Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 320

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 320

3 minuten leestijd

toegepast. En één van de meest aansprekende resultaten daarvan is, dat de celbiologen erin geslaagd zijn karpers te 'klonen'. Door het al vóór de bevruchting uitschakelen van het erfelijk materiaal van de vader is men in staat genetisch volstrekt identiek, vrouwelijk nageslacht te kweken dat qua erfelijke aanleg nagenoeg gelijk is aan de moeder. ("Vissen zonder vader", noemt Van Muiswinkel ze glimlachend.) Deze verworvenheid is niet alleen gunstig voor de immunologie zelf - door het elimineren van de natuurlijke genetische variatie is het onderzoek naar de werking van het afweersysteem bij vissen er een stuk eenvoudiger op geworden maar werpt ook toepasbare vrucht af bij het telen en 'verbeteren' van consumptievis. Stomme vis

10 v u MAGAZINE SEPTEMBER 1992

Een staaltje van deze hogere teeltkunst is te zien in de loods die door de Wageningers wat oneerbiedig als 'vispaleis' wordt betiteld. Ir. Guus Bongers troont me mee langs onafzienbare rijen aquaria en bassins met vis - paling, karper en meerval - die hier ten prooi zijn aan toegepast onderzoek dat uiteindelijk de verbetering van de 'humane voedselsituatie' (met name in de derde wereld) ten doel heeft. Hij wijst op verschillende bakken waarin 'gekloonde' karpers zogeheten 'lijnen' - rondzwemmen. De beschubbing en belijning van de afzonderlijke exemplaren zijn inderdaad exact hetzelfde; alleen in grootte verschülen ze wat van elkaar. ("Als er eentje uit de groep bij het voeren het geluk heeft de eerste te zijn, dan houdt hij een voorsprong ten opzichte van de andere.") "Karper, dat is mijn vis", zegt Bongers. De meerval noemt hij "een zenuwelijer" en ook de paling ("Die ziet er toch niet uit? Wat een stomme vis!") mag zich niet direct in zijn sympathie verheugen; opvallend, omdat het afvijkend uiterlijk van de laatste twee, ten opzichte van wat gemeenlijk voor vis doorgaat, ze interessant maakt. Dit geldt zeker de paling die een opmerkehjk uiterhjk paart aan een mysterieuze leefwijze: over zijn paaigedrag (in de Sargassozee) en zijn natuurlijke levenseinde weten biologen weinig of niets. Zeker is wel dat paling een sterk begeerde consumptievis is (in tegenstelling tot de meerval die het, ondanks een stevige promotie van

GUUS BONGERS: "KARPER, DAT IS MIJN VIS.

kwekerszij de, zo ver nog niet gebracht heeft), die zich leent voor intensieve visteelt. Handicap hierbij is echter, dat mannetjes minder lang doorgroeien dan vrouwtjes, en dus minder opleveren. Taak voor Bongers en de zijnen om wetenschappelijk na te gaan of geslachtsverandering in een vroeg stadium te verwezenlijken is. Dat blijkt zeer wel m o gelijk, vertelt Bongers, met behulp van hormonen, maar (en dat is minder riskant indien toegepast door kwekers) ook door bijvoorbeeld het beïnvloeden van de temperatuur. "Het rendement", aldus Bongers, "dat wil zeggen: het aantal mannetjes waarvan we vrouv/tjes hebben gemaakt, ligt rond de tachtig procent." Tot slot toont Bongers de indruk-

wekkende machinekamer van het vispaleis, waar reusachtige, ronkende installaties continu in de weer zijn om het water uit bakken en bassins te verversen, te zuiveren en weer terug te pompen. In de 'overstort' van één van de installaties zwemt een flinke, maar zeer eenzame meerval rond. "Die is als jonkie door een leiding geglipt en kan er nu niet meer uit", vertelt Bongers. "Waarom halen juUie hem er dan niet uit?", vraag ik vol mededogen. "Omdat hij zich niet laat pakken." Een beest met een eigen wületje...

Met dank aan drs Gert van Maanen, wetenschapsvoorlichter van de LU Wageningen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 320

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's