VU Magazine 1992 - pagina 391
tussen echte vrouv/elijkheid en echte literatuur ook te vinden in de p o sitieve recensies van vrouwenhoeken uit de periode tot ongeveer 1915. Daar neemt het vaak de vorm aan van lof voor de vrouwehjkheid van boek en auteur, waardoor de hteraire gebreken volgens de recensent gecompenseerd worden. De onverenigbaarheid van vrouwehjkheid en goed schrijverschap binnen de heersende sekse-ideologie is volgens Erica van Boven de fundamentele oorzaak van de aparte b e handeling van vrouwehjke schrijvers. Deze conclusie roept de vraag op of de collectieve benadering en afwijzing van vrouwelijke schrijvers inderdaad voortkomt uit die specifieke sekse-ideologie van het begin van deze eeuw. Een aantal van de door Erica van Boven beschreven mechanismen komt nameHjk ook na 1930 nog voor. Maaike Meijer beschrijft bijvoorbeeld hoe in het vernieuwende hteraire tijdschrift Merlyn uit de jaren zestig vrouwen vrijwel geheel worden genegeerd en dat als er al gesproken wordt over 'vrouwelijk' dat een negatieve literaire beoordehng inhoudt.
Hok]es
ERICA VAN BOVEN: STIGMATISERENDE KRITIEKEN
werkte: de eigenschappen van 'echte' vrouwen werden steeds in flagrante tegenspraak geacht met normen betreffende 'echte' literatuur. Alle negen door Erica van Boven gevonden vrouwehjke karakteristieken bHjken op de één of andere manier te worden gezien als een beletsels voor literaire prestaties.
Gracieus H o e scherp de tegenstelling tussen vrouwehjkheid en Hteratuur soms werd gesteld is goed te zien in een bespreking van een roman van Ina Boudier-Bakker door Herman Robbers: "Ik zou er (van het besproken boek, jp) nog veel meer van houden, zoo deze fijne en bizondere vrouw tevens een krachtiger Htterair artiest was. Maar als een wènsch komt deze gedachte toch eigenlijk niet bij mij op, want ik weet dat de combinatie sceptisch-pessimiste vrouwenatuur
met schitterend kunstenaarschap van het woord niet mogelijk is." N o g een selectie van vergelijkbare citaten uit recensies: "het ietwat sentimentele slot (...) is zeer... vrouwelijk!" "De schrijfster lijkt mij iemand die oprecht zoekt naar menschehjk gevoel dat niet, naar vrouwelijke aard, in 't onbegrensde overslaat." "En wat is mevrouw Goekoop, ondanks het heldere filosofeeren over gewichtige vraagstukken, toch ook zelf vrouwelijk en gracieus gebleven!" "Binnendijk is (...) gehandicapt door een verfijnde vrouwelijke gevoeligheid." Onversneden lof voor de literaire prestaties van vrouwen is op zich al zeldzaam, maar als het gebeurt, gaat het steeds samen met twijfels aan de vrouwelijkheid van de auteur. D e schrijfster Net Houwink bijvoorbeeld krijgt een compliment voor haar "kloek en mannelijk talent". Opvallend genoeg is de tegenstelling
Hannemieke Stamperius signaleert in de jaren zeventig dat boeken van vrouwen vaak vanzelfsprekend gezamenhjk worden besproken. Anja Meulenbelt stelt in een artikel uit 1989 dat vergelijkingen tussen mannelijke en vrouwelijke auteurs nog steeds zeldzaam zijn en concludeert dat ook in het moderne hoofd schrijvers en schrijfsters in aparte hokjes zijn opgeborgen. Van Bovens proefschrift maakt dus nieuwsgierig naar de ontvangst van boeken van vrouwelijke schrijvers in andere landen en andere perioden, het is jammer dat ze geen beschrijving geeft van bestaand onderzoek. O o k doemt de vraag op hoe goed of slecht die boeken van NaefF, Antink, Boudier-Bakker en andere vrouwen nu eigenhjk zijn. Het is in ieder geval tijd voor een nieuw, opgefrist literair oordeel over het werk van schrijfsters van het begin van de eeuw.
37 v u MAGAZINE OKTCSER 1992
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1992
VU-Magazine | 484 Pagina's