VU Magazine 1992 - pagina 120
het belangrijk om zoveel mogeHjk geld en faciliteiten voor hun werk los te krijgen. Succes of mislukking van het missiewerk hing grotendeels af van - modern gezegd - het 'imago' van China in het westen."
Imperiolisten Had de idealisering ook iets te maken met de behoefte van verlichtingsfilosofen aan een utopische, volmaakte samenleving? "Zonder twijfel", zegt Peyrefitte resoluut. "China werd als model gezien, een model dat zo ver weg lag dat het nauv/ehjks aan de realiteit te toetsen viel. Zodoende konden de filosofen misstanden in Europa bekritiseren onder verwijzing naar China; daar zou het allemaal veel en veel beter zijn. Dat zie je telkens weer in de geschiedenis. In Frankrijk riepen veel intellectuelen in de jaren zestig en zeventig uit hoe geweldig het in China wel niet was onder Mac. Deze maoïsten waren geen haar beter dan de jezuïten een paar eeuv/en daarvoor." Een historische continuïteit? "Absoluut", mompelt Peyrefitte die nog wel een rekening te vereffenen lijkt te hebben. In 1968 was hij minister van Justitie en in die hoedanigheid verantwoordelijk voor het hardhandige bestrijden van de studentenopstanden. R u i m twintig jaar later wordt de strijd met zachtere, intellectuele middelen gevoerd. "Er zijn mensen die beweren dat alles verandert en dat wat geweest is nooit terugkeert. Dat is onzin. De geschiedenis kent zo zijn onveranderlijkheden. Een voorbeeld daarvan is het eerste bezoek dat ik in 1960 bracht aan China. Ik was verbaasd over de overeenkomsten tussen de waarnemingen van het gezelschap van Lord Macartney en mijn eigen waarnemingen. De hoogleraren op de Chinese universiteiten reageerden precies zo, wanneer ik ze vroeg naar de Britse expeditie, als destijds keizer Quianlong. Volgens hen waren de Britten imperialisten, kolonialisten, en kapitalisten. Daarmee oordeelden zij in marxistische termen precies hetzelfde over de Britse expeditie als de keizer en de hoge mandarijnen twee eeuwen eerder deden." Hoe is het mogelijk dat een onbeduidend voorval als de weigering van Lord Macartney om negenmaal voor de keizer /O MAGAZINE MAART I 9 9 2
te buigen zo'n verstrekkende betekenis kon krijgen? "China was een gerituaHseerde samenleving, aUes verloopt er volgens protocollen. Het is noodzakelijk om je aan de gebruiken te conformeren, een weigering wordt gezien als rebellie tegen de bestaande orde. Ik •wil niet zeggen dat v/anneer Lord Macartney de kotow gemaakt zou hebben, de missie wèl zou slagen, maar door het niet te doen gooide hij zijn eigen glazen in ieder geval in. Het is ongehoord brutaal om de eeuwenoude gebruiken van zo'n beschaving botweg te negeren. Dat kan gewoon niet."
Conservafief Peyrefitte verklaart de botte houding van de Britten uit hun superioriteitsgevoel. Een misplaatst superioriteitsgevoel? Peyrefitte vindt van niet. De westerse beschaving had op het gebied van wetenschap, techniek, politieke ideeën, wel degelijk een voor-
gen. In plaats daarvan gedroegen ze zich mateloos arrogant. Dat was onaanvaardbaar voor de Chinezen." Behoedzaamheid, dat had de strategie van het westen moeten zijn, vindt Peyrefitte. Dat geldt al evenzeer voor het heden. Peyrefitte is het helemaal niet eens met de krachtige veroordeling van het neerslaan van de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989. China was met zijn economische hervormingen juist zo leuk bezig op het goede pad te geraken. N u drukken sanctiemaatregelen zo'n land weer helemaal in het isolement. Peyrefitte mag onmiskenbaar een conservatief denker en politicus genoemd worden; het type dat op pragmatische wijze het 'nationale belang' probeert te vertegenwoordigen. De conservatieve politicus onderhoudt graag goede betrekkingen met diverse landen, ook al is hij het soms persoonlijk oneens met de daar heersende politieke machten. Hij is vooral gesteld op regeringen die sta-
lEDEN VAN DE 6R/7SE EXPEDITIE fMKEN HUN OPWACHTING BIJ DE KEIZER: EEN TIKJE MEER HOFFELIJKHEID HAD WELDADIG KUNNEN UITWERKEN.
sprong op de Chinese beschaving. Maar om op zo'n grove manier uiting te geven aan die superioriteit, dat gaat echt niet aan. Een tikje meer hoffelijkheid had weldadig kunnen uitwerken, vindt de ervaren diplomaat Peyrefitte. "De boodschap van de westerse superioriteit kon door de Chinezen niet geaccepteerd worden. Het was daarom voor de Britten belangrijk geweest om zichzelf tijd te gunnen en langzaam de banden te verstevi-
biliteit en berekenbaarheid uitstralen, een betrouwbare vijand kan ook wat waard zijn. Radicale bewegingen voor mensenrechten en democratie kunnen niet zonder meer op zijn sympathie rekenen. Niet dat mensenrechten en democratie verwerpelijke zaken zijn, integendeel, maar een al te drastisch ijveren voor zulke principes brengt de stabiliteit van de internationale verhoudingen in gevaar. Vandaar het opmerkelijke standpunt dat Peyrefitte in 1989 in-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's