Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 159

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 159

6 minuten leestijd

Koos Neuvel

hen heel gewichtig van een 'politiek van het verschil'. Wij zijn anders, wij verschülen van de blanke manneüjke meerderheid, zo heet het. Niet beter, niet slechter, gewoon anders. De westerse cultuur heeft zichzelf daarentegen altijd superieur geacht en andere culturen minderwaardig verklaard. O p grond van die arrogante eigendunk heeft het westen gemeend aan anderen de beschaving te moeten brengen. Een mooie beschaving! In de praktijk ging het vooral om onderwerpingsdrang, de zwarte werd zijn identiteit en zijn cultuur ontnomen, hij moest net zo worden als de blanke. Heeft een kritische antropoloog als Claude Lévi-Strauss niet laten zien dat die hoogmoedswaan volstrekt misplaatst is? Hij toonde aan dat inheemse leefwijzen en tradities juist buitengewoon rijk en complex zijn. O m die culturen het etiket 'primitief op te plakken is een gotspe.

HET RECHT O CULTUUR TE Minderheden moetje hun eigen cultuur gunnen, luidt een modern dogma. Maar met dit royale gebaar worden individuen veroordeeld tot traditionele gemeenschapswaarden. Hoe het collectivisme nieuw leven w^ordt ingeblazen.

a

24 v u MAGAZINE APRIL 1992

Wij kunnen het woordje 'ik' niet eens over onze lippen krijgen", merkte de voormalige communist Gijs Schreuders op in zijn autobiografie 'De man die faalde'. Communisten, zegt hij, kunnen niet over zichzelf praten, ze gebruiken steevast de eerste persoon meervoud: wij strijders tegen de onderdrukking, wij vertegenwoordigers van de arbeidersklasse. De persoonHjke ervaring die niet past in het kader van het proletarisch bewustzijn en de partij-activiteit, is van geen enkele waarde. Dergelijke vormen van collectivisme beginnen, althans in de westerse w e reld, uit te sterven. Het zijn tegenwoordig de waarden van het individualisme, liberalisme en de persoonHjke vrijheid die unisono bezongen worden. Of dreigen er toch nieuwe collectivistische gevaren? "Minderheden bedreigen academische vrijheid aan Amerikaanse universiteiten", luidde vorig jaar een alarmerende kop in N R C Handelsblad. O p het eerste gezicht lijkt de paniek overdreven. Woordvoerders van minderheidsgroeperingen constateren alleen maar dat zwarten, vrouwen, homoseksuelen, indianen etc. ondervertegenwoordigd zijn zowel bij studenten als docenten. Of daar niet even iets aan gedaan kan worden? In het geschiedenisonderwijs bestaat nauwelijks aandacht voor het verleden van de zwarte bevolking, en als daar al iets aan gedaan wordt gebeurt dat vanuit een blank gezichtspunt. Niet een tikkeltje eenzijdig? Het literatuuronderwijs fixeert

Addertje

zich vooral op dead white males als Plato en Shakespeare, levende vrouwelijke, zwarte schrijvers worden iets kariger bedeeld. Kunnen die ook niet heel interessant zijn? Gotspe Met collectivisme heeft het ogenschijnlijk allemaal weinig te maken, het geschreeuw om een bedreigde academische vrijheid klinkt een tikje al te hysterisch. Eerder lijkt er sprake te zijn van een nuttige correctie op

bestaande onevenwichtigheden. En nog geruststellender: de taal die de vertegenwoordigers van minderheidsgroeperingen spreken is er een van tolerantie. Ze zijn tégen gelijkschakeHng en vóór pluriformiteit. H u n poHtieke ideaal is dat van de multiculturele samenleving waarin verschillende groeperingen in onderlinge vrede en harmonie naast elkaar bestaan. Vaak hebben ze moeilijke Franse postmoderne filosofen als Foucault, Derrida en Lyotard bestudeerd en spreken in navolging van

