VU Magazine 1992 - pagina 79
tente op zijn laboratorium werkte. Even verderop schrijft het Handelsblad dat met de tragische dood van D e Vries "één van de pioniers der kernfysica in ons land is heengegaan, die op zeer jeugdige leeftijd al een actieve rol in de wetenschap speelde. In het jaar zijner promotie (1942) werd hij - 26 jaar oud - benoemd tot lector bij de propaedeutische natuurkunde."
Sensatie Daar schrik j e toch even van. Een hoogleraar en een moord, het past niet bij elkaar. En nog wel moord met voorbedachten rade, want De Vries had twee beitels en cyaankali meegenomen toen hij naar de Bleekerstraat toog. Maar als je je wat erder verdiept in de gebeurtenissen
DIGE in de donkere dagen voor Kerstmis 1959 verdwijnt het gevoel van schrik en sensatie. Uit gesprekken met mensen die De Vries gekend hebben komt eerder het beeld naar voren van een droevig menselijk drama dan van een sappig Privé-verhaal. "Hessel de Vries was een rusteloos mens en een universeel fysicus", herinnert prof. dr. H. de Waard zich. De Waard werkte een tijdlang op dezelfde kamer als De Vries en na diens zelfinoord nam hij diens taak waar als leider van het C 14-laboratorium. In een In Memoriam in het blad Science omschreef hij het overlijden van De Vries als een verlies dat nauwelijks is goed te maken. De Waard noemt drie onderzoeksgebieden waarop de Groningse natuurkundige zijn sporen verdiende: de kernfysica, de bio-fysica en het C 14-onderzoek. Het was de archeoloog A. E. van Giffen, onder andere bekend van het onderzoek naar de Groningse ter-
pen, die D e Vries op het spoor van de C 14-methode zette. In de Verenigde Staten v/as W.F. Libby op het idee gekomen dat het C 14-isotoop bruikbaar was om de ouderdom van organisch materiaal vast te stellen. D e radio-activiteit van C 14 halveert namelijk in een bekende tijd en wie de resterende radioactiviteit meet, weet dus hoe oud een stof is. Het verzoek van Van Giffen wekte de belangstelling van De Vries en dat betekende dat hij geen rust had voor hij alle kanten van de methode had bestudeerd, zoals D e Waard in zijn In Memoriam schreef. Al snel wist D e Vries de C 14-methode te verbeteren en praktisch bruikbaar te maken. Hij verving het 'papje' waarmee Libby de Geigerteller van binnen had ingesmeerd door kooldioxide en wist met dat gas als medium, tegen alle verwachtingen in, veel nauwkeuriger metingen te verrichten. Bovendien ontdekte hij dat Libby van onjuiste aannamen uitging. De Amerikaanse natuurkundige dacht dat de hoeveelheid C 14 in de natuur m de loop van de eeuwen constant was gebleven, maar De Vries toonde aan dat die aanname niet klopte. In een gang in de kelder van het N a tuurkundig Laboratorium hangt een verzameling grafieken die Libby's ongelijk aantonen. Een rechte lijn geeft de ouderdom aan die Libby aan een stof toekent. Daaronder een kromme curve met de juiste ouderdom, die vooral is vastgesteld door vergelijkingen met de jaarringen van bomen. Omdat de
hoeveelheid C 14 niet constant is geweest zouden metingen volgens de methode van Libby de ouderdom van organisch materiaal meestal niet altijd! - onderschatten.
Pijnlijk Het belang van deze ontdekking bleek bijvoorbeeld toen Van Giffen een stukje hout aan De Vries gaf om te dateren. Het hout kwam van de plaats op het Martinikerkhof waar in vroeger dagen de St.-Walburgkerk heeft gestaan en zou volgens Libby een ouderdom van tweeduizend jaar hebben. De Vries herhaalde de datering volgens zijn verbeterde methode en kwam op een ouderdom van 900 jaar, een datering die ook in andere laboratoria werd vastgesteld. Pijnlijk voor Van Giffen, die in een pubhkatie al over de vondst van een Romeinse nederzetting had gesproken. De ontdekkingen van De Vries maakten de C 14-methode bruikbaar en betrouwbaar. Maar is dat genoeg voor een Nobelprijs, zoals in Groningen wel wordt gesuggereerd? D e Waard, die adviezen heeft gegeven aan het comité dat die prijs toekent, twijfelt. "Het was mooi geweest", zegt hij, "een Nobelprijs voor Libby en De Vries samen. Maar Libby heeft de methode bedacht en ermee gewerkt. Hoewel het werk van De Vries ongetwijfeld van groot belang was, is zijn bijdrage net niet groot genoeg geweest voor een Nobelprijs." Net als De Waard twijfelt ook prof.
PROF.DR. H. DE WAARD: "DE VRIES WAS EEN RUSTELOOS MENS EN EEN UNIVERSEEL FYSICUS"
33 v u MAGAZINE FEBRUARI 1 9 9 2
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's