VU Magazine 1992 - pagina 142
ondervraagd wordt begrijpt hij precies wat de bedoeling is en praat hij prachtig Leeuwarders. D e vragenlijst die de neerlandici hebben gemaakt vertoont nog veel gebreken. Er zijn bijvoorbeeld een paar plaatjes, waarbij de informant een zin moet maken. De bedoeling is dan dat er zo'n band-lekconstructie uitkomt, maar dat lukt vaak niet. Bij een plaatje van een gewonde knie staat het zinnetje 'Boukje is fallen en nou het se ....' De informant wordt dan geacht spontaan aan te vullen '... de knie stuk!', maar dat deed niemand. "Boukje is fallen en nou het se een wondje", zei er een. "Boukje is fallen en nou het se een zere knie kregen", zei de volgende. "Boukje het geen mooie benen", zuUen de studenten 's avonds de vragenlijst evalueren.
BOUKJE IS FALLEN EN NOU HET SE...
Andere Friese trekjes van de grammatica van het Leeuwarders roUen er prachtig uit. De verwachtingen van Van Bree kloppen. De Leeuwarders blijken altijd te zeggen 'De boer fertelde dat-y in Amsterdam weest is'. 'De boer fertelde dat-y in Amsterdam is geweest' klinkt in hun oren fout. Zij hebben dus een absolute voorkeur voor wat een dialectoloog eens heeft genoemd de groene volgorde. In de standaardtaal worden de groene (geweest is) en de rode volgorde (is geweest) afwisselend gebruikt. Van Bree zit steeds heftig te knikken als de oudjes iets zeggen wat hij wilde horen, of hij roept enthousiast
8 v u MAGAZINE APRIL 1992
"Ja!"
"Jelle het deur de plassen lopen: syn moeke droocht hem sien futen af', maakt de magere man een zin bij een plaatje. "Schitterend!", roept van Bree.
Boeren Als Leen klaar is met de enquête barst de man los. Hij vertelt dat hij een paar jaar in Amsterdam gev/oond heeft, en hoe ze hem dan uitlachten als hij zei 'Waar binnen die mensen nou'. Amsterdammers noemen alle mensen die van buiten hun stad komen boeren, zegt hij. Dan vertelt hij over de acht operaties die hij achter de rug heeft, "waarvan vier kanker" en over zijn huidige gezondheidstoestand. En hoe hij de vrouv/ mist. (De vrouw in plaats van mijn vrouw, noteert Van Bree snel.) Het is kwart voor vier. W e hadden al bij de volgende informant moeten zijn, waar de fotograaf op ons staat te wachten. Maar Van Bree en Leen blijven rustig naar de man zitten luisteren. Er volgt nog een v/at vrolijker verhaal over de relatie die hij heeft aangeknoopt met zijn eveneens bejaarde buurvrouw. Zijn dochters doen daar zo moeilijk over! Dan stappen we op. "Wij hebben van hem gebruik gemaakt, dan moet hij daarna ook van ons gebruik kunnen maken", doceert Van Bree op de fiets. Dat blijkt zijn stelregel bij het veldwerk: je mag nooit meteen weggaan nadat je de enquête hebt afgenomen. Je moet daarna altijd luisteren naar de verhalen die de informant wil vertellen.
Een sympathiek maar tijdrovend streven. De volgende informant belicht uitvoerig zijn visie op het leven. Een drukke, joviale man die ons op de schouders slaat en de Leidse neerlandici met 'zeun' aanspreekt. "Wat must meer weten zeun?" Hij is trots op zijn dialect. "Als wij ouwe neuten samen zitten te klaverjassen en er is er een die geen Leeuwarders meer wil praten dan zeggen wij: wat het die kerel een verbeelding! Waar komt-ie weg dat-ie z'n taaltje niet meer bruukt! Wat kreit-ie een kapsones!" Een uitstekende informant. Alleen heeft hij soms moeite om de zinnetjes uit de enquête strikt als taaibouwsel te beoordelen. Net als de andere informanten gaat hij steeds in op de betekenis van de zinnetjes. 'Ik raad dy an en drink nyt te feul koffy'. Is dat goed Leeuwarders? "Ja, dat zegt mien vrouw ook altijd en ze het gelijk want het is slecht voor de maag." Wij krijgen geen koffie maar steeds thee, uit kopjes met roosjes. "Doe ik het wel goed?" vraagt de man. "Natuurlijk, ik wil toch juist van u weten wat goed Leeuwarders is", roept Van Bree uit. De man is het daar niet mee eens. " U hebt er voor doorgeleerd, u weet het beter!" En hij slaat nog eens op Van Bree's rug. AUe informanten vinden de fopzin een foute zin. 'Ik had myn boek nyt bij mie' moet het zijn, zeggen ze eensgezind. Het valt me op hoe verschillend de vier informanten tegenover hun dia-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's