Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 287

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 287

6 minuten leestijd

VOORUITGANG middellijk schieten de destijds onbegrepen opdreun-rijtjes uit een prehistorische schooltijd in de herinnering: ...Cambrium, Devoon, Perm, Trias, Jura, Krijt... Dat deze, soms miljoenen jaren geleden gevormde aardlagen, en de daarin teruggevonden sporen van de vroegste levende natuur, juist in dit Maastrichtse museum het middelpunt vormen, is niet verwonderlijk. Limburg is anders, benadrukt het museum dat prat gaat op de regionale flanctie die het heeft. Dit anders-zijn komt onder meer tot uitdrukking in het feit dat nergens in ons land de lagen uit het Krijttijdperk zo dicht aan de oppervlakte liggen als juist hier, en dat deze lagen ook nog eens bedekt worden door een unieke grondsoort: loss. D e mens heeft, sinds zijn entree in de streek, deze uniciteit altijd al w e ten te waarderen, zij het vooral in economisch opzicht. En het gevolg van die waardering is geweest dat Limburg in de loop der eeuwen ingrijpend veranderde - een wingewest werd waar mergel, lei en kiezel, steenkool en andere kostbare grondstoffen voor van alles en nog wat, als het ware voor het oprapen lagen. Uit de samenstelling van de hier uitgestalde voorwerpen vallen, voor gevoelige oren, nog wel ondertonen van frustratie te beluisteren, die door exploitatiedrift en winzucht, en de gevolgen van dat al voor het Limburgse landschap, is opgeroepen. Verplaatsen wij ons even naar de eerste etage, dan klinkt er bijvoorbeeld iets navrants door in de vitrine waarin een historische prent van Maastricht en opgezette exemplaren van gedomesticeerde, alledaagse dieren verenigd zijn. De begeleidende tekst meldt dat een 'tricht' een doorwaadbare plaats in de rivier is lokatie bij uitstek voor militairen, koop- en ambachtslieden - en verwoordt vervolgens de definitie van de stad die daaruit in 2000 jaar tijd groeide, aldus: "onrustige plek in het landschap waar alleen het belang van de mens telt." Verbaasd vraagt de tekstschrijver zich vervolgens af wat andere levende wezens dan de mens, nog op zo'n plek te zoeken hebben. Het opgezet gedierte in de vitrine geeft het antwoord: restjes patates frites voor duif, spreeuw en mus, brood voor eend en meeuw.

en al die vogeltjes weer voor de poes. Het gevoel als provincie misbruikt te zijn, is echter niet de enige - en zelfs niet eens de grootste - firustratie voor dit museum. Pijnlijk is bovenal de ontstentenis van de authentieke resten van een voorwereldlijk m o n ster, die in de tweede helft van de achttiende eeuw in de nabije Pietersberg werden gevonden. Nergens anders waren deze fossielen méér op hun plaats geweest dan hier. En het verhaal van hun verdwijning illustreert de rol van Limburg als underdog en wingewest op treffende wijze. "Het was in eene van de galerijen van den St. Pieters Berg bij Maastricht, (...) dat werkHeden, die, in het jaar 1770, bezig waren er steenen uit te haaien, (...) het overschot ontdekten van den kop van een groot dier, binnen in den steenklomp zittende, dat hun zeer merkwaerdig voorkwam", zo begint het ooggetuigeverslag van wat tot de beroemdste fossielvondsten aller tijden wordt gerekend. Het betreft hier de schedel van een Mosasauriër, lid van de familie der dinosauriërs, die op grond van andere vondsten pas in 1850 als zodanig herkend en benoemd werd. D e steenhouwers riepen er de stadschirurgijn bij, van wie bekend was dat hij krijtfossielen verzamelde. Deze Hoffmann was blij met de kop waarvan hij aannam dat deze had toebehoord aan een krokodil van buitensporige omvang. Godin, een lepe kanunnik en eigenaar van de grond boven de groeve, eiste echter het natuurhistorische pronkstuk, dat al snel wereldfaam had verworven, op. Maar ook bij de Fransen, die in 1795 de stad veroverden, bleek de begeerte naar de schedel gewekt. Eén van hen, Freicine, loofde zeshonderd flessen van zijn beste wijn uit voor degene die hem het object in handen zou spelen; twaalf grenadiers bezorgden hem daarop het fossiel franco thuis, dat nu nog altijd in het Natuurhistorisch Museum van Parijs te bezichtigen is. H e t Maastrichtse museum moet het doen met de povere restanten - wat gebroken wijnflessen - van het schandehjk drinkgelag dat de grenadiers als beloning kregen aangeboden. Wat een tragiek, m e vrouw, meneer! Wat een tragiek!

Met deze larmoyante geschiedenis in het achterhoofd, valt in dit Maastrichtse museum plotseling veel meer tragiek te bespeuren. Wat te denken van de doos met een collectie half opgevreten gevleugelde insekten? Er is niet veel meer van over, omdat - zoals de schrifteHjke uitleg wil - de larven van de 'museumkever' zich aan hun opgeprikte verwanten tegoed hebben gedaan. H o e tragisch ook het lot van muurbloemen en -planten die door onze schoonmaakdrift en sloopzucht met verdwijnen bedreigd worden! En hoe zwaar weegt het gemis van de vroedmeesterpad, die belooft na een druk op een knop zijn karakteristieke geluid ten gehore te brengen, maar die "wegens defect tijdehjk buiten gebruik" blijkt? Dit type ongerief kan echter niet in de schaduw staan bij het deprimerend inzicht dat voortspruit uit een overigens zeer instructief exposé over het verschijnsel 'fossiel'. De principiële beperktheid van de studie naar de natuurlijke historie ontvouwt zich in voUe omvang in de volgende mededeling: "Van de meeste planten en dieren die in het geologisch verleden geleefd hebben, weten we niets en zullen we ook niets weten." Een ondraaglijke gedachte voor elke vorser die streeft naar het Ultieme Weten. Slechts planten en dieren met harde delen (en dan nog alleen de lijkjes die kort na hun heengaan werden toegdekt door sediment dat tot gesteente werd) kunnen het ons navertellen. Wat een geluk dat dit laatste, blijkens de hier aanwezige, omvangrijke collectie, toch nog in betrekkelijk ruime mate het geval is geweest. Anders waren we van alle kennis inzake de voorhistorie verstoken gebleven. En misschien ook wel van dit boeiende en leerzame Natuurhistorisch Museum. En daardoor van een alleszins aanvaardbaar excuus voor een bezoekje aan Maastricht, dat - zoals gezegd - zo'n alibi eigenlijk niet behoeft.

Natuurhistorisch Museum, D e Bosquetplein 7, Maastricht. Geopend: maandag t / m vrijdag tussen 10.00 en 12.30 uur en tussen 13.30 en 17.00 uur; zaterdag en zondag tussen 14.00 en 17.00 uur.

21 vu MAGAZINe JUL/AUG 1992

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 287

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's