De zwarte moet zich ontworstelen aan de invloed van de blanke en zijn eigen cultuur en identiteit hervinden. Niet de overeenkomst maar het verschil met de blanke telt. Daar hebben zwarten de afgelopen jaren op de Amerikaanse universiteiten dan ook massaal de consequentie uit getrokken. Ze vonden zich zó anders, het verschil met de blanke was zó onoverbrugbaar, dat er 'eigen' zwarte slaapgelegenheden, zwarte jaarboeken, zwarte feesten, zwarte faculteiten zijn gekomen. Juist omdat hun 'anders-zijn' in de loop der eeuwen op brute wijze onderdrukt is, menen minderheden aanspraak te kunnen maken op bijzondere rechten, op voorkeursbehandeling. Er is zelfs een Amerikaanse universiteit die elke zwarte student die een zes haalt, vijfhonderdvijftig dollar geeft. De overige studenten blijven verstoken van dit bedrag. Wat voor de ene student kennelijk de gewoonste zaak van de wereld is, een mager zesje, is bij de andere student een bijzondere prestatie die om een beloning vraagt. De 'politiek van het verschil' bevrijdt het lid van de minderheid van de dominantie van de blanke meerderheid. Daar hebben de zaakwaarnemers van de minderheden zonder meer gelijk in. Maar, kan daar aan toegevoegd worden, er zit een raciaal addertje onder het gras: de bevrijding heeft nog niet plaatsgevon-

den of er vindt een nieuwe opsluiting plaats, nu binnen de omheining van de eigen cultuur. Het benadrukken van verschillen lijkt een brutale, individualistische daad en is dat ook bij sommige van de filosofen die in Amerika zo populair zijn. Zo zei Michel Foucault over zijn eigen werk: "Wanneer ik schrijf, doe ik dat vooral om mezelf te veranderen en om niet meer hetzelfde te denken als voorheen." D e minderheden op de Amerikaanse universiteiten wiUen daarentegen niet zichzelf veranderen, maar zichzelf bevestigen. Ze willen hun eigen cultuur beschermen, hun onveranderHjke identiteit hervinden. In een dergelijke 'poHtiek van het verschil' bestaan geen individuen. Ieder mens maakt deel uit van zijn eigen cultuur. Je bent in de eerste plaats jood, zwart, indiaan, vrouw, homoseksueel, en alles wat je doet is bepaald door die afkomst. Het aloude Verlichtingsdenken met zijn hoogmoedswaan beklemtoonde niet zozeer de verschillen maar eerder de overeenkomsten tussen m e n sen. Zeker, ieder mens heeft zo zijn afkomst, maar of je jood, vrouw, man, zwart, katholiek of protestant bent, zo belangrijk is dat nu ook weer niet. Belangrijk is wel dat ieder mens een individu is, begiftigd met rede, met het vermogen om niets voor zoete koek aan te nemen en alle meningen en overtuigingen kritisch te onderzoeken, ook die van de eigen traditie en cultuur. Die geur van heiligheid van de eigen cultuur, dat is iets watje moet overwinnen. Lui e n d o m Het moderne minderheidsdenken is daarentegen, al evenzeer als het communisme, collectivistisch. Er wordt voornamehjk in de eerste persoon meervoud gesproken: wij vrouwen, wij zwarten, wij h o m o seksuelen. Als groep strijden zij voor hun emancipatie. Maar tegelijkertijd is dit groepsdenken het grootste struikelblok voor die emancipatie, in ieder geval bij het zwarte deel van de Amerikaanse bevolking. De zwarte Amerikaanse hoogleraar Shelby Steek wees in zijn boek 'The content of om character' op enkele pijnlijke paradoxen. Ondanks alle speciale voorrechten en voorkeursbehandelingen is de uitval van zwarte studenten op Amerikaanse universiteiten schrikbarend hoog gebleven. Zwarten, zegt Steele ter verklaring,

25

v u MAGAZINE APRIL 1992

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 159

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's