VU Magazine 1992 - pagina 462
Samen met 'De rivier die tegen de berg op stroomt' (als vertaling verschenen in 1990), waarin hij de oerknal, het ontstaan van het leven op aarde, de evolutie, en het menselijk brein als het voorlopige eindresultaat van die ontwikkeling, in één samenhangend perspectief behandelt (van Big Bang tot Big Brain dus), is dat het tot nu toe enige werk van William H. Calvin dat in de Nederlandse taal beschikbaar is. Maar dat de auteur sinds het componeren van zijn cerebrale symfonie niet heeft stilgezeten, mag blijken uit het feit dat in de Verenigde Staten sindsdien alweer twee nieuwe boeken van zijn hand zijn verschenen. In 1990 was dat 'The Ascent of Mind; Ice Age Climates and the Evolution of InteUigence', waarin hij de plotselinge en explosief te noemen groei van het brein bij onze voorouders, in verband brengt met de rigoureuze en betrekkelijk snelle khmaatwisselingen gedurende de ijstijden. En vorig jaar nog verscheen zijn ' H o w the Shaman Stole the Moon; In Search of Ancient Prophet—Scientists from Stonehenge to the Grand Canyon'. In dit laatst verschenen boek postuleert Calvin de prikkelende stelling dat het simpel inzicht van een enkele voorouder tijdens de prehistorie, in de regelmaat van maansverduisteringen en een daarop gebaseerde juiste voorspelling van een volgende verduistering, aan de wieg hebben gestaan van de 'oerwetenschap' èn van de macht van priesters en profeten die zich met de beoefening van deze protoscience gingen bezighouden.
•••••••IB
Grand
Canyon
Meest opvallende constante in het werk van Calvin sinds in '83 'The Throwing Madonna; Essays on the Brain' als zijn eersteling over dit onderwerp verscheen — is de speurtocht naar verklaringen voor de sneUe ontwikkeling van het menseUjk brein, met name de plaats van het geheugen, en de taal daarin, en naar de oorsprong van het typisch menselijke vermogen tot het bedenken en evalueren van 'wat-als?'- en 'wat-nu?'-scenario's. Constante is bovendien de verhalende trant van zijn aan een breed publiek geadresseerde boeken, waarmee hij de lezer aan de hand meevoert langs spectaculaire ravijnen en fascinerende vergezichten van de 'cerebrale wetenschap'; een rondleiding waarbij het instructieve gedeelte met vaste regelmaat wordt afgewisseld door wat illustratief bedoeld entertainment in de vorm van toepassehjke reisnotities van een avontuurhjke trektocht door de kloven van de Grand Canyon, of mijmeringen opgedaan tijdens een wandeling langs het strand van Cape Cod. Z o ' n uitstapje eindigt dan vaak met een opmerking van het type "maar komaan, het is weer tijd voor wat grootse gedachten", waarna Calvin zijn wetenschappeHjke expHcatie opgewekt hervat. Meedenken met Calvin is, kortom, "sheer delight", zoals een recensent van 'De cerebrale symfonie' het uitdrukte. Misschien is dat een tikkel overdreven. Niettemin is waar dat deze 'neo-calvinistische' manier van denken over denken hier en daar prikkelende ideeën opwerpt omtrent de origine en de complexiteit van die anderhalf pond grijze ceUen die het verschijnsel mens onder de beschutting van het veilig schedeldak met zich meedraagt.
20 VU MAGAZINE DECEMBER 1W2
De lezing die WiUiam H. Calvin, begin oktober van het afgelopen jaar, in de afgeladen aula van de Groningse universiteit hield, weerspiegelt de breedte van zijn be-
WILLIAM HIALVIN:
EEN OOGSTRELENDE, WANT AANTREKKELIJK CONSISTENT GECOfpNEERDE MAAR HIER ENDAAR NOGAL SPECULATIEVE THEORIE
langstelling: de oorsprong van taal, muziek, cultuur en spel, oftewel het (menselijk) brein als Darwin-machine, zoals de titel van zijn voordracht luidde. Dat hij bij de behandehng van zo'n zwaarwichtig ogend onderwerp met het grootste interdiscipHnaire gemak van het ene wetenschappelijke specialisme naar het andere overstapt van de paleologie naar de musicologie bijvoorbeeld, en van de neurologie naar de antropologie - verhoogt de aantrekkeHjkheid van zijn aanpak van het probleem dat ruwweg neerkomt op de vraag: waar komen deze specifiek menselijke, cerebrale vermogens vandaan. Tegen de achtergrond van al die ogenschijnlijke zwaarwichtigheid en de vele, in wetenschappeHjk opzicht, grensoverschrijdende excursies van Calvin, is het antwoord op die vraag in wezen even provocerend als eenvoudig. Taal, muziek, cultuur en dergeHjke, zijn op zich-
zelf niet uit evolutionaire noodzaak geboren, maar vormen secundaire, want afgeleide, gebruiksmogelijkheden van een en hetzelfde cerebrale potentieel: de buitensporige hoeveelheid ongespecialiseerde cellen in de voorste hersenkwabben {de prefrontale cortex), die werden gevormd toen onze voorouders uit het stenen tijdperk het gericht werpen met stenen als jachttechniek begonnen te beoefenen en te verfijnen. De manier waarop het daaruit ontwikkelde brein werkt, doet Calvin naar de term 'Darwin-machine' grijpen; de oorsprong van gedachten en ideeën is - net als bij de evolutionaire ontwikkeHng van het leven op aarde het geval is - het resultaat van toeval en selectie, en van het vervolgens dupliceren van succesvol gebleken verbindingen, zij het dan, vergeleken met de 'echte Evolutie' in een waanzinnig hoog tempo.
Razendsnel
arpeggio
Het is zonder meer uitgesloten dat het foutloos spelen van een pianoconcert van Mozart de menselijke soort zoveel meer overlevingskansen biedt, dat tijdens de evolutie van de mens op dit soort muzikale vingervlugheid zou zijn geselecteerd. Muzikaliteit is hooguit de vrucht van de culturele evolutie, waaraan de mens, eeuwenlang voortbordurend op het werk van voorgangers, de noodzakelijke culturele bagage ontleent. Voor het spelen van een razendsnel arpeggio moet de pianist echter wel een beroep doen op cerebrale potenties die regelrecht zijn terug te voeren op vermogens die zijn pre-historische voorouders ontwikkelden in hun struggle for life; vermogens die Calvin omschrijft als ballistic motorskills, zoals het gooien van voorwerpen, bijvoorbeeld tijdens de jacht.
21
v u MAGAZINE DECEMBER 1-592
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's