VU Magazine 1992 - pagina 268
T:.-.~ ^ .-~~ . en eerste
ten: denken een primeur te hebben en net vóór het moment waarop je eigen artikel het Hcht zal zien, machteloos moeten toezien hoe iemand anders 'jouw' verhaal wereldkundig maakt. In feite echter is de aandrift om steeds de eerste te willen zijn, misplaatst. Dat geldt zeker voor tijdschrift-journalisten die geacht worden werk van langere adem te leveren. Niet alleen uit praktisch overwegingen - het feit bijvoorbeeld dat een blad als dit een journalistieke en vervolgens druktechnische produktietijd van totaal zeven weken vergt - dient deze neiging onderdrukt te worden, maar vooral ook om inhoudelijke redenen: omwille van de formule van het tijdschrift en het lezerspubliek dat men ermee bedient. Een blad als VU-Magazine wordt niet geacht nieuwsfeiten aan de man te brengen, maar achtergrond, diepte en betekenis te geven aan de vluchtige actualiteit. Een mooi credo. Maar coUega Koos Neuvel schrok desondanks hevig, toen hij, eind mei, daags na het voltooien van het omslagartikel dat de kern van dit zomernummer vormt, één van de verhalen die zijn betoog onderstrepen aantrof in een zaterdagse bijlage van een landelijk dagblad: het trieste relaas van een echtpaar dat - ten onrechte verdacht van incestueuze handelingen - de stigmatiserende gevolgen van dubieuze, toegepast wetenschappelijke onderzoekspraktijken nog dagelijks aan den lijve ondervindt. Ik heb mijn collega kunnen troosten: waar het krantebericht beperkt blijft tot dit ene schrijnende geval, gaat zijn artikel verder dan de vraag wat er precies gebeurd is. Het is een diepgravend verhaal geworden over willekeur en macht van deskundigen en de volstrekt machteloze slachtoffers van uit de hand gelopen, wetenschappelijk onverantwoorde onderzoekspraktijken. Soms kan het helemaal geen kwaad om achter de feiten aan te lopen.
u Vocht
H
GertJ. Peelen vu AAAGAZINÈ lUi/AUG 1992
Schimmel op de muur, rottende bolken, stank in huis; het zijn van die alledaagse ergernissen voor mensen die in vochtige huizen wonen. Die vocntigheid heeft veelal te maken met grondwateroverlast. De oorzaak van grondwateroverlast kan liggen in het op verkeerde wijze bouwrijp maken van grond, of door de inrichting van het stedelijk gebied. Soms is de overlast ontstaan na rioolrenovatie. Daarnaast kan een te hoge vochtigheid in de woning te maken hebben met de bouwtechnische staat van een woning, zoals een slecht werkende afvoer van binnenshuis geproduceerd vocht. Een rapport van de Vakgroep Gezondheidstechniek en waterbeheersing van de Technische Universiteit Delft geeft aan hoe de problemen kunnen worden aangepakt. Vooral zet het rapport de bewoners aan tot zelfwerkzaamheid. Als bewoner moet je er eerst proberen achter te komen wat de mogelijke oorzaak is van de klachten. Vervolgens kunnen de oplossingen aan bod komen. Daarbij kunnen aan twee typen oplossingen gedacht worden: in de eerste plaats een rechtstreekse aanval op het vocht en in de tweede plaats een hechte verdediging daartegen. De eerste strategie bestaat uit pogingen om de grondwaterstand te verlagen. Mocht die aanpak falen of moeilijk haalbaar blijken, dan kan men zijn toevlucht zoeken tot de tweede strategie, het opwerpen van een beschermwal. In concreto: ophoging van de kruipruimte, aanbrengen van dampremmende folies tussen de kruipruimte en woonruimte en verbetering van de isolatie.
T G Op die manier moet de Nederlander - die immers een legendarische reputatie geniet vanwege zijn succesvolle strijd tegen het water - een klinkende overwinning kunnen behalen op de sluipmoordenaars van het vocht, (KN)
[ Verlegen Extreem verlegen mensen kregen in de jaren zestig en zeventig het etiket 'sociaal fobisch' opgeplakt. Als ze twintig jaar eerder hadden geleefd waren zij waarschijnlijk helemaal niet met een psychische stoornis opgescheept. Mensen met een sociale fobie hebben gewoon de grote veranderingen in de maatschappij niet kunnen bijbenen. Dat is de kern van het proefschrift van de Amsterdamse psycholoog Wouter Gomperts. Hij ontdekte dat het vaak mensen zijn die vervreemd zijn van hun ouderlijk huis. Ze hebben meer gestudeerd dan hun ouders, geloven niet meer wat hun ouders geloven of wonen in een andere omgeving. Om zich heen zien ze anderen die totaal anders met elkaar omgaan dan ze van huis uit gewend waren: meer als gelijken; die sociale gelijkheid is althans het ideaal waarop de omgangsvormen zijn gebaseerd. Sociaal-fobici zouden zich beter thuisgevoeld hebben in de jaren vijftig, toen de werknemer gewoon luisterde naar zijn baas, en de man-vrouwverhouding ook vast lag. Op de feestjes en visites van hun tijdgenoten passen ze niet, zegt Gomperts. Ze leven gewoon in de verkeerde tijd. Met zijn proefschrift meent Gomperts aangetoond te hebben dat psychische stoornissen te maken hebben met de tijdgeest. Voor
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's