VU Magazine 1992 - pagina 323
passen aan extreme omstandigheden, nuttige stoffen maakt en ons leven ook nog veraangenaamt: zonder schimmels en gisten zouden w e veel voedings- en genotmiddelen niet kennen!"
RHIZOPUS OLIGOSPORUS IS DE SCHIMMEI DIE EEN KOEK VAN SOJABONEN OMVORMT TOT LICHTVERTEERBARE EN SMAKELIJKE TEMPE.
in begint de belangstelling voor het vak de laatste jaren weer toe te nemen. Drijvende kracht achter de opleving is de wereldwijde aandacht voor 'biodiversiteit'. Onheilsprofeten waarschuwen dat de onnoemelijke rijkdom aan soorten in de natuur verloren dreigt te gaan door milieuvervuiling, ontginning en het verdwijnen van regenwouden; steeds sterker wordt daarom de roep om de resterende variatie in de natuur in stand te houden. Tropisch regenwoud Onmisbaar voor het in stand houden van die variatie is echter dat zoveel mogeHjk in kaart wordt gebracht, waaruit die natuurlijke soortenrijkdom eigenhjk precies bestaat. Want tot op dit moment is nog maar een klein deel van alle soorten organismen in detail bekend - zeker in het geval van micro-organismen. Van der Mei; "Mensen vragen wel eens: 'Is de taxonomie na tachtig jaar nog niet klaar?' Wel, om u een indruk te geven: volgens de meest recente schattingen zijn er vijfhonderdduizend tot anderhalf miljoen soorten schimmels op de wereld. Daarvan kennen we er nog geen vijf procent. Er zijn veel leefomgevingen die nauwelijks op schimmels zijn onderzocht. Zelfs in goed bestudeerde landen als Nederland en Duitsland, worden jaarhjks nog nieuwe soorten ontdekt." Bovendien staat ook de taxonomie niet stil, zegt Van der Mei. Waren taxonomen vroeger vooral met het uiterlijk, met de vorm van organismen bezig, tegenwoordig doen ze ook moleculair-biologisch en genetisch onderzoek. Door te kijken naar overeenkomsten in het D N A van verschillende soorten, kunnen ze verwantschappen veel beter in kaart brengen.
Maar helaas voor de schimmelonderzoekers: ook in de opleving van de taxonomie speelt een weinig tot de verbeelding sprekend imago hun vak parten. O p de wereld-milieutop in R i o de Janeiro bij voorbeeld, werd volop gebakkeleid over biodiversiteit, maar daarbij ging het voornamelijk over planten en dieren. Van der Mei: "Als er gesproken wordt over vervuiling, klimaatverandering en de effecten daarvan op tropisch regenwoud en het ecosysteem in de zee, dan worden schimmels altijd onderbelicht. Politici en beleidmakers spreken wel hun zorg uit over het verdwijnen van planten en dieren, want die kan men zien, maar micro-organismen komen zelden aan de orde. Dat is ook wel te begrijpen: als er gerapporteerd wordt dat in het oerwoud de orang oetan verdwijnt, dan schrik j e j e rot. Maar als de een of andere schimmelpopulatie in gevaar komt, so what? "Als schimmelonderzoekers zijn we nu bezig goede, welomschreven onderzoekprogramma's op te stellen. Die willen we onder de aandacht brengen van internationale wetenschappelijke organisaties en mensen die het geld moeten leveren. Z o kan het evenwicht misschien weer worden hersteld." Genotmiddel Dat Van der Mei iets begrijpt van het problematische imago van schimmelonderzoekers, komt waarschijnlijk doordat hij pas later in zijn w e tenschappelijke loopbaan met het schimmelwerk kennismaakte. O o r spronkelijk was hij virus-onderzoeker; later werd hij 'manager' in de wetenschap. D e bekoring van de schimmel heeft hij "moeten leren", sinds hij tot directeur van het instituut werd benoemd. "Wij kennen de schimmel als een zeer boeiend levend wezen, dat zich weet aan te
Dat achter de duizenden buisjes grijze en bruine schimmeldraden inderdaad een kleurrijke en fascinerende wereld schuilgaat, kan niemand overtuigender illustreren dan dr. R.A. Samson. Bij het Centraal Bureau van de Schimmelcultures is hij hoofd van de afdeling Toegepast Onderzoek, die een steeds groter deel van de inkomsten van het instituut binnenhaalt. Een bakker of kaasfabrikant, die in zijn bedrijf wordt geplaagd door een hardnekkige schimmel, kan bij Samson terecht voor onderzoek en raad. Samson: "Schimmels vies? Ik vind van niet! Ik geef hier af en toe cursussen, en inderdaad, iedereen komt met die insteUing binnen. Maar zodra je er écht naar gaat kijken, word je helemaal lyrisch!" Roquefortkaas Samson pakt een stapel foto's van de plank: opnamen van schimmelcellen, gemaakt met de elektronenmicroscoop, die extreme vergrotingen mogeUjk maakt. Er ontvouwt zich een wereld van bizarre, soms grillige, soms symmetrische vormen. "Ik ben nu wat platen aan het maken voor een hoofdstuk in een boek. M o e t j e zien; dit is roquefortkaas. Kijk eens wat een prachtige schimmel! Dit is tempé, sojabonen met de schimmel rhizopus. Dat zijn toch mooie organismen! "Sommige van die schimmels ken ik al tientallen jaren, maar elke keer als ik ze onder de elektronenmicroscoop leg, verrassen die ontzettend mooie vormen me weer. En het grappige is, dat die structuren vaak een gelijkenis hebben met de organismen die we uit het dagelijks leven kennen. Kijk, deze doet me een beetje aan een bloem denken." Het is een troostrijke gedachte, wanneer er na enkele dagen weer eens een grijsgroen laagje op de boterhammen verschijnt: j e ziet een organisme dat nuttig en wetenschappelijk zeer interessant is. En mits tienduizenden keer vergroot, is het zelfs een bijzonder esthetisch organisme. Maar lastig bhjft het.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's