Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 123

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 123

6 minuten leestijd

Gert J. Peelen

weerklinkt. Evenmin bevreemdt het tegen deze achtergrond, dat opinieleiders en politici plotsehng weer een beroep gaan doen op de kerken - of wat daarvan nog over is - als de laatste representanten van een geïnstitutionahseerde godsdienst die de samenleving van oudsher mores leerde, dat wil zeggen: haar in meer of minder dwingende vorm normen en waarden oplegde. Het christehjk sociaal congres dat vorig jaar november bijeen was, en bij welke gelegenheid leden van uiteenlopende christelijke organisaties zich gezamenlijk het hoofd braken over de vraag hoe in deze tijd sociaal pUchtsbesef en maatschappehjke verantwoordehjkheid gestalte moeten krijgen, vormt in zekere zin een antwoord op dit verzoek.

NUTTELOOS GELOVEN V^aarom zijn voor godgeleerden de sociale wetenschappen zo vaak het zwarte schaap? Waar zijn theologen eigenlijk bang voor als ze plotseling gaan pleiten voor een functieloze religie? Een polemiek over de zin van het geloof.

J

s geloven ergens goed voor? Of dient die vraag zelfs helemaal niet gesteld? De zin van religie, zegt de gelovige, ligt m zichzelf besloten, behoeft geen betoog, geen verdediging, en al helemaal geen goed- of afkeuring van buiten af Maar dezelfde gelovige zal waarschijnhjk volmondig instemmen met de christelijke wijsheid dat zonder geloof niemand wel vaart. Geloven werpt volgens die zegswijze vruchten af; bevordert het (geestelijke, wellicht ook materiële) welvaren van het individu en dient, in het verlengde daarvan, tot nut van het algemeen. De frictie die uit deze constatering naar voren treedt, blijkt voor sommige theologen aanleiding om nogal heftig uit te vallen tegen sociale w e tenschappers die zich met het thema godsdienst bezighouden. Waar gaat het om? En: snijdt die uitval feitelijk wel hout? Opium

32 vu MAGAZINE MAART I 992

.

Over het nut van godsdienst is altijd al verschillend gedacht; maar dat een door grote groepen, of een samenleving als geheel, gedeeld geloof diepgaande maatschappelijke consequenties heeft, stond nooit ter discussie. O o k niet voor de denkers die beschouwd worden als de vaders van de godsdienstsociologie, zoals bijvoorbeeld Karl Marx en Emil Durkheim. Negatief of positief be-

Chaotisch

oordeeld; huns inziens had godsdienst onmiskenbaar een functie. Zoals bekend zag Marx de godsdienst vooral als opium van het volk; een zelf gecreëerde, begrijpelijke maar funeste illusie omtrent een paradijselijk hiernamaals, die de maatschappelijke ellende in het ondermaanse voor de onderdrukte massa draagbaar maakte, maar tegelijkertijd het proletariaat afhield van de zo noodzakelijke klassenstrijd. Durkheim was positiever in zijn oordeel. Godsdienst, zo redeneerde hij, was het cement van elke samenleving, dat de a-sociale, al te menselijke neigingen van het individu onder controle hield, en zo de eenheid en het groepsgedrag bevorderde. Hij ging daarbij echter zo ver, dat hij geloof en religie elke autonomie en authenticiteit ontzegde, en ze uiteindelijk beschouwde als produkten van de samenleving zelf God was de samenleving, en in hem vereerden de gelovigen in feite de eigen gemeenschap. Een hersenschim dus dat geloof, louter en alleen bedoeld om de club bijeen te houden. In beide theorieën, hoe verschillend ook qua waardering, zit de gedachte verweven dat godsdienst een verschijnsel van voorbijgaande aard is, een fase van overkomelijke onvolwassenheid in de menselijke en maatschappelijke ontwikkehng, die, net als jeugdpuistjes in de pubertijd, onontkoombaar is, maar op zeker

