Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 411

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 411

4 minuten leestijd

ze molecule het vermogen om zichzelf te repHceren? Mocht dit het geval zijn, dan zou de RNA-wereld kunnen zijn begonnen met een voorloper van R N A , waarin penta-erythritol nog de plaats van ribose innam. Hoeveel later de stap naar het ribose-RNA is gezet, is een vraag waarover de onderzoekers zich vervolgens het hoofd kunnen breken.

O o k deze hypothese zal uiteindelijk misschien weer naar de prullenbak moeten worden verwezen, beseft Schwartz. Want als er later ergens in het ingewikkelde scenario een bijzonder onwaarschijnlijke stap opduikt, komt de geloofwaardigheid van het hele procédé in het gedrang. Schwartz; "Dat is het risico van dit vakgebied. Er zijn hier de laatste jaren al verschillende sporen doodgelopen. Je moet bereid zijn dat risico te accepteren, en altijd in staat zijn snel een ander probleem te vinden, of een andere aanpak te kiezen." Exobiologen moeten daarnaast ook leren leven met het feit dat ze nooit zeker zullen weten of hun theorie klopt; bewijzen dat je het bij het goede eind hebt is niet mogehjk. "Als j e al een aannemeHjke route vindt - wat nog wel even zal duren zal j e nooit weten of het de juiste is. Het is in die zin een filosofisch vak, bijna een vorm van hobbyisme, waarvoor de samenleving niet al te veel geld wü uittrekken, omdat het maar weinig maatschappehjke relevantie heeft." Terug naar het buitenaardse. Tot nu toe heeft noch de NASA, noch de Sovjet-ruimtevaart, enig bewijs voor buitenaards leven kunnen vinden. Bestaat er enige kans dat het wel gebeurt? " O p dit moment ziet het er heel somber uit. O p Mars zijn nu twee gebieden onderzocht, die heel ongunstig, zo niet vernietigend blijken voor levensvormen. Het bhjft mogehjk dat het er op andere plekken op Mars beter uitziet, maar die kans acht ik klein. W a t j e misschien nog wel kunt tegenkomen zijn fossiele resten van vroegere organismen. Het Hjkt er namelijk op dat de omstandigheden vroeger milder waren. "Natuurhjk, als ze wat zouden vinden, zou dat geweldig zijn. Dan zou je meteen willen weten; wat zijn dat

STANLEY MILLER BIJ DE OPSTELLING VAN ZIJN EXPERIMENT: VIER GASSEN IN EEN GLAZEN BOL, WAARVAN HU VERMOEDDE DAT ZIJ DEEL UITMAAKTEN VAN DE VROEGE AARDATMOSFEER: WATERDAMP, METHAAN, AMMONIAK EN WATERSTOF. EEN WEEK lANG LIET MILLER ELEKTRISCHE VONKEN - 'BLIKSEMSCHICHTEN' - DOOR HET GASMENGSEL OVERSPRINGEN. GROOT WAS DE OPWINDING TOEN NA AFLOOP BLEEK DAT ZICH ALLERLEI ORGANISCHE STOFFEN HADDEN GEVORMD, WAARONDER OOK ENKELE AMINOZUREN, DE BOUWSTENEN VAN EIWITTEN. HET EXPERIMENT STEMDE ONDERZOEKERS ZEER OPTIMISTISCH: ALS ONDER ZULKE EENVOUDIGE OMSTANDIGHEDEN AL BIOLOGISCHE STOFFEN ONTSTAAN UIT DODE MATERIE, DAN ZOU DE VERKLARING VAN DE VORMING VAN ECHT LEVEN SLECHTS EEN KWESTIE VAN TIJD ZIJN.

voor organismen en wat voor genetisch systeem hebben ze. Als ze langs een heel andere weg zijn ontstaan dan het leven op aarde, hebben ze dan toch ongeveer onze biochemie, met eiwitten, met iets dat hjkt op DNA? W e kunnen ons namelijk, hoe naïef dat voor niet-biologen ook mag klinken, nauwehjks een ander biologisch systeem voorstellen. W e verwachten dat zulke levensvormen met dezelfde moleculen moeten werken."

Schepper Volgens sommigen is het heelal zo groot, en zijn er zo onvoorstelbaar veel sterren en planeten, dat het leven een universeel verschijnsel moet zijn - iets wat zich op vele plaatsen voordoet. Onder die miljarden h e mellichamen moeten er immers vele zijn waar de omstandigheden, net als

op de aarde, gunstig waren voor de ontwikkehng van levende wezens. Toch heeft Schwartz over dergehjke rekensommen zijn twijfels. "Als de problemen in de exobiologie zo ingewikkeld blijven als ze er nu uitzien, betekent het dat het ontstaan van leven een zeer moeiüjk proces is, dat zich alleen bij hoge uitzondering kan voordoen. Dan is het misschien nauwehjks denkbaar dat er overal in het heelal andere levensvormen voorkomen. Ik heb daarom grote reserves bij het idee dat het leven een universeel verschijnsel is." Een zeer moeiHjk proces - betekent dit dat er voor de ontwikkeling van het leven een schepper nodig is? Iets dat de ontwikkeling in gang zet, omdat het leven zich niet aan z'n eigen haren uit het moeras van de dode materie kan trekken? "Dat b e hoort tot de mogelijkheden," zegt Schwartz behoedzaam. "Ik kan daar

1 3 v u MAGAZINE NOVEMBER 1992

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 411

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's