VU Magazine 1992 - pagina 97
Martin Enserink
lijk te geloven dat de afstand tussen beide steden behoort tot een gebied waar de komende decennia de natuur versterkt en uitgebreid moet worden: de Centrale Open Ruimte.
Met behulp van de computer wordt de ontwikkeling van de natuur in middenNederland voorspeld. Vier scenario's maken keuzen mogelijk. Handig, of ook een beetje treurig?
Otters
MAAK VAN DE N/fUUR O
nderweg wierpen we nog eens een bhk naar buiten. W e bevonden ons in de Intercity Amsterdam-Amhem, op het stuk tussen de hoofdstad en Utrecht. De rails ter plaatse vormen een van de drukst bereden trajecten van Nederland; geen w o n der dat de N S het aantal sporen
vu MAGAZINE MAART 1992
binnenkort gaan verdubbelen tot vier. De trein denderde langs Duivendrecht, het NS-station in aanbouw dat straks de lijnen vanuit Amsterdam naar Utrecht, Leiden en Amersfoort aaneensmeedt. Langs het spoor regen de nog steeds groeiende forensendorpen zich aaneen; we passeer-
den fabrieksterreinen, een monsterlijk restaurant in Chinese stijl met honderden auto's ervoor en een elektriciteitscentrale. Links lag het druk bevaren Amsterdam-Rijnkanaal, dat verbreed moet worden; rechts in de verte was de A2 te ontwaren, de snelweg die met haar zes banen al dikwijls te krap is voor de
tienduizenden auto's die zich er dagelijks langs spoeden, en mogelijk eveneens breder gemaakt zal worden tot een freeway in Amerikaanse stijl. En terwijl het zuidpuntje van Amsterdam-Zuidoost nog maar net uit zicht verdwenen was, dienden zich de noordelijke wijken van Utrecht alweer aan. Het leek moei-
En toch is het zo, blijkt al snel nadat we een half uur later zijn gearriveerd in het landelijke Wageningen, het hart van het landbouwkundig onderzoek in Nederland. Niet alleen is de Landbouwuniversiteit er gevestigd, maar ook de Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO), het enorme onderzoeksinstituut van het landbouwministerie. W e maakten onze opwachting bij Bert Harms, werkzaam bij het Staring Centrum, onderdeel van D L O . Het centrum doet onderzoek naar landelijke gebieden in Nederland, en heeft zojuist een rapport uitgebracht over de toekomst van de natuur in een fors stuk Nederland: het Groene Hart van de Randstad en het rivierengebied, samen aangeduid met de minder idyUische naam Centrale Open Ruimte. Het gebied wordt min of meer omsloten door de stedenring Amsterdam, Utrecht, Arnhem, Nijmegen, D e n Bosch en Rotterdam. En voor pessimisme over het natuurlijk gehalte van dit gebied is eigenlijk geen reden, als we het rapport lezen. Over honderd jaar zwemmen er misschien weer otters rond. O f maakt de eland een come back. O f de blauwe kiekendief Het is maar waar we voor kiezen. Het is een heilig voornemen van rijks- en provinciale overheden om de natuur weer meer kans te geven in de Centrale Open Ruimte. Zo werd in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening uit 1987, waarin de stedenring werd aangewezen als 's lands economisch kerngebied, gesteld dat in de tussenliggende ruimte de natuur ontwikkeld moest worden, en de kwaliteit verbeterd. O o k in het Natuurbeleidsplan van 1990 wordt een accent gelegd op 'natuurontwikkeling' in de Centrale Open Ruimte. In heel Nederland moet zelfs 50.000 hectare grond aan de landbouw onttrokken worden ten gunste van nieuwe natuur.
Kloof Maar wat is eigenlijk de definitie van natuur? Als er natuur bij moet k o men, waaruit moet die dan bestaan? VU MAGAZINE MAART 1992
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's