Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 274

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 274

6 minuten leestijd

omdat in die periode de eicel rijpt. Een ^verkneemster zou dus al maanden voor de geplande conceptie moeten vragen om vervangend werk. Daarbij komt nog dat een conceptie vaak helemaal niet te plannen valt. Na het stoppen met de pil hebben vrouwen gemiddeld een halfjaar nodig om zwanger te worden. En de collega's al die tijd maar vragen of het al een beetje wil lukken met de conceptie... Een aantasting van de privacy, zo luidt dan ook het oordeel van het FNV-rapport over het 'reproduktiebescherrmngsbeleid' - zo noemen ze het daar - van Akzo. Bij dat concern gaat het daadwerkelijk zo dat een vrouw die zwanger wil worden, verplicht is dat maanden van tevoren aan de bedrijfsleiding te melden. Maar, als er een keuze gemaakt moet worden tussen privacy en bescherming van het nieuwe leven lijkt het verstandig om op laboratoria dan maar te streven naar maximale openheid. Vreemd dus eigenlijk, dat de FNV ook in dit rapport het advies geeft om bij sollicitaties de benoemingscommissie en de keuringsarts niet in te lichten over een zwangerschap.

Hoe belangrijk kennis is, heeft Marijke Hogenbirk zelf ervaren. Ze vertelt dat zij een paar keer heeft gewerkt met thoriumverbindingen, waarvan achteraf bleek dat ze veel te veel radioactieve straling afgaven. "Mijn kennis schoot daar tekort, want met stralingsrisico's kom je op het terrein van de natuurkunde. Mijn hoogleraar had, voordat ik met die verbindingen ging werken, aan de Dienst voor Veiligheid en Milieu van de universiteit gevraagd of dat veilig kon. Hij kreeg een vaag antwoord; iets in de trant van 'het kan wel, als je voorzorgsmaatregelen in acht neemt'. Dat hadden we zelf ook wel kunnen bedenken. Een vriend van mij - een natuurkundige die veel af weet van stralingsrisico's - heeft toen voor me uitgezocht hoeveel straHng die verbinding afgaf. Dat bleek veel te veel. Ik ben direct gestopt met dat onderzoek en me met iets anders gaan bezighouden. Maar ik neem het de Dienst voor Veiligheid en Milieu wel kwalijk dat ze me niet goed hebben voorgelicht. Zij hadden ook in de tabellen kunnen kijken waarin die natuurkundige het opgezocht heeft."

Radioactief Monique van Leijen heeft nog nooit nagedacht over de vraag of zij haar werk wel zou kunnen doen als ze zwanger was. "Misschien zou ik zorgen dat ik wat minder laboratoriumwerk deed. Ik weet het niet; ik ben niet zo bang voor het werken met giftige stoffen. Je moet gewoon zorgen datje het niet inademt of op je huid krijgt; daarom werken we in zuurkasten. Straling, dat vind ik wel eng. Ik ben bang voor magnetronovens!"

8 vu MAGAZINE JUL/AUG 1992

Haar coUega Marijke Hogenbirk heeft wel nagedacht over zwangerschap. Zij wil, als ze zwanger zou worden, zelfs helemaal niet op een laboratorium komen. Ze zou vragen om vervangend werk, beleidswerk bijvoorbeeld. Van de scheikundigen die ik spreek lijkt zij de enige die vaak stil staat bij de risico's die het werken met chemische stoffen met zich mee brengt. Maar ook zij relativeert: "Ik denk dat kapsters en schilders veel meer gevaar lopen dan wij op dit lab, omdat wij een opleiding in de scheikunde hebben. Wij zijn bekend met de gevaren en met de voorzorgsmaatregelen die je moet nemen."

Theo Wijsman, de functionaris van de Dienst voor Veihgheid en Müieu die zich met scheikunde bezighoudt, weet niet precies wat er fout is gegaan. Hij vindt in zijn archief een brief aan Marijke Hogenbirk waarin de D V M adviseert met thoriumchloride te werken in een speciaal laboratorium voor radioactief werk. (Hogenbirk: "Dat rapport was gebaseerd op de informatie die ikzelf aangedragen had!") Daar kan een m o n deling advies aan vooraf zijn gegaan. Wijsman denkt dat toen het misverstand is ontstaan. De volgende ochtend. Corine Komen is aan het werk in haar zuurkast, een kast met één open zijde, waarin de lucht constant wordt ververst. In een glazen schlenkvat zit het reaktiemengsel dat ze onderzoekt. Ze wil het oplosmiddel vervangen door een ander. Met een pomp zuigt ze het oude oplosmiddel af "Snap je een beetje wat ik doe? Nee? Nou, het lijkt op koken. Je doet dingen bij elkaar en dan maak je ze warmer of kouder." Corine doet haar werk met plezier. Ze houdt ook veel van koken.

In het nieuwe oplosmiddel lost het reaktiemengsel beter op. Met een naald zuigt ze er wat van op om het in het NMR-apparaat te gaan onderzoeken. Ze knoeit een beetje, tot haar eigen grote ergernis. Moet ze geen handschoenen dragen bij dat opzuigen? "Ik was mijn handen meteen." De N M R - b u i s met het reaktiemengsel zet Corine in het N M R apparaat. Er rolt een papier uit met gegevens over de samenstelling van het mengsel.

Giechelig N e t als Monique van Leijen vindt Corine Komen het moeilijk om iets te zeggen over zwanger zijn als scheikundige. Ook zij heeft nog nooit over het onderwerp nagedacht. "Als aio is het sowieso uitgesloten datje zwanger wordt, dat doet niemand." Ze denkt dat ze, als ze zwanger zou zijn, niet op een laboratorium zou willen werken. Als ik uitleg dat ze dan al een paar maanden voor de geplande zwangerschap voor vervangend werk zou moeten zorgen, vindt ze dat een absurd idee. Praktisch onhaalbaar. En ze vindt het een idiote gedachte dat dan al haar collega's zouden weten dat zij zwanger wilde worden. O o k deze ochtend zijn de gesprekken tijdens de koffie voor een journalist zonder bèta-brein het interessantst. De sfeer wordt vreselijk giechehg als ter sprake komt dat ook mannen die met chemicaliën werken een verhoogde kans hebben op kinderen met afwijkingen. Zaadcellen zijn gevoelig voor schade omdat het snel-delende cellen zijn. De mannen in deze koffiekamer hebben zich nog nooit zorgen gemaakt om hun nageslacht. Blakende kindertjes hebben ze. Alleen het kind van Herman Teunissen is te vroeg geboren. Heeft hij nooit gedacht dat zijn werk daar misschien de oorzaak van is? O m deze suggestie word ik smakelijk uitgelachen. Een coUega komt niet meer bij: "Dat komt zeker van die fosforverbindingen waar Herman mee werkt!" "Van fosfor word je alleen maar slim", voegt Monique eraan toe. Als de pret over is bezweert Teunissen dat hij absoluut zeker weet dat er geen verband kan zijn tussen zijn werk met fosforverbindingen en de te vroege geboorte van zijn kind. "Beroepsblindheid", oordeelt de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 274

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's