VU Magazine 1992 - pagina 301
R H A A L D cjhe w^etenschap van len bijHggen, zodat het vee niet zal sterven door gebrek aan voeding en de Turkse boer de winter zal doorkomen zonder angst voor de dag van morgen." Een vooruitzicht zo paradijselijk dat het Russische publiek het maar al te graag wilde geloven. De Russische biologen waren sceptisch over al die grootse ontdekkingen. Vooral het idee dat het sterven der gewassen in de winter op simpele wijze opgelost kon worden, stuitte op veel weerstand. Maar Lysenko gooide een geheim wapen in de strijd: zijn vader. Vader Lysenko was een kleine boer in de Oekraïne. In 1929 vond er in twee opeenvolgende jaren een rampzalig verlies aan tarwe plaats door strenge vorst. Stiekem, want hij was bang dat de buren hem zouden uitlachen, weekte de oude Lysenko 48 kilo wintertarwe in water en begroef de zak met vochtig zaad in een sneeuwbank. Tot de lente werd op die manier het zaad op natuurlijke wijze gekoeld. Vervolgens werd de wintertarwe in de lente gezaaid naast een veld met lentetarwe. Normaal gesproken wil wintertarwe die in de lente gezaaid is niet ontkiemen, maar door het geheime procédé van vader Lysenko, was het probleem ineens opgelost. Dat beweerde tenminste de familie Lysenko; de oogst van de wintertarwe zou zelfs beter zijn dan die van de aangrenzende lentetarwe. Het politieke gezag was onmiddellijk entholisiast. De communistische leiders zagen voor hun ogen de rampen in hun land zich voltrekken. In de winter van '28-'29 ging maar liefst zeven miljoen hectare wintertarwe verloren. In die tijd begonnen de communisten ook met hun gedwongen industrialisatie. De autoriteiten braken zich het hoofd over de vraag hoe de stedelijke massa's op een goedkope wijze van voedsel te voorzien en tegelijk voldoende geld te vergaren om de zware investeringen in de industrie te bekostigen. Vandaar dat, toen een geleerde beweerde het ei van Columbus gevonden te hebben, men maar al te graag bereid was hem te geloven.
D e wetenschappelijke gemeenschap het zich minder snel overtuigen. Maar wat die geleerden zeiden klonk zoveel saaier en onpraktischer dan wat Lysenko te melden had. Ze zeiden dat het sterven der gev/assen in de winter een complex probleem is waarnaar nog veel onderzoek gedaan moet worden; dat de methode van vader Lysenko misschien in dat ene geval iets had opgeleverd, maar dat dit nog niet wilde zeggen dat het in het voorjaar planten van wintertarwe het eind van aUe problemen zou beteken. Laten we in laboratoria voorzichtig Lysenko's hypothese testen en niet te vroeg naar buiten komen met vermeend spectaculaire ontdekkingen, dat zeiden de geleerden. Maar met die behoedzaamheid maakten ze zich niet populair bij de politieke leiders. Die vonden zulke overwegingen maar theoretisch gebazel, het werk van studeerkamergeleerden die ver verwijderd stonden van de praktijk van alledag. Nee, dan Lysenko, die stond pas echt met beide blote voeten op de alledaagse grond; die bood voor moeilijke problemen tenminste concrete actie-plannen. Daar kon je als autoriteit iets mee beginnen, ledere kritiek op Lysenko raakte al spoedig verdacht; elk wetenschappelijk debat op dit punt werd in de kiem gesmoord. Alleen lofzangen op de grote geleerde werden met geestdrift begroet. Veel coUega's van Lysenko lieten zich intimideren. En, om hun goede baantje te behouden, hielden ze hun kritiek maar voor zich. In de begintijd van het communisme, ten tijde van Lenin, bestond er nog een zeker respect voor de w e tenschap. Verspreid de verworvenheden van de wetenschap onder de massa's, luidde het parool. De w e tenschap werd nog een eigen ruimte gegund. Onder Stalin verdween die professionele autonomie voUedig. Het communistische regime toonde zich van zijn meest anti-intellectuele kant. D e enige echte grote intellectuelen waren de politieke leiders zelf. De politiek had niets te leren van de wetenschap; de zaak lag eer-
der andersom: de geniale inzichten van Stalin moesten ingezaaid worden in de akker van de wetenschap. Anders gezegd: de wetenschap had zich te schikken naar het dictaat van de praktijk. De opvattingen van Lysenko sloten naadloos aan bij die van de Grote Leider en daarom kon hij omhoog vallen in de Sovjethiërarchie. Door de invloed van Lysenko werd het op de universiteiten niet langer noodzakelijk geacht om zoiets als genetica te bestuderen. Zijn meest extreme aanhangers beschouwden de wetten van de erfelijkheid, plantenhormonen en virusziekten als metafysische uitwasemingen van de bourgeoisgeest. Dat soort zogenaamde biologische wetten bestond helemaal niet. De natuur is veel kneedbaarder dan al die reactionaire geleerden beweerden. Als je de omgeving maar verandert, veranderen de soorten net zo snel mee. Het is een theorie die impliceert dat schoothondjes, eenmaal vrijgelaten in het bos, later vossen en wolven zullen baren, o m dat de wildernis een passende omgeving is voor wilde dieren. O p grond van die principes werd aan het einde van de jaren veertig 'Het grote Stahn-Plan ter Transformatie van de Natuur' door Lysenko gelanceerd. O p steppegronden werden in 1955 massaal bomen geplant. Het was de grote finale van de stalinistische landbouwpolitiek. In een m u m van tijd zou het koude, droge Rusland veranderen in een land met een mild en vochtig khmaat. Eerdere mislukkingen met gewassen waren al lang vergeten. Sjostakovitsj componeerde zijn symfonie 'Het lied van de bossen' en diverse schrijvers bejubelden de triomf over de natuur. En waarom zouden kunstenaars ook twijfelen aan de grootheid van Lysenko als zelfs eminente geleerden zich de handen blauw klapten? Een paar jaar later begon het applaus te verstommen. Het fiasco viel niet langer te ontkennen. Het puinruimen nam langzaam een aanvang.
35 vu iW^GAZINE jUl/AUG 1992
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's