Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 278

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 278

5 minuten leestijd

den. Een enkele keer ging hij naar de opera. Er waren vijf of zes opera's die hij kon verdragen. Het is te begrijpen waarom hij van alle muziek juist van opera het meest kon genieten: een opera heeft woorden en verhalen, drama. Het was net of hij altijd aan het werk was, ook wanneer hij naar het theater ging. "Hij leidde dus hetzelfde leven als de meeste andere artsen. En tegeUjkertijd deed hij all this dynamiting. Het is ook niet zo dat hij een soort fantastische openbaring had, hij deed zijn ontdekkingen geleidelijk en volgde zijn materiaal. Dat is een van de dingen die ik zo interessant vind: hoe hij luistert naar wat hij in zijn praktijk te horen krijgt. Dat bleef hij zijn hele leven doen. Zelfs als oude man ontwikkelde hij nog theoretische noties om dingen te verklaren die hij niet begreep. Zijn artikelen over vrouwelijke seksualiteit bijvoorbeeld. Hij raadt vaak verkeerd, maar dat weet hij: dan trekt hij zich terug en begint hij weer opnieuw. Hij kan iets opgeven waar hij erg trots op is geweest, omdat de theorie niet werkt." Freud was joods, "Een goddeloze jood", zoals de titel van een van Gay's boeken luidt. Tegen een van zijn vrienden verzuchtte Freud dat psychoanalyse op veel minder weerstand zou stuiten als hij Oberhuber had geheten. Veel van zijn medestanders in de eerste jaren waren joden. Freud had hoge verwachtingen van de steun van niet-joden zhjung, die het imago van psychoanalyse als een bij uitstek joodse wetenschap konden doorbreken. Verwachtingen die op pijnlijke wijze teniet werden gedaan door de breuk tussen de stichter en zijn kroonprins. H

Was Freud behalve een doorsnee Weens burger ook een buitenstaander, omdat hij joods was? "Het antwoord is ja en nee. Het is niet zo dat hij de taal niet sprak, de kranten niet las, niet ging stemmen... Dat deed hij net als iedere andere inwoner van Wenen. Maar in een paar belangrijke opzichten voelde hij zich niet thuis. Antisemitisme werd een probleem in het midden van de jaren negentig, wat het veel minder was geweest in de jaren zestig en zeventig, toen hij opgroeide. "Maar hij was een insider in de westerse cultuur. Zijn favoriete schrijvers waren Shakespeare en Goethe, net als van alle anderen - hij had een heel voorspelbare, conservatieve literaire smaak. Hij had niet het gevoel dat die cultuur hem vreemd was, integendeel, het was zijn cultuur."

Las hij helemaal geen avant-garde schrijvers? Daar waren er toch genoeg van in Wenen. "Er was in W e n e n een duidelijk waarneembare avant-garde. Maar er is geen enkele aanwijzing dat Freud enige belangsteUing had voor Klimt, Schiele, Hugo von Hofmannsthal enzovoort. Je hoeft alleen maar te kijken naar de inrichting van zijn huis en naar zijn schilderijen. In zijn hele huis stond maar één modern meubelstuk.

een boekenkast, en die was ontworpen voor zijn dochter Anna." B

Toch kun je je moeilijk voorstellen dat al die beroemdheden elkaar niet regelmatig tegenkwamen op straat. "Ik heb wel eens gesuggereerd, nogal boosaardig, dat het Wenen van rond de eeuwwisseling is uitgevonden door cultuurhistorici die alles bij elkaar gooien. Die nemen aan dat al die bekende namen in een omgeving van een miljoen mensen elkaar moeten kennen, dezelfde salons en kofEehuizen bezoeken. In werkelijkheid was Wenen heel verdeeld. Er v/as een militair, aristocratisch Wenen, een artistiek Wenen. Freuds Wenen was medisch Wenen. Zijn vrienden, die hij iedere zaterdagavond ontmoette, v/aren dokters: ze tafelden dan zwaar, speelden tarok en rookten sigaren. Hij ging nooit naar, laten we zeggen, een voordracht van Hugo von Hoffmannsthal. "Ik heb mensen geschokt door te zeggen dat Freud de psychoanalyse overal had kunnen scheppen, in Berlijn, Amsterdam, Londen, N e w York - iedere stad met een universiteit, intellectueel leven en een bourgeoisie die groot genoeg was om patiënten te leveren. Hoewel niet al zijn patiënten bourgeois waren." Vanaf 1976 besteedde Gay zeven jaar om de psychoanalyse van binnenuit te leren kennen. Terwijl hij een volle baan aan de universiteit had, ging hij in leeranalyse, volgde als research candidate (een aankomend analyticus die geen medicijnen heeft gestudeerd) lessen en besprak met medekandidaten zorgvuldig onherkenbaar gemaakte patiënten ("de hoogste vorm van roddel die ik ken"). H

Kwam u na al die inspanning niet in de verleiding om voor de verandering de levenden te gaan analyseren? "Ja. Dat was een erg moeilijke keuze. Ik ben anders niet zo besluiteloos, maar deze keer had ik twee jaar nodig om te beslissen welke kant ik uitwüde. Mijn vijf medestudenten begonnen patiënten te ontvangen en vonden dat erg opwindend. Ik moest kiezen: patiënten ontvangen of verder gaan met de manier waarop ik geschiedenis beoefende, wat regelmatige bezoeken van zes maanden of langer aan Europese archieven en bibliotheken inhield. Dat kan niet als je analyses doet, dan m o e t j e minstens tien of zelfs elf maanden achter elkaar aanwezig zijn. Ik heb ervoor gekozen om de patiënten op te geven."

H

In plaats daarvan benutte Gay zijn nieuwe kennis en vaardigheden in historisch onderzoek: psychohistory. Van zijn werk over de negentiende-eeuwse bourgeoisie zijn inmiddels de eerste twee delen verschenen: 'Education of the Senses' (1984) en 'The Tender Passion' (1986), die zich beide concentreren op de uitingen van het libido. O p dit moment legt de Gay de laat-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 278

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's