Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 293

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 293

4 minuten leestijd

nen niet te haten. Dat kunt u geloven of niet geloven, bewijzen kan ik het niet. Als mensen mij niet geloven, trekken ze mijn integriteit in twijfel. Dat wordt wel eens gedaan." Als ik vraag of ze de neiging heeft om zich heel sterk met kleine kinderen te identificeren, om te 'kiezen voor het kind' zoals dat in de hulpverlenerswereld vaak genoemd werd, ontkent Lamers dat. "Het is echt niet zo dat ik blindehngs de kant van het kind kies. Ook een kind kan fantaseren, psychisch gestoord of geïndoctrineerd zijn door de ouders. Je stelt checkvragen en controlevragen, of suggestieve vragen om te kijken of kinderen met de suggestie meegaan. Je vraagt wel eens door, dat is heel normaal, in ieder politie-interview met volwassenen gebeurt dat ook. Het is trouwens helemaal niet zo dat kinderen zich zo snel dingen laten suggereren die niet gebeurd zijn. Dat heeft wetenschappelijk onderzoek van de laatste paar jaar uitgewezen. "Na afloop van het interview ga je de tekst woord voor woord analyseren. Ik ben ontzettend blij wanneer blijkt dat er niets aan de hand is. Echt hartstikke blij. In een artikel dat in 1989 gepubliceerd is in het Maandblad voor Geestelijke Volksgezondheid heb ik al aangegeven dat veel aangiftes van seksueel misbruik vals alarm zijn."

Absolute

onzin

Ik lees het artikel in het Maandblad en ben onder de indruk. Hier is helemaal niet iemand aan het woord wier bHk vertroebeld is door emotie. Met grote genuanceerdheid en verantwoorde wetenschappelijke afstandelijkheid schetst Francien Lamers-Winkelman de dilemma's die een onderzoeker ontmoet bij het interviewen van kinderen. Overdrijft u niet een beetje met uw kritiek, vraag ik aan Benjamin Rossen. "Het is een artikel dat ik bijna zelfgeschreven zou kunnen hebben", schampert hij. "Het artikel laat zien dat Lamers geen enkel inzicht heeft in haar eigen manier van werken en dat ze zich niet aan haar eigen voorschriften houdt. Zij is zo gedreven door het verlangen kinderen te redden, dat ze niet ziet hoe ze die kinderen beïnvloedt. Zij dwingt kinderen tot valse verhalen over seksueel misbruik. Ze schrijft zelf dat het herhalen van een vraag een ander antwoord kan uitlokken, maar in één interview dat ze met een kind heeft herhaalt ze een vraag tien maal. Dat is geen record, ik heb een keer in een interview gezien dat een vraag tachtig maal herhaald werd. "Zegt Lamers dat kinderen niet gemakkelijk beïnvloedbaar zijn door een suggestieve vraagstelling? Dat is absolute onzin. Kinderen zijn heel gemakkelijk te beïnvloeden. Heel snel geven ze het antwoord waarvan ze denken dat volwassenen het wensen. Dat is met honderd procent zekerheid aangetoond in wetenschappelijke publikaties." Niet alleen kunnen volwassenen door suggestieve ondervragingstechnieken vals beschuldigd worden, de ondervraging kan ook ernstige gevolgen hebben voor het kind zelf Rossen beroept zich daarbij op de theorie van de functieleer in de psychologie: "Het geheugen is niet zomaar een opslagplaats van waarnemingen en gebeurtenissen uit het verleden. Het geheugen is intelligent en probeert met hints en aanwijzingen het verleden te reconstrueren. Als er nu verkeerde informatie het systeem binnenkomt reconstrueren mensen de verkeerde herinne-

ring. Maar dat merken ze niet. Door een kind herhaaldelijk en langdurig te ondervragen over seksueel misbruik, kan dat tot gevolg hebben dat het kind werkelijk denkt seksueel misbruikt te zijn. O p die manier worden de interviews zelf een vorm van kindermisbruik. Zulke kinderen zijn niet meer te onderscheiden van wél seksueel misbruikte kinderen. Die kinderen denken later trauma's te hebben opgelopen. In Oude Pekela was een meisje dat buikpijn had, niet meer wilde buiten spelen, niet meer wilde eten; ze droomde er ook over. Ze dacht werkelijk seksueel misbruikt te zijn."

Correctie Rossen meent dat de gewraakte interviewvoorbeelden van Van Deutekom en Lamers geen incidentele bedrijfsongevallen zijn. "Ik heb de laatste paar jaar twintig zaken onderzocht en zie steeds hetzelfde patroon. In de zaakSchwagten zijn de kinderen ook geïnterviewd door m e n sen van de kinderbescherming, het kindertehuis, en het R I A G G . Carla van Deutekom kwam pas op het laatst. Ze maken allemaal dezelfde fouten. Als iemand een fout maakt, kun je van anderen een corrigerend effect verwachten. Maar dat is iets wat ik nergens zie. Van hoog tot laag in de hele hulpverlenerswereld bestaat hetzelfde denkkader. Ik denk datje wel degelijk van een heksenjacht op het terrein van seksueel misbruik kunt spreken."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 293

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's