Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 75

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 75

5 minuten leestijd

van de meest krachtige distantie-wapens. Zo was het in bepaalde kringen lange tijd gebruikelijk om de televisie-serie Dallas op ironische wijze te bekijken. In plaats van boos te worden op de boevenstreken van J.R. Ewing of mee te leven met het leed van Sue Ellen, grinniken zulke kijkers alleen maar. Het nadrukkelijk bespelen der sentimenten wordt ontmaskerd. Daar trappen wij niet in. In het proefschrift van theaterwetenschapper en psycholoog Harry van Vliet, getiteld 'De Schone Schijn', valt te lezen dat de op het scherm vertoonde realiteit heviger emoties opwekt dan fictie. Een documentaire waarin een hartoperatie in beeld wordt gebracht, is aangrijpender dan een fictieve hartoperatie in de televisieserie St. Elsewhere of het komische gestuntel van chirurgen in een scene uit Monty Python. Verder schijnt het een algemeen patroon te zijn dat plezierige gebeurtenissen vooral inleving uitlokken terwijl bedreigende gebeurtenissen de kijker er toe brengen een afstandelijke houding aan te nemen. Een gelukkige liefde blijkt meeslepender te zijn dan een fatale ziekte. Zulke bevindingen in een dik, nogal onleesbaar proefschrift, vind ik een tikkeltje mager en teleurstellend. Het toeschouwers-onderzoek in de theaterwetenschap komt niet veel verder dan enkele tamelijk triviale vaststeUingen. Dat komt vermoedelijk doordat Harry van VUet zoals zoveel wetenschappelijke onderzoekers vooral geïnteresseerd is in wetmatigheden en generaliseerbare onderzoeksresultaten. Voor het afwijkende, paradoxale en a-typische heeft hij een minder scherp oog. Niettemin begint het mijns inziens daar pas echt interessant te worden. Acteertalenten

28

Enkele voorbeelden van het a-typische: een toneelstuk, film of boek kan hevige emoties oproepen ondanks het feit dat we ons reahseren dat het om fictie gaat. Het is heel nobel om je te verplaatsen in een rechercheur, in werkelijkheid hopen we soms dat de inbreker zijn slag slaat. Het is verleidelijk je te identificeren met een gelukkige hoofdpersoon, niettemin kunnen we krachtig onder de indruk raken van het lot van een tragische heldin. Dat Anna Karenina_zich uiteindelijk voor een

v u MAGAZINE FEBRUARI 1992

trein wierp heeft veel lezers niet geheel onverschillig gelaten. Wat in zulk toeschouwers-onderzoek ontbreekt is een preciese analyse van de manier waarop een film, boek of theaterstuk ons tot identificatie probeert te brengen. In het proefschrift van Harry van Vliet wordt op zijn hoogst onderscheid gemaakt tussen verschillende genres: documentaire, science-fictionfilm, doktersserie, komisch televisieprogramma. Zij zouden verschillende vormen van inleving of niet-inleving bewerkstelligen. Maar die genreverschillen zijn zeer grofinazige onderscheidingen. Zulke indelingen zeggen heel weinig over grote verschillen binnen de genres zelf, over waarom de ene film ons wel op het puntje van de stoel doet zitten, terwijl bij de andere film de aandrang om weg te lopen zich sterk aandient. Die afwezigheid van onderzoek naar de manier waarop een kunstwerk op de toeschouwer poogt m te werken, lijkt me meer dan een kwestie van vergeetachtigheid te zijn. Een groot deel van de psychologie en theaterwetenschap is gepreoccupeerd door de eigen status van wetenschap. Men lijkt zich voortdurend te willen bewijzen, aan één stuk door te willen aantonen wel degeHjk aan de gangbare normen van wetenschappelijkheid (toetsbaarheid, kwantificeerbaarheid, objectiveerbaarheid) te voldoen. Reacties van toeschouwers kunnen nog betrekkelijk eenvoudig gerubriceerd worden. Beschouwingen over een toneelstuk of film zijn minder grijpbaar; camera-opstellingen, acteertalenten en regisseursaanwijzingen, laten zich iets minder gemakkehjk in tabellen onderbrengen. Het hebben van een oordeel daarover heet zo subjectief te zijn. Meer iets voor krantenschrijvers, voor recensenten wier opinies de volgende dag alweer vergeten zijn. Schurk Dat een persoonlijke, subjectieve manier van beschouwing niet per se willekeurig of oppervlakkig hoeft te zijn, laat de essayist Willem Jan Otten zien in zijn prachtige boek over film 'Het Museum van Licht'. De vraag die de theaterwetenschap en psychologie het liefst terzijde schuiven - op welke wijze weet een personage de sympathie van de toeschouwer te veroveren? - vormt bij Otten het

hart van zijn overpeinzingen. Het gaat om een nagenoeg ongrijpbaar en raadselachtig fenomeen, maar misschien daarom des te fascinerender om je mee bezig te houden. Zeker is wel dat de inleving in een personage niet zo veel van doen heeft met diens karakter. Het is in het geheel niet zo dat een personage veel geleden moet hebben, onrechtvaardig behandeld is, strijdt voor een goede zaak, om sympathiek bevonden te kunnen worden. W e blijken ons net zo gemakkeHjk te kunnen inleven in een schurk, zo iemand die we in het dagelijks leven liever niet in een donkere steeg willen tegenkomen. Fikn kan zulke inleving bewerkstelligen door, zegt Otten met een lelijke uitdrukking, 'de beweging het personage in' te maken. Altijd gebeurt er iets in de eerste vijf of tien minuten waardoor we in de huid van een personage kruipen en vervolgens niet meer willen dat hem iets slechts overkomt. Otten laat het mechanisme zien aan de hand van een film van de Franse regisseur Melville waarin Alain Delon een notoire schurk speelt. Niettemin, wanneer Delon opgepakt en tussen twintig andere mensen gezet wordt, waarna een slachtoffer de misdadiger moet proberen te herkennen, hopen we onwillekeurig dat Delon de dans ontspringt. Medeplichtigen In de film Midnight Express wordt al evenzeer in de eerste paar minuten de toon gezet. W e zien een Amerikaan die op zijn lichaam zakjes drugs heeft geplakt, die hij probeert de Turkse grens over te smokkelen. Het nuchtere verstand zegt dat zo iemand weinig sympathie verdient: op zijn gunstigst is hij een stommeling, waarschijnlijker nog een ordinaire boef. Maar dat soort overwegingen wordt buitenspel gezet door enkele filmtechnische operaties. W e horen namelijk terwijl hij naar de douane toegaat een hart kloppen, het hart van de Amerikaan. Daarmee maken we op bijna letterlijke, niet zeer subtiele wijze, 'de beweging het personage in'. Het lichaam van het personage wordt dat van de toeschouwer, het angstzweet breekt ons al even hard uit als bij Brad Davis, en wanneer hij toch opgepakt wordt is dat bijna een persoonlijke vernedenng voor de bioscoopbezoeker. De ope-

29

VU MAGAZINE FEBRUARI 1 9 9 2

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 75

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's