Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 347

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 347

2 minuten leestijd

dovig - zich volstrekt monomaan aan de studie van bijvoorbeeld een dode taal of uitgestorven diersoort heeft toegewijd, en dat in spaarzame contacten met de wrede buitenwereld, alleen maar brokken maakt. Nabokov's professor Pnin is van die soort in de wereldliteratuur het prototype; in Von Sternberg's 'Der blaue Engel' fungeert een soortgenoot als zodanig op het witte doek. Maar wat te denken van een hooggeleerde excentriek die zich vooral toelegt op sick en practical jokes; van een professorale bohémien die - allerminst verstrooid - superieure kitschgedichten schrijft onder een zorgvuldig geheimgehouden pseudoniem en onspeelbare muzikale composities onder een andere; van een non-conformistische wetenschapper die met zijn mystificaties collega's en studenten voortdurend manipuleert en op het verkeerde been zet? Dat is excentriciteit van een heel andere orde, die in de serieuze wetenschap aanmerkelijk minder dik gezaaid lijkt. Fietslampje Een snikhete zomerdag. O p de stoep een corpsstudent die, vanwege het tentamen en zijn gehechtheid aan de studentikoze traditie, in jacquet gestoken is. De professor doet open; hij zat in de tuin en is gehuld in zomertenue. Hij vraagt de student, die om de hoek woont, ook even iets luchtigers aan te trekken. Een kwartier later staat de tentamenkandidaat opnieuw op de stoep, ditmaal in zomerse outfit. D e deur zwaait open. Daar staat de professor... in rokkostuum. Dezelfde professor verwacht opnieuw een student voor een tentamen. O p zijn wankele kapstok zet hij een waardeloze oude vaas. Als de student zenuwachtig zijn jas ophangt valt de vaas in stukken. "Mijn antieke vaas uit de Ming-dynastie!", jammert de professor. Een receptie. De hoogleraar hjkt verkouden. Er schijnt zelfs een duidelijk zichtbare snottebel uit een van zijn neusgaten te hangen. Gegeneerd proberen de aanwezigen op alle m o gelijke manieren die onfrisse aanblik te vermijden. "Even mijn neus snui-

<

DEZE DOOR SCHELTEMA ALS AAP VERKLEDE STOEL WAS BESTEMD VOOR STUDENTEN DIE TENTAMEN KWAMEN DOEN: "DAT STELT ZE OP HUN GEMAK."

ten", zegt de professor dan, "maar dan moet ik eerst dit eruit halen." Vervolgens verwijdert hij een bedrieglijk op een bel gelijkend fietslampje dat hij tevoren in zijn neus had gestoken. Maar soms krijgt de practical joker een koekje van eigen deeg. Alweer tentamen. Maar de professor heeft zich verslapen. D e student wordt door de huishoudster binnengelaten en moet maar even antichambreren in de studeerkamer. D e professor haast zich naar beneden en bedenkt halverwege de gang een hst. O m een minder slechte indruk te maken op de student, zal hij doen of hij van buiten komt. Hij grist een hoed en een jas van de kapstok en stormt in die kledij de studeerkamer binnen. Daar ontspint zich de dialoog die Simon Carmiggelt later in een 'kronkel' uit 1956 (opgenomen in de bundel 'Spijbelen') als volgt zal optekenen: "Het spijt me ontzettend, maar ik ben opgehouden in de stad en de tram reed nét voor m ' n neus weg..." Hij stokte. De jongeman, keurig in het zwart, keek hem aan of hij een spook was.

"Is er iets?" vroeg hij. "Ja ziet u, professor," aarzelde de student, "u hebt mijn jas aan en mijn hoed op." Waar gebeurd? O f ontsproten aan de rijke fantasie van vrienden, slachtoflfers en andere bekenden van de hoogleraar die de hoofdpersoon is in deze anekdotes en in nog tal van andere? Feit is dat de Groninger romanist, prof.dr. HJ. Scheltema (1906 1981) in zijn leven, zelf alle aanleiding tot dit soort legendevorming heeft gegeven. Slavernij Never a dull moment, lijkt het motto waaronder Herman Jan Scheltema zoon van een befaamd Gronings kindergeneeskundige en een onderwijzeres - zijn leven leefde. In de onlangs bij Querido verschenen biografie die E.W.A. Henssen van hem schreef, heet hij "een groot rechtshistoricus, een briljant jurist en opmerkelijk hoogleraar, een zeer curieus dichter, een meer dan middelmatig pianist en een meer dan misselijk practical joker". D e laatste karakteristiek is zonder meer juist, zo-

H.J. SCHELTEMA IN DE JAREN VIJFTIG.

37 v u MAGAZINE SEPTEMBER 1992

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 347

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's