Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 39

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 39

4 minuten leestijd

1. er zijn geen lange termijn studies van voldoende omvang en duur gedaan; 2. patiënten gaan tegenwoordig eerder naar hun arts; 3. allergieën kunnen nu veel beter worden gediagnostiseerd; 4. niet het aantal allergieën is toegenomen, maar het aantal allergenen. Welke westerling kon vijftig jaar geleden allergisch reageren op kiwi's of mango's?

Wormen Maar ondanks deze kritiek komt Wüthrich na het bestuderen van een kleine hoeveelheid epidemiologisch materiaal toch tot de conclusie dat het aantal aUergiepatiënten inderdaad fors is toegenomen sinds de ontdekking van deze kwalen. Tijdens een speurtocht langs allergologische centra in Leiden, Groningen, Amsterdam en Utrecht wordt dit - zij het aarzelend - bevestigd: allergie neemt toe. H o e kon dat gebeuren? Wat is er

het gen dat voor deze ziekten verantwoordelijk is, gevonden is en wel op chromosoom 11. Dit gen zou de normale produktie van Immunoglohuline E (IgE) verstoren en zo allergie veroorzaken. Bij het binnendringen van het allergeen (de stof die de allergische reactie oproept, bijvoorbeeld pollen of afvalprodukten van mijten) wordt dan overmatig IgE geproduceerd en als gevolg daarvan komt bijvoorbeeld een stof als histamine vrij, die dan de uiteindelijke symptomen veroorzaakt. Het nu ontdekte gen zou de mens ooit met behulp van IgE-produktie hebben beschermd tegen parasitaire wormen. En inderdaad vindt men in de tropen - waar deze wormen veel voorkomen - soms nog mensen met hoge IgE-gehaltes. In onze contreien heeft het gen geen functie, maar het is toch aanwezig bij een kwart van de Engelse bevolking. De ontdekking van dit gen biedt de mogelijkheid op zoek te gaan naar een geneesmiddel dat de werking ervan tegengaat, maar geeft geen ant-

VMi ALLERGIE

PROF.DR. R.C. AALBERSE: "INFECTIES STIMULEERDEN INTERFERON GAMMA."

veranderd in de mens, in zijn leefwijze, in zijn omgeving? Er zijn diverse hypotheses geopperd. Ziekten als hooikoorts en astma (en eczeem) hebben een genetische component. Inmiddels lijkt het alsof

woord op de vraag waarom dit gen zich zo plotseling en massaal manifesteert in de vorm van allergieën. De bewering dat een kwart van de Engelsen het IgE-gen zou dragen spoort aardig met een ontdekking

die in Amerika werd gedaan tijdens het tweede National Health and Nutrition Examination Survey ( N H A NES II). Twintig procent van een representatieve groep van 16.000 mensen bleek positief te reageren op tenminste één allergeen dat voor een huidtest werd toegediend.

Popoeoas Uit dit grote onderzoek kwam een sterk verband naar voren tussen sociaal-economische status en allergie en ook rechtstreeks tussen inkomen en allergie. Naarmate men meer verdiende traden ook meer allergieën op. Er was ook een verband met het opleidingsniveau. In stedelijke gebieden (meer dan 2500 inwoners) kwamen meer allergieën voor dan in landeHjke gebieden (hoewel dit alleen voor blanken en niet voor zwarten gold). O o k andere onderzoekers hebben het verband tussen welvaart en allergie gevonden. D e NHANES-onderzoekers suggereren dat allergie blijkbaar een ziekte is die beïnvloed wordt door de levensstijl. In 1985 vond in Papoea Nieuw Guinea een prikkelend onderzoek plaats. Hier ontdekte men dat in een Papoea-gemeenschap in enkele decennia de ziekte astma was komen opzetten en wel in een frequentie en een hevigheid die veel groter was dan in westerse landen wordt waargenomen. De IgE-concentraties waren hier verhoogd en de onderzoekers suggereerden in hun onderzoek dat het gebruik van katoenen dekens v/eUicht verantwoordelijk was voor de toename van astma. Die dekens waren nieuw in de gemeenschap en bevatten, zoals alle dekens in de w e reld flinke concentraties allergieveroorzakende mijten. De verklaring is echter niet sluitend, want voor de komst van de katoenen deken moeten de Papoeaas toch ook ergens onder geslapen hebben, waar mogelijk ook mijten in zaten. De Papoeaas v/aren niet alleen dekens gaan gebruiken, maar hun hele welvaart was toegenomen en hun hele levensstijl was verwesterd. Waarschijnlijk kwamen deze Papoeaas vroeger ook wel in aanraking met aUergenen, alleen trad er toen geen reactie op.

Astma Er is veel onderzoeksenergie gestoken in het vinden van een antwoord

37

vu MAGAZINE JANUARI !992

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 39

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's