moment is afgelopen. Ondanks het feit dat zulke sociale theorieën als van Marx en Durkheim ongevaarlijk zijn - want in hun megalomane aspiraties per definitie onbewijs- en onweerlegbaar (en dus eerder metafysisch dan empirisch-wetenschappelijk) - hebben ze van meet af aan kwaad bloed gezet bij gelovigen en theologen. "Want godsdienst en rehgie, menen dezen, worden door zulke theorieën 'wegverklaard'. N u zijn er v/el meer vreemde en onbev/ijsbare theorieën in omloop. Maar het is niet leuk; het roept weerstanden op. Vandalen Het hele denken in termen van ontwikkeling tot volwassenheid, m o n digheid en redehjkheid, vindt zijn oorsprong m de Verhchting; het startpunt vanaf welk moment de moderne mens de duistere ketens van mystiek, mysterie en noodlot van zich af wierp, en het menseHjk verstand het enige attribuut werd waarop vertrouwd kon worden om er de wereld en de werkelijkheid mee te lijf te gaan, te begrijpen en te onderwerpen. Het voorlopig eindpunt van deze ontwikkehng beleven wij nu: het is de hedendaagse v/esterse samenleving die zich in al haar facetten laat kennen als een volledig vertechnocratiseerde, sterk gedifferentieerde en vooral gerationaliseerde wereld

waaruit de goddelijke geest geweken lijkt. Wat modieus spreekt men in dit verband van een postmoderne cultuur; een cultuur gedeeld door louter individuen die, het iedervoor-zich-principe huldigend, alleen het pure eigenbelang voor ogen hebben, en bij wie geen enkele gemeenschapszin of gemeenschappelijk gedeelde waarde meer te ontdekken valt. En zo lijkt vadertje Durkheim dan toch gelijk te krijgen. Door ontkerkehjking en secularisatie is de heilzame werking van godsdienst, als het cement van de samenleving, tot een absoluut minimum gedaald. Een van de gevolgen is de leeghoofdige patatje-oorlog-cultuur van de op geld beluste yup en de gewelddadige voetbalsupporter. Voor velen - en bepaald niet alleen voor de laatsten der gelovigen - vormt deze wereld een regelrechte bedreiging die verder reikt dan de vrees voor yuppen of vandalen. Beducht zijn zij vooral ook voor de ervaring van de volstrekte zinloosheid van een ongeïnspireerd, materialistisch bestaan; een ervaring die sommigen diep door de ziel snijdt. Het is dus niet zo verwonderHjk dat uitgerekend in deze tijd de roep om een morele heroriëntatie, een herbezinning op gemeenschappeHjke waarden - een ethisch réveil, zo u wilt - en, meer op het persoonlijke vlak, om zingeving, steeds sterker

De vraag of dit beroep op de godsdienst, dat soms ook van zeer ongelovige zijde wordt gedaan, terecht of geloofwaardig is, dan wel nog enig perspectief zal kunnen bieden, is hier niet aan de orde. Wèl de reactie hierop vanuit de theologie, met name gericht tegen sociaal geheten theorieën die het psychologische en sociale nut van de religie benadrukken. De steun van die kant voor de godsdienst als richtinggevend en samenbindend element, khnkt wel aardig, maar moet door gelovigen met het grootst mogelijke wantrouwen worden bekeken, zo luidt het theologisch weerwoord. Eerste vraag is dan, of het onderkennen van de bredere betekenis van zoiets als rehgie wel helemaal hetzelfde is als steun aan dat verschijnsel. Dat nut - of, neutraler gesteld: de uitwerking - van godsdienst op individu en samenleving kan van sterk uiteenlopende aard zijn. Voor het individu biedt het geloof een mogelijkheid tot het verlenen van zin aan een voor sommigen chaotisch, ondoorzichtig en redeloos lijkend bestaan. Tegelijkertijd vormt het een bron van troost in tijden van droefenis en ellende: bij lijden, sterven, en bij het verwerken van bijvoorbeeld verlies en schuld. En in dit element valt bij nader inzien nog wel een snufje Marx te herkennen. O p het snijvlak tussen individu en samenleving ligt het door ethici, theologen en sociaal-theoretici benadrukte feit dat het geloof de basis biedt voor een gemeenschappelijke

33

vu MAGAZINE MAART I 992

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 123

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's