Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1992 - pagina 435

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1992 - pagina 435

5 minuten leestijd

^ ^ ^ ^ K i j k nu naar Joegoslavië , MrÉm zegt Jan Schuiten, gepensioneerd beroepsmilitair en tot voor een jaar als historicus verbonden aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda, "elke vorm van regulering van de oorlogsvoering loopt stuk op de situatie aldaar. Je hebt het Haagse landoorlogsreglement en de conventie van Geneve, maar die hebben betrekking op reguliere legers. Maar is in Joegoslavië wel sprake van een regulier leger, of is er sprake van moordende en plunderende geüniformeerden? Wie kun je verantwoordelijk stellen voor de acties die daar ondernomen worden?" We hebben het over de noodzaak om zelfs in een situatie met de meest barre gewelddadigheid toch enkele minimale, maar niet onbelangrijke regels van humaniteit te handhaven. Maar zelfs dat minimum zit er in Joegoslavië niet in. Schuiten: "De situatie is zo chaotisch dat de zaak telkens weer uit de hand loopt. Het wordt ondoenlijk om geoorloofde krijgslisten van ongeoorloofde te onderscheiden, om gewonden te laten verzorgen en om wapenstilstanden te handhaven." Het handhaven van regels in de oorlogsvoering oogt zo effectief als soep eten met een vork. O p papier ziet het er allemaal zo nobel uit: j e mag je niet als een schijndode voordoen om vervolgens van dichtbij j e tegenstander neer te knallen, je mag je niet huUen in het uniform van de tegenstander. Maar niemand die zich er aan houdt. Uiteindelijk, stelt Schuiten niet zonder cynisme, telt in een oorlog het recht van de sterkste. De overwinnaar heeft altijd gehjk. "In D e Telegraaf stond begin 1991 een verhaal over Amerikaanse soldaten die zich als Irakezen verkleed hadden. Dat werd gepresenteerd als een spannend verhaal. Maar volgens het landoorlogsreglement is het misbruik maken van een uniform het plegen van een oorlogsmisdaad. In die tijd bestond er zo'n overweldigende overeenstemming dat Saddam Hoessein de grote boosdoener was.

if

dat niemand zich afvroeg of zo'n krijgslist wel oirbaar was. Er treedt in zulke omstandigheden een algemene bewustzijnvernauwing op."

Mannelijke ijjigQd. Het gebruik maken van krijgslisten ondermijnt de fair play - al klinkt dit woord in dit verband wel wat erg onschuldig - in de oorlogvoering. De krijgslist was in eerste instantie het wapen van de zwakkere. Het is immers heel mooi gedacht om een eerlijke, open confrontatie aan te gaan, maar degene die over de slechtste kanonnen beschikt, zal niet lang van zijn sportiviteit kunnen nagenieten. Het ontduiken en omzeilen van spelregels behoort daarom tot het noodzakelijke krijgsrepertoire. Het is de eeuwigdurende strijd van David tegen Goliath. De krijgslist is van alle tijden. In zijn boek 'List of bedrog' (Uitgeverij De Haan) geeft Jan Schuiten een opsomming en analyse van talloze krijgslisten uit de wereldgeschiedenis. Van het paard van Troje tot Operatie Desert Storm. Toch is niet in aUe tijden de waarde van de krijgslist even hoog aangeslagen. D e historicus Arther Ferrill beschrijft bijvoorbeeld in zijn boek 'De oorsprong van oorlog' (uitgeverij Bert Bakker) dat de Grieken in de vierde eeuw voor Christus zich lang verzet hebben tegen de invoering van lange-afstandswapens. De Grieken zagen zichzelf als echte strijders en waren trots op hun status. D e deugd van de mannehjke moed stond voorop; in de directe krachtmeting, het lijfelijke man tegen mangevecht, moest het gebeuren. Het in de strijd werpen van lange-afstandswapens getuigde van verwerpelijke achterbaksheid. Kon je de tegenstander niet eens meer direct in de ogen kijken. O o k in de Middeleeuwen heerste een uitgesproken soort krijgsmoraal. Wanneer tegenwoordig over 'ridderlijk' gedrag gesproken wordt, weet iedereen wat daarmee bedoeld wordt. Het vechten was aan preciese

regels gebonden en deed j e met open vizier. AlsjebHeft geen sluwheid, geen valse streken. O p 'eerlijke' wijze slachtten de mannen in harnas elkaar af. Niettemin werden zelfs in die tijden krijgslisten gehanteerd, maar dan vooral als aanvulling, wanneer al het andere gefaald had. Vanaf de Eerste Wereldoorlog verandert er iets in de betekenis van de krijgslist. Het gaat dan niet meer o m een extraatje, misleiding wordt de essentie van de oorlog. O p alle mogehjke manieren, vooral met behulp van de moderne communicatie-middelen, proberen strijdende partijen elkaar voor de gek te houden. De aanwezigheid van legereenheden en hun ware bedoelingen - waar en wanneer de aanval zal plaatsvinden - moet ten koste van alles verhuld worden.

Verdwijnen Een belangrijk doel van de oorlogsvoorbereiding is: jezelf onzichtbaar maken. De Franse socioloog Paul Virilio spreekt in dat verband van een 'esthetiek van de verdwijning'. Het was altijd gebruikelijk om in oorlogskleuren naar het front te trekken en de eigen aanwezigheid luid en duidelijk kenbaar te maken, bijvoorbeeld door de gevechtskleding. D e Fransen trokken in de eerste maanden van de Eerste Wereldoorlog nog in het schreeuwerige rood en blauw ten strijde. Maar met die opvallende uitdossing vormden ze een ideaal doelwit voor de Duitsers. Na grote slachtingen in die beginperiode, k o zen de Fransen voor een ander tenue: het onopvallende kaki. Jezelf vermommen, j e gelijk maken aan de omgeving en daarin verdwijnen, dat zijn belangrijke misleidingsstrategieën geworden; struikgewas worden temidden van het andere struikgewas. Vooral de guerilla-troepen hebben in deze eeuw deze strategie tot het uiterste geperfectioneerd. Voor de reguliere legers b o den zulke guerilla's enorme kopzorg: zulke vechtersbazen lieten zich nooit verleiden tot een eerhjke confrontatie in het open veld. Ze doken op waar niemand het verwachtte en waren even snel weer verdwenen. Het ergste is misschien nog wel de onherkenbaarheid. Geen militair kan weten wie wel en

OGEN

37 vu MAGAZINE NO\ÏAie£lï 1992

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's

VU Magazine 1992 - pagina 435

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992

VU-Magazine | 484 Pagina's