Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 84

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 84

5 minuten leestijd

In '76 werd het contact gelegd tussen de spontane activiteiten aan de verschillende universiteiten en werd het LandeHjk Overleg Vrouwengeschiedenis (LOV) opgericht. Een belangrijk moment in de geschiedenis van dit LOV was de Landelijke Manifestatie Vrouwengeschiedenis in '78 m RASA m Utrecht. De belangstelling bij het publiek was onverwacht groot. Er verschenen duizend vrouwen op de manifestatie, niet alleen uit de universiteiten, maar ook uit het onderwijs en het vormingswerk. Er bleek binnen de vrouv/enbeweging een razende honger te bestaan naar kennis over het eigen verleden. De geschiedenisstudentes gingen naar huis met een Opdracht: zij moesten geëngageerd onderzoek doen en dat op een toegankelijke manier presenteren. De manifestatie moet een enorme kick hebben gegeven: een gevoel van strijdbare verbondenheid met vrouwen nü en in het verleden.

Geëngageerd Maar deze illusie van een ideale organische eenheid van wetenschap en vrouwenbeweging werd al snel verstoord. Het toegankelijk presenteren van wetenschappelijke studies bleek moeiHjker dan gedacht. Het succes van een ongenuanceerd en onwetenschappelijk boek als 'Geschiedenis van de vrouwentoekomst' (1980) was voor de beoefenaarsters van wetenschappelijke vrouwengeschiedenis een eye-opener. Vanaf dit moment probeerden zij effectiever te populariseren; vooral op het gebied van het onderwijs en educatie, en met aanzienlijk resultaat. Ondertussen leverde het geëngageerde wetenschappelijk werk zelf ook de nodige compHcaties op. Het zoeken naar een eigen identiteit in het verleden bleek niet zo eenvoudig. Hoewel er overeenkomsten waren tussen de situatie van vrou~wen nu en toen, kozen de vrouwen uit het verleden toch voor oplossingen die voor moderne feministes onbegrijpelijk en onbruikbaar waren. Marjan Schwegman vertelt in het elfde 'Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis' hoe ze zich moest losmaken van een te grote identificatie met de vrouw wier biografie ze schreef Ze ontdekte dat ze zich verantwoordelijk was gaan voelen voor het leven van de door haar bestudeerde

vrouw, en dat dat haar werk als historica belemmerde.

Herstory Het aanvankelijk simpele historische model van de onderdrukking van vrouwen in een patriarchale cultuur moest worden bijgesteld. Het bleek dat vrouv/en soms rolopvattingen koesterden die door moderne feministes als onderdrukkend werden beschouwd. De onderzoeksters werden ook geconfronteerd met het feit dat vrouwen in het verleden lang niet altijd solidair met elkaar waren, dat er belangentegenstellingen tussen vrouwen onderling waren. Kortom: de afstand tussen de wetenschappelijke bestudering van het verleden en het heden van de eind twintigsteeeuwse vrouwenstrijd werd groter. Vrijv/el alle geïnterviewde vrouwen in de bundel maken hiervan melding. Sommigen vinden het een verHes, anderen zijn blij met de vrijheid die dat geeft. De historische zoektocht naar een vrouwelijke identiteit in het verleden leidde in de jaren '80 tot een fundamentele theoretische discussie. In de bundel wordt die discussie onder de noemer autonomie versus integratie gebracht, maar hij staat vanouds bekend onder de naam herstory versus gender-history. Alle vrouwenhistorici deelden het idee dat vrouwengeschiedenis een radicale kritiek op de 'traditionele' geschiedenis inhield. Maar de integrationalisten onder hen, die in Nederland duidelijk de overhand hadden, meenden dat dit er niet toe mocht leiden dat vrouwengeschiedenis zich ging isoleren in radicaliteit. Integendeel: kritiek betekende volgens hen principieel de bereidheid om in discussie te blijven met de 'traditionele' geschiedwetenschap. Het uiteindelijke ideaal van de integratie-voorstanders was een harmonieuze geschiedschrijving, waarbij historici niet alleen zouden letten op klasse, etniciteit, religie en dergelijke, maar ook op gender: de betekenis van sekse in sociale zin.

Weerstand De autonomie-stroming legde meer de nadruk op de kloof tussen vrouwengeschiedenis en traditionele geschiedenis. Het was geen toeval dat vrouwen meer dan tweeduizend jaar systematisch 'vergeten' waren. Dit

'vergeten' was een essentieel element m de 'gewone' geschiedschrijving. Daarom was het nodig om zich actief af te wenden van de mannentraditie en eigen begrippen en concepten te ontwikkelen. In de praktijk van het onderzoek richtte men zich op 'vrouwencultuur', dat wil zeggen alles v/at vrouwen onafhankehjk van mannen deden en de relaties die vrouwen met elkaar hadden. De verondersteUing was, dat vrouwen hun leven voor een groot deel in een eigen vrouwenwereld doorbrachten, buiten de sfeer van de manneHjke, openbare wereld, waar 'de' geschiedenis over gmg. O m die vrouwelijke privé-cultuur te onderzoeken gebruikte men bronnen die in de gewone geschiedenis als niethistorisch werden gezien, zoals intieme dagboeken, brieven en literaire teksten. Deze stroming heeft grote weerstand opgeroepen, omdat veel vrouwen bang waren dat de nadrukkelijke belangstelling voor de eigen intieme wereld zou leiden tot een verheerlijking van de traditionele vrouwenrol. De methoden en vraagstellingen van de 'autonomie'-benadering hebben echter een duidelijk stempel gedrukt op vrouwengeschiedenis in het algemeen. Karin Jusek maakte bijvoorbeeld in het tweede deel van haar lezing over het prostitutie-debat in het negentiende eeuwse W e n e n gebruik van literaire teksten en intieme dagboeken om inzicht te krijgen in de denkwereld van feministes van het eerste uur.

Strijdbijl De discussie tussen 'autonomisten' en 'integrationalisten' is soms heftig geweest. Men beschuldigde elkaar van moralisme en autoriteitsgevoeligheid. O p de studiedag leek de strijdbijl echter begraven te zijn. Af en toe werd er wel aan de discussie gerefereerd, maar alleen om direct over te gaan tot de conclusie dat het zo langzamerhand duidelijk is dat integratie en autonomie geen tegenstellingen zijn die elkaar uitsluiten, maar polen waartussen het vrouwengeschiedenisonderzoek zich beweegt. O p dit punt illustreerde de lezing van Karin Jusek een algemene ontwikkeling. Jusek combineert in het promotie-onderzoek waarop haar lezing was gebaseerd, elementen uit de beide tradities op een ingenieuze

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 84

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's