VU Magazine 1992 - pagina 394
S PR Hij had het zo goed voorbereid. Alles stond woord voor woord op papier. Niets was aan het toeval overgelaten. Er kon dan ook niets mis gaan. Dacht hij. De ochtend was redelijk ontspannen verlopen. Beetje nerveus, dat wel. Maar dat hoorde nu eenmaal bij een bruiloft. Zéker als je de vader van de bruid was en haar naar het altaar moest begeleiden. Ach ja, traditie, waaraan je enige dochter, tegen alle verwachting in, plotseling zo intens gehecht bleek. Ondanks alle ogen die hij tijdens het statig voortschrijden in zijn rug voelde prikken, had hij zich kranig van zijn taak gekweten. Naarmate de middag vorderde, en de receptie een aanvang nam, werd hij onrustiger. Zat het papier nog in zijn broekzak? Was het niet handiger het in de linkerzak van zijn colbert te steken? Of rechts misschien? Hij zou het toch maar in de ^__ broekzak laten waar het veilig opgevouwen naast een schone zakdoek zat. Dan zou hij straks niet mistasten en in paniek raken. Want dat was zijn standaardreactie als er iets misging op momenten waarin hij alle aandacht op zich gericht wist. Tegen wil en dank herinnerde hij zich hoe hij had staan schutteren bij het graf van tante Jo, toen er van hem, als oudste neef, een dankwoord verwacht werd. In een door vogelgetsjilp benadrukte stilte had hij vergeefs het spiekbriefje gezocht, dat, naar hij pas op dat moment in misseHjkmakende helderheid besefte, op de keukentafel was bHjven liggen. "Dank u voor uw komst", had hij gestameld terwijl een duizeling hem bijna op de kist met tante Jo had doen belanden. De omstanders hadden het uitgelegd als een oprechte uiting van verdriet. Dat excuus zou hij op deze blijde dag niet hebben. De angst kolkte omhoog, tot een
K E R S wachtte •waarop de ceremoniemeester hem het woord zou geven. Die aankondiging kwam toch nog onverwacht. "Toe nou Jan!", had z'n vrouw gesist. Moeizaam was hij overeind gekomen en had een paar stappen gezet in de richting van wat zich als een gapende afgrond aan hem openbaarde. Het papier leek in zijn bevende hand een eigen leven te leiden. "Een ei hoort erbij", hoorde hij zichzelf van veraf zeggen; een spreekwoord dat in zijn zorgvuldig opgebouwde betoog over het ei - de ideale vorm waarin kracht èn kwetsbaarheid samengaan - als zinnebeeld van het huweUjk, pas veel later aan bod had moeten komen. Hij sidderde en voelde het laatste restje moed als slappe pap in zijn benen zakken. D e gezichten rond de tafel lachten geluidloos. Nooit eerder had hij zich zo eenzaam gevoeld. Wat deed hij hier? Hij wilde weg, ver weg van hier, naar een plek waar hij ,^_ zich in z'n eentje schaamteloos zou mogen schamen. Zijn Hchaam luisterde allang niet meer naar de commando's van de bestuurder; zijn knieën knikten, zijn hoofd schudde op eigen initiatief heftig heen en weer. "Hier Jan, pak nou aan!", klonk de dwingende stem van zijn vrouw als vanuit een echoput. Voor zijn ogen zweefde een bruin kippeëi. Hij greep er naar en zei met dunne stem: " O o k bakt men geen omelet zonder een ei te breken." O p dat moment knepen de onbeheersbaar geworden spieren van zijn rechterhand het ei stuk. Het struif droop langs m o u w en revers van zijn zondagse pak. Hij voelde een klap op z'n schouder en hoorde de bekakte stem van de ceremoniemeester: "Prima act, kaerel! Ze Hggen dubbel hoor!" Toen snelde hij met gebogen hoofd de zaal uit, recht naar de bar, waar hij buiten gehoorsafstand een groot glas van iets bestelde.
Nachtmerrie
40 vu r/i^.GA21N£ CKTOeB 1592
door D. Prinsen
ober hem uit zijn nachtmerrie wekte met de vraag of hij iets wilde drinken. Met bevende hand pakte hij een glas jenever van het dienblad en sloeg het in één teug achterover. Terwijl het vocht zich brandend een weg zocht door zijn slokdarm, voelde hij zich enigszins rustiger worden. Het zou potdorie wel gaan. En zijn vrouw, betrouv/baar als altijd, zou hem op het juiste moment het attribuut aanreiken waarmee hij zijn speech wilde verlevendigen. De soep had hij maar laten staan; een trillende lepel en een toegeschroefde maag hadden het hem onmogelijk gemaakt ook maar een druppel binnen te krijgen. "Wat ben je stil pap; is er iets?", had z'n dochter gevraagd, terwijl hij met angst en beven het moment af-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's