VU Magazine 1992 - pagina 314
u worden. Een niet onbelangrijke functie van wetenschappelijk onderzoek is om vermoedens te bevestigen; of soms ook te logenstraffen, want de intuïtie kan er soms behoorlijk naast zitten. In het geval van het onderzoek van José fHeesink is met name interessant te zien in hoeverre de emancipatie in het modale, ionge huisgezin daadwerkelijk wortel heeft geschoten; of het feministische ideaal van een gelijke taakverdeling binnensen buitenshuis daadwerkelijk gerealiseerd is. Wat de meesten al vermoedden wordt door hieesink met veel cijfertjes nog eens bevestigd: de taakverdeling is nog allesbehalve gelijk. Jonge mannen loten net huishouden voor het grootste deel aan hun partner over. Vooral na de geboorte van een kind wijzigen de verhoudingen zich drastisch: de meeste mannen gaan langer werken, terwijl veel vrouwen stoppen of minder tijd gaan besteden aan betaalde arbeid buitenshuis. Hieruit blijkt maar weer dat ingesleten gewoonten zich niet in een generatie tijd laten veranderen, zo ze al helemaal te veranderen zijn. Ondanks principieel gelijke rechten en gelijke mogelijkheden komen vrouwen gewild of ongewild toch meestal in een verzorgende rol terecht. Die constatering zal voor veel mensen niet zo opzienbarend zijn. Wat misschien toch verrassend is aan het onderzoek van hJeesink is dat het zelfs met de formele rechten vrij pover gesteld is. Het woord 'sekse-discriminatie' lijkt hier zelfs niet misplaatst. Het verschil in beloning tussen man en vrouw bij gelijkwaardige banen blijkt vanaf 1 8-jarige leeftijd steeds groter te worden. Wist iedereen dat? Achter een open deur kan soms een verraderliike vu MAGAZINE
T dubbele wand opduiken. (KN)
I Ecodictatuui En plotseling heerste het milieu-bewustzijn. Eind jaren tachtig drong massaal het idee door dat we ten onder dreigden te gaan aan ons eigen vuil. Natuurlijk, er waren al meer dan twintig jaar milieu-activisten in de weer, maar dat waren toch doorgaans wat bizarre types; geitewollensokken, lange baarden en hoofd in de wolken, daar kwam het op neer. Maar ineens spraken talloze keurige meneren en mevrouwen riun ernstige zorg uit over het verval van de natuurlijke omgeving. Inmiddels is er al weer sprake van een kleine back-lash. De aandacht voor het milieu is ietwat verflauwd en er wordt openlijke kritiek geuit op de milieubeweging. Men zou een ondergangsstemming oproepen en de staat een grotere rol willen toebedelen don waarvan de communisten ooit gedroomd hebben. Milieu-activisten zouden zelfs een 'ecodictotuur' willen instek len: mensen moeten desnoods met harde hand gedwongen worden zich milieubewust te gedragen. Overdrijven de milieu-activisten nu wel of niet? De nieuwe hoogleraar milieukunde in Groningen A.J.M. Schoot Uiterkamp vindt duidelijk van niet. In zijn oratie geeft hij te kennen wel degelijk grote rampen te voorzien. Apocalyptische voorspellingen kunnen, laat hij merken, ook een zeker nut hebben. Het is al te gemakkelijk om de mensen van de Club van Rome uit te lachen omdat ze niet gelijk hebben gekregen met hun voorspellingen over de uitputting van de grondstof-
G fen. Juist omdat iedereen zo van de voorspellingen schrok is een naarstige speurtocht op gang gekomen naar alternatieven, en heeft de voorspelling zichzelf weerlegd. Er zijn 'grenzen aan de groei', beweerde de Club van Rome, maar uiteindelijk bleken die grenzen opgerekt te kunnen worden, onder andere kan de voedselproduktie door middel van kunstmest vergroot worden. Dat wil voor Schoot Uiterkamp evenwel niet zeggen dat er in het geheel geen grenzen zijn; de bomen groeien niet hele-
E maal tot in de hemel. Wat hem betreft dient op het noordelijk halfrond de consumptie van energie en grondstoffen sterk te verminderen en moet de industriële produktie veranderen. Ten zuiden van de evenaar moet de bevolkingsgroei worden ingeperl<t. Hoe hij die doelstek lingen denkt te bereiken, daarover laat Schoot Uiterkamp zich niet uit. Weinigen zullen immers vrijwillig een beperking van de consumptie accepteren. Toch maar voor ieders bestwil een ecodictotuur? (KN)
Waarom het is zoals het is Filosofie? Filosofie dat is gewoon "de poging om door nouv/gezette oeschrijvingen van de v/erkelijkheid zoals zij zich geeft, door scherpzinnige analysen van de daarmee gegeven gestalten en elementen, en door een logisch verfijnd en telkens aan de gegeven fenomenen aangepast denken te verhelderen en te begrijpen wat er is, waarom het zo is als het is, waarom wij het zo zien en zeggen, waarom dit zien en zeggen een geschiedenis neeft, in hoeverre en waarom het wel en niet mogelijk is geheel zonder veronderstellingen, intuïties, tradities en autoriteiten te denken enzovoorts." Filosofie dus. Dat wil zeggen: filosofie in de woorden waarmee zij omschreven staat in het recent verschenen 'Woordenboek Filosofie'. Het concipiëren, samenstellen en redigeren van dit ruim vijfhonderd pagina's tellende boekwerk, dat ondanks de bescheiden titel eigenlijk een wijsgerige encyclopedie
behelst, moet een heidens karwei zijn geweest, waartoe vele jaren geleden het initiatief werd genomen door de Groninger filosofen prof.dr. H.G. Hubbeling (inmiddels overleden) en prof.dr. R. Bakker, en waaraan circa honderd wijsgeren uit Nederland en België hun medewerking verleenden. Het monsterproject is tot een goed eind gebracht door de Eindhovense docent in de filosofie, drs W.H.M. Willemsen die voor de redactie ervan tekent. Hij draagt het werk op aan Erasmus. Om te weten te komen dat hier niet 's mans poes noch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's