VU Magazine 1992 - pagina 138
u de sterkste, daar v^ordt wel dagelijks om gevochten. De Italiaanse bioloog Filippo Aureli die in Utrecht promoveerde, onthulde de narde agressie in apengemeenschappen, in het bijzonder bij longstaartmakaken. hHij liet zien dat er een strenge hiërarchie bestaat en dat openfamiiies er alles aan doen om hun positie op de sociale ladder te handhaven. Daartoe kan het even nodig zijn om aan leden van 'lagere' families te laten zien wie er de baas is. De aanvaller, een lid van een 'hogere' familie, wint ook meestal het gevecht. Niet zozeer omdat hij sterker is maar omdat hij de hulp van meer familieleden kan inroepen. Voor het slachtoffer is zo'n aanval niet leuk. biet is sowieso niet aantrekkelijk om een pak rammel te krijgen, maar vaak blijft het daar niet bij. hlulpeloosheid roept niet direct de meest edele gevoelens in de aap naar boven; integendeel, de aanvallende aap geeft vaak zijn vernederde slachtoffer er nog een tweede keer van langs; of andere apen zien hun kans schoon; zij willen ook wel eens een keer een angstig beest in elkaar hengsten. Wat kan het slachtoffer doen om een grote hoeveelheid aanvallen te voorkomen? fHij kan proberen zoete broodjes te bakken en zich verzoenen met de agressor. Maar hij heeft nog een tweede instrument ter beschikking, blij kan zelf ongerichte agressie gaan uitoefenen en zomaar een derde dier aanvallen. Dat blijkt op te luchten: het oorspronkelijke slachtoffer is, na zelf een ander dier aangevallen te hebben, aanzienlijk minder angstig en gespannen dan voorheen. Bovendien wordt zo het object van agressie verschoven, de haat richt zich nu tegen het vu MAGAZINE APRll 1992
T andere dier. Filippo Aureli keek ook of andere apen het slachtoffer 'troosten' na een gevecht. Dat blijkt niet het geval. Ook vriendelijke bemiddeling door familieleden treedt niet op. Begrippen als 'vreedzame conflicfbeheersing' en 'diDJomatiek overleg op het loogste niveau', zijn klaaralijkelijk nog niet populair in de apenwereld. (KN) •
I Deregulering In het begin van de jaren tachtig begon iedereen het woord in de mond te nemen: deregulering. De overheid zou niet meer voor 'Heer Albedil' (de term is van Van Agt) moeten spelen, maar meer aan het vrije spel der maatschappelijke krachten moeten overlaten. De markt en 'het maatschappelijk middenveld' moesten een belangrijker rol gaan spelen. Wat is er nu van die ambities terecht gekomen? Jan Peter Balkenende, verbonden aan het Wetenschappelijk Instituut van het CDA, concludeert in een onderzoek waarop hij aan de Vrije Universiteit gepromoveerd is, dat van een wezenlijke verandering geen sprake is. Regelgeving door de overheid houdt de overhand en zelfregulering door maatschappelijke organisaties wordt maar mondjesmaat bevorderd. Balkenende onderzocht de stelselherziening sociale zekerheid ( W W , W A O en Ziektewet), de uitbouw van het technologiebeleid en de totstandkoming van de mediawet. Typisch wetgevingsprojecten waarbij de overheid pas op de plaats had kunnen maken en meer aan maatschappelijke organisaties had kunnen overlaten. Dat is nauwelijks gebeurd, er zijn hooguit
^^^KS^^^^^^
G
enkele aanzetten gegeven om tot een stijlverandering in de regulering te komen. Balkenende pleit voor een accentverlegging naar meer zelfdoen, -financieren en -reguleren in de particuliere sfeer. De overheid moet zich volgens hem meer richten op een kerntakenstrategie en scherper gaan onderscheiden welke taken tot de publieke sector en welke tot de private sector behoren. De overheid moet zich inzetten voor het scheppen van kaders die werkelijk ruimte bieden voor zelfregulering, (KN) •
I Kibboets Sinds het ontstaan van Israël in 1 9 4 7 werd overal ter wereld de kibboets als meest ideale vorm van een
commune gezien. Samen werken, eten, slapen en eh kaars kinderen opvoeden. hHoe idyllisch deze samenlevingsvorm ook moge lijken, op babies heeft de kibboets een minder gunstige uitw^erking. Dit is vrij vertaald de mening van prof. dr. M.H. van IJzendoorn van de Rijksuniversiteit Leiden. Samen met zijn collega prof.dr. A. Sagi van de universiteit van Haifa, deed hij onderzoek naar de opvoeding van jonge kinderen in bijna vijftig Israëlische kibboetsen. Zij concludeerden onder meer dat de gezamenlijke opvoeding in een traditionele kibboets de band tussen moeder en kind schaadt. Dit was bij driekwart van de moeders en kinderen het geval. In een traditionele kibboets worden de kinderen niet alleen overdag.
De kar van het >voord Er vinden tegenwoordig brede discussies plaats over de bedreiging van de schriftcultuur door de beeldcultuur. Maar in werkelijkheid is noch het boek, noch de tv het belangrijkste medium, want dat is nog altijd het gesproken woord. De meeste boodschappen worden mondeling uitgewisseld en dageli|KS wordt er tot in de kleinste uithoeken van iedere Nederlandse provincie door gezelschappen geluisterd naar sprekers. "Niets kan het unieke van de stem van een levend en aanwezig mens vervangen", schrijft Anne van der Meiden, hoogleraar PR in Utrecht en predikant, terecht. En hij wijst erop dat de kunst van het spreken behoor-
lijk wordt onderschat. Op grond van zijn eigen ervaring (hij treedt zo'n honderdvijftig keer per jaar op als spreker) schreef hij een boekje met beschouwingen en
tips. Een greep uit het laatste: weiger in een donkere zaal te spreken; wees voorzichtig met visuele hulpmiddelen als dia's en sheets; als u verplicht wordt het publiek van te voren de tekst te geven, verander dan op net laatste moment van onderwerp; het slot moet de luisteraars hoop bieden; bij een samenvatting past het gebaar van iemand die een sneeuwbal maakt; bij diepzinnigheid passen de graafbewegingen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's