VU Magazine 1992 - pagina 428
leid. Vroeger kreeg de verdachte het vonnis in uitgewerkte vorm op schrift. Kon hij aUes nog even op zijn gemak nalezen. Dat wordt nu niet meer gedaan, daar is geen tijd meer voor. Alleen als de verdachte in hoger beroep gaat, ziet de rechter zich verpHcht zijn argumenten toe te lichten. Voor het overige is het vonnis een hamerstuk geworden. H e t vonnis heeft iets willekeurigs gekregen. Mr. Beatrijs Kortenhorst, die in 1990 in Leiden promoveerde op een proefschrift over de motivering van vonnissen, en die nu werkzaam is bij de Hoge Raad, vertelt, dat zij het terugdringen van de wettelijk voorgeschreven motiveringsplicht een bedenkelijke zaak vindt. Kortenhorst: "In het strafrecht is altijd de cruciale vraag geweest: heeft de verdachte het wel of niet gedaan? In de Middeleeuwen had men daar een simpele oplossing voor: men gooide een verdachte in het vuur of in het water, als hij daar heelhuids uit kwam, was hij onschuldig. Godsoordelen, werden zulke acties genoemd. In de loop der tijd zijn we steeds minder in wonderen gaan geloven en rationeler geworden. W e hebben eisen gesteld aan de vraag wanneer een misdaad bewezen geacht mag worden. De bewijsregels zijn in de plaats van Godsoordelen gekomen. De strafrechter is een heel machtig iemand, te vergelijken met de priester met zijn Godsoordeel. Hij is nergens aan gebonden, behalve aan het wetboek van de b e wijsregels. Maar bij bewijsmiddelen kan grote twijfel ontstaan: de manier -waarop de politie verdachten laat herkennen deugt niet, of men zoekt alleen naar sporen die een verdachte kunnen belasten en niet naar sporen die hem kunnen ontlasten. Je kunt je daarom afvragen of we wel zo ver van de Middeleeuwen afstaan, als een rechter niet eens meer hoeft toe te lichten hoe hij tot een beslissing is gekomen."
Automaat Als de strafzaak zo klaar als een klontje is, heeft het iets buitengewoon aantrekkelijks om de motivering van een vonnis maar achterwege te laten. Beatrijs Kortenhorst: "Het is natuurlijk ook zonde o m duurbetaalde juristen aan het werk te zetten bij al die mensen die bij verkeersHET PALEIS VAN JUSTITIE AAN DE AMSTERDAMSE PARNASSUSWEG.
30 v u MAGAZINE NOVEMBER 1992
overtredingen in cassatie gaan, alleen omdat ze hun rijbewijs iets langer willen houden. Maar aan de andere kant erodeert het recht als j e niet meer hoeft te motiveren. Ik denk dat het voor een rechter ontzettend goed is, als hij gedwongen wordt alle bewijsmiddelen te onderzoeken. Anders stomp je af, je wordt een automaat." Het beknibbelen op de motiveringsplicht, vooral in de zogenaamd eenvoudige zaken, vindt plaats - zoals bijna alles - in het kader van de bezuiniging en de efficiëntie. Maar Beatrijs Kortenhorst gelooft niet dat dit soort maatregelen veel besparing oplevert: "Waar mensen het meest boos om worden, zijn de verkeerszaken. Ze staan terecht voor een overtreding, maar ze vinden dat ze gelijk hebben. Een rechter kan zonder verder motivering zeggen: nee, je hebt ongelijk en je moet betalen. Zulke mensen procederen altijd door. Niet omdat ze de boete niet willen betalen maar omdat ze hun gehjk wülen halen. Als een rechter nu zijn argumentatie aangeeft, voorkomt dat veel onrust en leggen mensen zich wat gemakkelijker neer bij de beslissing. Je zou kunnen zeggen dat het afschaffen van de motiveringspHcht in een aantal gevallen contra-produktief werkt. Het brengt soms meer rompslomp met zich mee."
Undercover Die politieke drang o m te bezuinigen, en o m alles ondergeschikt te maken aan overwegingen van efficiency, is iets waar prof. Schalken zich op zijn beurt kwaad om kan maken: "Als j e uitgaat van het feit dat bestrijding van de criminaliteit als belangrijkste item op de politieke agenda staat, kun je constateren dat men structureel te weinig geld over heeft voor een behoorlijke rechtspleging. Als j e het vergelijkt met Duitsland, zijn daar relatief gezien twee tot drie maal zoveel rechters aan het werk. Zolang geen financiële ruimte wordt geschapen, zullen er onvoldoende mogelijkheden bestaan voor een behoorlijke strafrechtspleging." Maar de tekortkomingen van de strafrechtspleging zijn niet alleen de schuld van de poHtiek. De justitiële wereld heeft er soms zelf net zo hard aan meegewerkt. Een van de meest typerende voorbeelden daarvan is het verschijnsel van de 'anonieme getuige'. In de Nederlandse rechtspraak is de anonieme getuige een geaccepteerd verschijnsel. Het betreft hier een verklaring van iemand die niet op de zitting wil of durft te verschijnen, maar wiens getuigenis wel als bewijsmateriaal door de rechter geaccepteerd mag worden. Soms is een anonieme getuige iemand die bang is voor represailles van de onderwereld; soms gaat het om een undercover-agent die, door eenmaal in een openbare rechtszitting te verschijnen, een dure opleiding in één klap teniet zou doen. Het verschijnsel van 'de anonieme I getuige' kon zo gemakkelijk geacI cepteerd worden, omdat in de § Nederlandse strafrechtspleging iedere
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's