van handschriftduiding door de grafoloog Margadant: een letter n met een naar Hnks terugdraaiend slotneerhaaltje, geeft blijk van "een neiging tot voor zich houden in de praktijk van het dagelijks leven". Een letter g met een naar links uitgedijde onderlus wijst op "een fixering in de instinctieve sfeer aan personen, omstandigheden of opvattingen uit het verleden, die niet door bewuste verwerking tot oplossing konden worden gebracht." De kritiek op zulke onderzoekspraktijken ligt voor de hand: volstrekte willekeur. Waarom zou een naar voren schrijvend iemand in het dagelijks leven niet buitengewoon behoudzuchtig kunnen zijn? Is het niet wat gezocht om naar analogieën te zoeken tussen schrijfstijl en levensopvattingen? Dat zoeken naar analogieën heeft iets magisch, doet denken aan de middeleeuwen toen men ook grossierde in de analogieën tussen microkosmos en macrokosmos. D e grafologie onttrekt zich bovendien aan iedere vorm van controle. Het vak, zo stelden critici als De Groot en Jansen, voldoet niet aan de normen van de moderne, op empirisch-analytische leest geschoeide wetenschap. Er was een nog belangrijker reden waarom de grafologie uit de maatschappelijke gratie raakte. In de jaren zestig begon men het onethisch te vinden als een onderzoeker zo ging graven in de krochten van de ziel van een eenvoudige sollicitant. Het is nogal wat wanneer van een sollicitant beweerd wordt dat die zijn driftleven niet in toom kan houden, zich onvoldoende van zijn moeder heeft kunnen losmaken etc. Wat heeft de grafoloog eigenhjk te zoeken in het onbewuste van een sollicitant? Het gaat er toch om of

L

D

een potentiële werknemer, met of zonder sterke moederbinding, simpelweg voldoende vaardigheden bezit voor een bepaalde baan. O m een goede nota te schrijven, hoefje toch niet al j e jeugdtrauma's verwerkt te hebben? Ongepaste nieuwsgierigheid, dat is het. De rechten van de sollicitant dienen beter beschermd te worden, vonden critici van de grafologie. Het gaat niet aan om zomaar het meest persoonlijke van een toch al kwetsbare sollicitant open en bloot op tafel te leggen. D e grafologen lieten zich dit allemaal niet gezeggen. Zij sloegen terug naar hun critici, naar de selectiepsychologen met hun zogenaamd objectieve psychologische tests; die zouden de sollicitant ontmenselijken, in stukjes hakken, reduceren tot een rekenkundige grootheid. Nee, dan de grafologen, die onderzochten 'de hele mens' en benaderden de sollicitant met al hun liefde en sympathie. Maar, concludeert wetenschapsonderzoeker Trudy Dehue in haar boek 'De regels van het vak', over de geschiedenis van de psychologie, juist die sympathiserende benadering heeft de grafologen de das omgedaan. H u n houding paste vooral bij de jaren vijftig; de grafoloog als een geestelijk leidsman, iemand die vanuit zijn onmetelijke levenswijsheid wel wist wat hij met zijn cliënten aan moest. Deze paternalistische houding boette in het volgende decennium aan populariteit in. D e welgemeende inleving in de ziel van 'de ander', werd door die ander ervaren als brutale opdringerigheid. Kon dat liefdevolle gehijg in het gezicht niet achterwege blijven? De grafologie moest plaatsmaken voor de psychologische test. "In de plaats van het model van de hulpverlener stelde de selectiepsychologie dat van de (door de koper betaalde) zakelijke afstandelijke makelaar in arbeidskracht", typeert Dehue het verschil. De kille afstandehjkheid van de selectiepsychologie voelde aan als een weldadig frisse wind. Heel wat beter dan de verstikkende warmte van de grafologie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 345

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's