Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 251

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 251

4 minuten leestijd

Gert J. Peelen

N a t u u r o f cultuur? Zit de menselijke vrijheid ingeklemd tussen aanleg en opvoeding, of ligt ze juist verankerd in de cultuur? Een fysicus en een antropoloog debatteren over de vraag of erfelijkheid dan wel de sociale omgeving primair ons doen en denken stempelt.

B JM ^ o r d t de mens door zijn erfelijke B x MX aanleg bepaald, of zijn het veeleer W W de omgevingsfactoren, zoals opvoeding en cultuur, die zijn karakter en gedragingen uiteindelijk vormgeven? "Een volstrekt kunstmatige tegenstelling", zei prof.dr. Dick Swaab in het meinummer van V U Magazine, over deze kwestie die bekend staat als het nature/nurture-AéosX.. "De een gelooft in nature, de ander in nurture. Maar in werkelijkheid is het een samenspel." Schijntegenstelling of niet, eind maart vond rond dit thema een debat plaats, georganiseerd ter gelegenheid van het tienjarig bestaan van de VUSA (Vrije Universiteit en Samenleving). De opponenten - de farmacoloogprof.dr. P.G. Smelik en de cultureel-antropoloog prof.dr.J. Tennekes - bleven het, ondanks de genuanceerde wijze waarop zij hun standpunten naar voren brachten, tot het eind toe fundamenteel oneens. Onder leiding van jurist en politicus prof.mr. E.C.M. Jurgens debatteerden zij over de vraag of de natuur dan wel de cultuur het zwaarste stempel drukt op de menseUjke ontwikkeling, en welke consequenties dat heeft voor het menselijk gevoel van vrijheid en verantwoordelijkheid. De culturele benadering is binnen en buiten de academische wereld nog steeds de meest populaire. De verklaring die de erfelijkheid als uitgangspunt neemt, kan daarentegen rekenen op algemeen maatschappelijke weerstand, zoals VAN LINKS NAAR RECHTS: PROF.DR. P.G.SMEUK, PROF.MR. E.C.M. M&^«Of.DR. J. TENNEKES

onder meer criminoloog Buikhuisen en hersenonderzoeker Swaab uit eigen ervaring kunnen bevestigen. Want er rust nog steeds een stevig taboe op het 'biologisme', zoals de benadering vanuit natuur en erfelijkheid ook wel wordt aangeduid. Prof. Smelik verwoordt in dit debat het naturestandpunt, terwijl prof. Tennekes de nurture-visie verdedigt. Van de uiteenzetting van beider standpunten en de erop volgende discussie volgen hier de meest saillante fragmenten.

Grabbelton Smelik: "Wij zijn een produkt van onze ouders en voorouders. Van hen erven wij de eigenschappen die in onze genen zijn vastgelegd. En we hebben nogal wat genen; misschien veel meer dan u denkt. Voor de kleinste kleinigheden blijkt langzamerhand wel een gen te vinden, hetgeen verwijst naar een erfelijke oorzaak. Zoals - ik noem maar wat - suikerziekte, of typische gebaartjes die je niet van je ouders hebt geleerd; anders zouden alle broertjes en zusjes ze ook moeten hebben. "Ieder mens is weliswaar uniek. Maar dat komt omdat de genenpool, zoals wij die noemen, een soort grabbelton is. En ieder mens bestaat uit een toevallige combinatie van een aantal eigenschappen uit een enorme voorraad genetisch materiaal. Dat is eigenlijk niets nieuws. ledere ouder ziet in zijn of haar kinderen herkenbare

trekjes en eigenschappen terug. Erfelijk zijn we vastgelegd: als mens, als ras, als man of vrouw. W e worden bruin of blank of geel of rood of zwart geboren. W e worden geboren met bepaalde talenten of neigingen. W e worden niet cultureel gemaakt tot bijvoorbeeld man of vrouw; ik ben erg benieuwd hoe mijn opponent zich straks daaruit gaat redden. Die erfeHjke bepaaldheid geeft de toonzetting voor ons menselijk handelen, wat overigens weer niet wil zeggen dat deze ons handelen voUedig bepaalt. "Wat ik minstens zo belangrijk vind is de constatering dat we via ons genetisch materiaal niet alleen met onze voorouders verbonden zijn, maar met de gehele dierenwereld; ja zelfs met de hele levende natuur. Wij delen met de dieren - met name met de zoogdieren, die het dichtst bij ons staan - een bouwplan, een structuur, allerlei fysiologische regelingen die genetisch zijn vastgelegd. Dat geldt niet alleen de fysiologie, het uiterlijk, de bouw, de structuur, het geldt ook het gedrag. En ik heb het gevoel dat dit aspect veel te weirdg onderkend wordt. "De gedragselementen waarvoor dat met name geldt zijn de gedragingen die gericht zijn op zelfbescherming en het in stand houden van de soort; essentiële behoeften dus, voor ons welzijn en onze veiligheid. Zonder die gedragingen zouden wij niet in leven bHjven. Die natuurlijke behoeften, zeg ik met nadruk, zijn dan ook niet slecht, maar biologisch noodzakelijk voor ons gezamenlijk voortbestaan. Verschil is alleen, dat het dier volledig geleid wordt door die behoeften, terwijl de mens beschikt over een diepere laag die het gedrag m o tiveert. "Ergens, weten we allemaal, gaan de wegen van mens en dier uiteen. Vraag is alleen: waar? Ik denk: bij de boom van kennis van goed en kwaad. De mens kent kwaad, doet kwaad,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 251

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's